'Potentieel asociale kleuter zit al in de beklaagdenbank'

Wij zijn ons brein. Dat geldt ook voor jeugdige delinquenten. Dit mag echter niet tot voorbarige stigma's leiden, schrijven drie gezondheidsethici van de Universiteit Maastricht.

© ANP.

Toen de criminoloog Wouter Buikhuisen in de jaren zeventig onderzoek wilde doen naar de bijdrage van biologische factoren aan delinquent gedrag stuitte dit op groot maatschappelijk verzet. Ieder onderzoek naar de relatie tussen biologie en criminaliteit was politiek volstrekt incorrect en werd bij voorbaat afgewezen. Uiteindelijk zag Buikhuisen van het onderzoek af en beëindigde hij zijn wetenschappelijke carrière.

Het maatschappelijke klimaat is inmiddels veranderd. Biomedisch onderzoek naar risicofactoren voor antisociaal gedrag is eerder regel dan uitzondering. Dit blijkt ook uit het congres Hersenen en Veiligheid, georganiseerd vanuit het NWO-onderzoeksprogramma Hersenen en Cognitie', dat op 17 november in Utrecht plaatsvond. Doel hiervan was om nieuwe inzichten in brein en cognitie te vertalen in maatschappelijke toepassingen.

Afwijkingen
Veiligheid is hierbij een belangrijk aandachtspunt, omdat er aanwijzingen zijn dat mensen die zich herhaaldelijk zeer agressief en antisociaal gedragen vaak neurobiologische en psychologische afwijkingen hebben. Het idee is dat meer inzicht in deze afwijkingen kan bijdragen aan de ontwikkeling van zowel een betere diagnostiek en risicoanalyse als effectievere preventie en behandeling. Zo zouden verschillen in stressreactie of in het autonome zenuwstelsel kunnen helpen om risicojongeren te onderscheiden van kinderen die zich waarschijnlijk normaal zullen ontwikkelen.

Onmiskenbaar maakt agressief en antisociaal gedrag van vooral jongeren veel slachtoffers en veroorzaakt dit veel maatschappelijk leed. Als inzicht in breinprocessen leidt tot het voorkomen of beperken hiervan, is dat zeker belangrijk. Onderzoekers stellen vaak dat met wetenschappelijk onderzoek een win-winsituatie te bereiken valt: betrokken jongeren kunnen een betere toekomst tegemoet zien, terwijl de maatschappij veiliger wordt.

Voetangels en klemmen
Maar er zijn ook voetangels en klemmen. Neem het streven naar vroege identificatie van risicojongeren om te kunnen ingrijpen vóórdat gedragsproblemen zoals wreedheid en intimidaties de kop opsteken. Als we peuters proberen te herkennen als potentieel antisociaal of delinquent, dan zullen onze houding en verwachtingen jegens hen veranderen. Hoe gaan ouders, hulpverleners en peuterleidsters of leerkrachten met zo'n kind om? Worden ze in aparte groepjes gezet? En onder een pedagogisch, psychotherapeutisch en/of medisch regime geplaatst? Vroege detectie kan onbedoeld sociale en emotionele uitsluiting in de hand werken, waardoor het risico dat kinderen het verkeerde pad opgaan juist toeneemt.

Stigmatisering is een punt van zorg in alle domeinen van de geestelijke gezondheidszorg. Deze zorg is nog reëler als het gaat om risico-indicatoren voor gedrag dat moreel sterk wordt afgekeurd. Vroege identificatie brengt het gevaar mee dat kinderen een stigma krijgen vóórdat zij iets hebben misdaan. Van belang is dat het gaat om risicoschattingen. Het gevaar bestaat dat een kind ten onrechte als potentieel antisociaal wordt aangemerkt. Het maatschappelijk belang van bescherming en veiligheid staat dan op gespannen voet met de belangen van kinderen. En mag je de kans dat het ene kind ten onrechte een stigma krijgt, wegstrepen tegen het voordeel dat een ander kind een criminele carrière bespaard wordt?

Riskant
Met de erkenning dat het brein een rol speelt bij antisociaal gedrag blijft het van groot belang om tijdig ethische vragen bij deze ontwikkelingen te stellen en te zoeken naar manieren om hier zorgvuldig mee om te gaan. Helaas wordt de ethiek vrijwel geheel genegeerd in het betreffende NWO-onderzoeksprogramma. Dat is niet alleen jammer, maar ook riskant. De geschiedenis leert immers dat de ethiek te vaak als mosterd na de maaltijd van de wetenschap komt. Proactieve ethische reflectie is noodzakelijk voor een verantwoorde ontwikkeling van de wetenschap inzake brein, cognitie en antisociaal gedrag.

Wij zijn ons brein. Dat geldt ook voor jeugdige delinquenten. Dit mag echter niet tot voorbarige stigma's leiden.

Ron Berghmans, Dorothee Horstkötter en Guido de Wert zijn als gezondheidsethici verbonden aan de onderzoeksschool Caphri, vakgroep Metamedica, van de Universiteit Maastricht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.