Proefmuis heeft het te koud en levert onjuiste informatie op

De muizen die gebruikt worden in kankeronderzoek hebben het te koud, wat kan leiden tot vertekende onderzoeksresultaten. Dat stellen Amerikaanse onderzoekers van het Roswell Park Cancer Institute in het wetenschappelijk tijdschrift Trends in Cancer.

'Het is allemaal één grote black box'Beeld Thinkstock

Muizen zijn de meest gebruikte proefdieren, met alleen al in Nederland jaarlijks ongeveer 280.000 ingezette dieren.

Door hun kleine postuur verliezen muizen sneller warmte aan de omgeving dan grotere dieren. Ze gedijen daarom het best bij relatief hoge omgevingstemperaturen, zo rond de 31 graden Celsius. Desondanks leven laboratoriummuizen bij een temperatuur die soms wel tien graden lager ligt en een stuk comfortabeler is voor de medewerkers in het lab.

Dit zorgt voor koudestress, menen Bonnie Hylander en Elizabeth Repasky. Daarbij komen stresshormonen vrij en moeten de dieren hun interne kachel opstoken. Uit een overzichtsstudie blijkt dat dit de resultaten van onderzoek naar verschillende ziekten beïnvloedt, waaronder obesitas en kanker. Verschillen in omgevingstemperatuur tussen laboratoria zouden kunnen verklaren waarom veel proefdieronderzoeken andere resultaten opleveren wanneer collega-onderzoekers elders op de wereld de proef herhalen.

In eigen experimenten ontdekten Hylander en Repasky dat tumoren in muizen sneller groeien bij kamertemperatuur dan onder warmere omstandigheden. Dat blijkt deels te wijten aan een onderdrukt immuunsysteem bij koudestress, onder andere omdat er minder brandstof overblijft voor de afweer.

Probleem

Een realistisch probleem, vindt Peter Friedl, professor celbiologie aan het Radboud Medisch Centrum. 'Want die tumoren groeien niet enkel sneller, ook hun stofwisseling verandert waardoor ze zich anders gedragen. Dat beïnvloedt hoe zij op medicijnen reageren. Zo zijn gezwellen die sneller groeien vaak gevoeliger voor de behandeling, omdat de medicatie vooral ingrijpt op overactieve cellen die zich snel vermeerderen. Dat geeft een vertekend beeld van de medicijnwerking.' Friedl is niet betrokken bij het betoog van Hylander en Repasky, maar doet zelf ook onderzoek naar de samenhang tussen temperatuur en kanker in muizen.

Het voornaamste probleem is dat onderzoekers in hun publicaties vaak niet vermelden onder welke temperaturen de dieren precies zijn gehouden. Friedl: 'Het is allemaal één grote black box. Dan krijg je situaties waarin drie laboratoria tot tegenstrijdige inzichten over kanker komen, en niemand weet waar dat verschil vandaan komt.' Hylander en Repasky pleiten daarom voor het verplicht vastleggen van details over de muizenhuisvesting in onderzoeksrapporten. Dan kunnen die verschillen later beter onder de loep worden genomen.

Daarnaast zouden de muizen meer nestmateriaal moeten krijgen om warme holletjes te kunnen maken, aldus de Amerikaanse onderzoekers. Friedl onderschrijft deze suggestie. 'De laboratoriumvoorschriften moeten bovendien een hogere standaardtemperatuur opnemen.' vindt hij.

Ook in Nederland staat de thermostaat in veel proefdierlaboratoria op kamertemperatuur. Friedl: 'In Duitsland deed ik onderzoek bij 28 en 30 graden Celsius. In Nederland mocht dat in eerste instantie niet, ik moest eerst aantonen dat het überhaupt nodig was. Dat heeft anderhalf jaar aan proefdieronderzoek gekost.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden