de week in wetenschap Tonie Mudde

Proefdieren: mogen het er iets minder zijn?

Goed nieuws voor muizen en konijnen: per jaar zijn er honderdduizenden minder nodig voor proefdieronderzoek.

Ketogeen dieet helpt tegen de griep.

Gentherapie kan hersenweefsel repareren na beroerte.

Ziekenhuisverlichting vergroot risico op sterfte bij hartpatiënten.

Wie meer inzicht wil krijgen in hoe misleidend nieuwskoppen over medische ontdekkingen kunnen zijn, raad ik aan op Twitter justsaysinmice te volgen. De Amerikaanse wetenschapper achter dit account, James Heathers, wijst zijn meer dan 70 duizend volgers op droogkomische toon op de beperkingen van proefdieronderzoek.

Hij doet dit door bij nieuwskoppen zoals hierboven te checken of het onderliggend onderzoek op mensen is uitgevoerd. Is dit niet het geval, maar betreft het een experiment met muizen? Dan stuurt hij de nieuwskop door naar al zijn volgers en zet er in koeienletters boven ‘IN MICE’. En bij dat voorbehoud ‘Bij Muizen!’ lees je een kop als ‘avocado’s goed tegen obesitas en diabetes’ toch nét even anders.

Want hoe representatief is een dierexperiment voor de mens? Toen ik zelf ooit voor een reportage een paar dagen rondliep in een proefdierenlab zei een onderzoeker daar tegen me: ‘Tja, in muizen hebben we kanker al hónderd keer genezen.’

Verreweg de meeste medicijnen die in eerste instantie veelbelovend lijken in het lab halen nooit de markt. Dat mensen anders reageerden op het middel dan proefdieren is daarbij een bekend probleem.

Hoewel proefdieronderzoek wel degelijk cruciaal was bij zo’n beetje elk medicijn waar u en ik van profiteren, is het verstandig om er kritisch naar te blijven kijken. Telkens moet daarbij de vraag klinken: hoe zinvol is het bij dit type experiment om zoveel dieren te offeren?

Beeld Getty Images

Deze week werd voor het eerst in jaren de internationale richtlijn aangepast voor het testen van medicijnen op schadelijkheid bij zwangerschap. Farmaceuten moesten tot nu toe in ratten én konijnen aantonen dat medicijnen het ongeboren kind niet schaden. Binnenkort is in het begin van het onderzoekstraject nog maar één diersoort nodig, samen met alternatieve laboratoriumtests.

Wereldwijd kan dit jaarlijks 300 tot 400 duizend proefdieren schelen, schat een expert van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

De overheid zet samen met andere partijen al jaren in op het terugdringen van proefdiergebruik. Dat gebeurt aan de hand van de zogeheten 3 V’s: vervangen (test het op een andere manier), verminderen (zet minder dieren in), verfijnen (als je dan toch moet testen op dieren, zorg dan dat ze zo min mogelijk ongemak hebben). Begin jaren tachtig gebruikten onderzoekers in Nederland jaarlijks meer dan een miljoen proefdieren, inmiddels is dat zo’n beetje gehalveerd.

Op langdurig beleid met diverse stakeholders is het heerlijk mopperen, want het gaat altijd stroperig en we zijn er nog lang niet. Maar zo’n gezamenlijke internationale inspanning die leidt tot goede alternatieven voor  proefdierexperimenten; dat stemt vrolijk.

300 tot 400 duizend minder proefratten en -konijnen: natuurlijk, dat is weinig vergeleken met de totale hoeveelheid proefdieren die onderzoekers wereldwijd inzetten. Maar deze jaarlijkse vermindering van het aantal labdieren is ook weer niet niks. Geef al die uitgespaarde ratten en konijnen in gedachten maar eens een eigen stoeltje in een voetbalstadion. Dat zijn elk jaar zes Johan Cruijff Arena’s vol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden