Plakmoeheid laat het oog lui

Hoewel vrijwel alle kinderen met een lui oog een oogpleister krijgen, blijkt bij eenderde van hen het zicht onvoldoende te verbeteren....

DAT EEN LUI OOG baat heeft bij het afplakken van het goede oog, staat onomstotelijk vast. In de tijd dat deze therapie nog niet in zwang was, liep ruim 3 procent van de volwassen bevolking rond met een blijvend lui oog. Dankzij het afplakken bij kinderen op jonge leeftijd is dit percentage de laatste decennia teruggebracht naar 1.

Door een periode het goede oog met een oogpleister dagelijks een tot enkele uren op non-actief te zetten, wordt het luie oog wakker geschud. Het gaat zich weer inspannen en maakt dan gebruik van de aanwezige zenuwbanen, die vóór die tijd onbenut bleven. Als deze stimulatie niet voor het zesde levensjaar begint, gaan de betreffende zenuwbanen definitief verloren. Het luie oog zal dan nooit meer een belangrijke rol kunnen spelen.

Ondanks het op grote schaal afplakken in Nederland, blijft eenderde van de luie ogen lui. Kinder- en scheelzien oogarts dr. Huib Simonsz en orthoptist Jan Roelof Polling van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam vragen zich af wat de oorzaak hiervan is. In feite hebben zij al een sterk vermoeden, maar zij willen hun hypothese staven met een grootschalig onderzoek.

Hun idee is dat de ouders zich niet aan het afplakschema houden. Veel van hen worden al vrij snel plakmoe, licht Simonsz toe. Ze beginnen enthousiast, maar na enige tijd verwaarlozen ze het afplakken. Daardoor heeft de therapie nauwelijks effect. Maar ouders zullen dat niet gemakkelijk op het spreekuur toegeven. Want als je je kind niet het beste geeft, wordt dat al snel ervaren als een zonde.

Simonsz: 'De behandelaar overziet echter lang niet altijd de uitvoerbaarheid van het afplakken. Veel ouders hebben geen tijd om er voldoende aandacht aan te besteden. Vaak weigeren kinderen ook de pleister te dragen, wat niet onlogisch is. De pleister kan de huid irriteren of ongemakkelijk zitten en er zijn kinderen die zich ervoor schamen. En dan te bedenken dat sommigen van hen meer dan vijfduizend uur plakken wordt voorgeschreven.'

Therapietrouw bereik je door goede informatie en door het belang van de behandeling te benadrukken, meent Simonsz. Want hoewel door afplakken het dieptezien zich niet beter ontwikkelt, krijgen de patiënten er wel een goed reserve-oog bij. Dit is van belang als het andere oog verloren gaat of blind wordt, wat naar schatting bij één op de driehonderd personen met een lui oog gebeurt.

In de Verenigde Staten wordt momenteel een andere aanpak onderzocht. Een studie waaraan duizend kinderen deelnemen, moet aantonen of atropine, eenmaal daags gedruppeld in het goede oog, een geschikt alternatief is voor afplakken. Deze oogdruppels verlammen tijdelijk de scherpstelspier van het goede oog, waardoor er een wazig beeld ontstaat.

Deze behandeling is minder effectief maar gemakkelijker uit te voeren. Simonsz vindt zo'n aanpak pas noodzakelijk wanneer afplakken echt geen zoden aan de dijk zet. Hij werkt liever aan het opkrikken van de therapietrouw.

Om te kijken of kinderen de pleister inderdaad te weinig dragen én of het mogelijk is die tendens met intensieve voorlichting gunstig te beïnvloeden, wil Simonsz vanaf begin volgend jaar in Den Haag zeshonderd kinderen met een lui oog drie jaar lang volgen. Zij mogen niet ouder zijn dan 6 jaar en nooit eerder zijn behandeld voor het luie oog.

Het bijzondere van de studie is dat gebruik wordt gemaakt van een zogeheten Occlusion Dose Monitor (ODM) die het plakgedrag registreert. Dit apparaatje, gemaakt door de afdelingen Electronica en Medisch Technische Ontwikkeling van het AMC in Amsterdam, is kleiner dan de pleister en wordt daarop met dubbelzijdig plakband aan de buitenzijde bevestigd. Het apparaatje is vier millimeter dik en weegt zes gram.

De ODM meet elke drie minuten het temperatuurverschil tussen de voor- en achterzijde en slaat deze informatie in zijn geheugen op. Alleen wanneer een kind een pleister draagt, zal er sprake zijn van een bepaald verschil dat typerend is voor de locatie op het oog. De kinderen moeten het apparaatje om de drie maanden telkens een week dragen, waarna de onderzoekers het via een kabeltje en een pc uitlezen.

Dat het dragen van een ODM de therapietrouw positief kan beïnvloeden en daarmee het inzicht in het plakgedrag zal vertekenen, gelooft Simonsz nauwelijks. De huidige kleinschalige voorstudie bij twintig kinderen toont aan dat het soms bar en boos is gesteld met het afplakken. Geen enkel kind volgt het voorgeschreven schema. Sommigen dragen de pleister veel te kort, anderen een tijdje niet en vervolgens dubbel zo lang en weer een andere groep heel onregelmatig.

Simonsz denkt dit gedrag met intensieve voorlichting te kunnen verbeteren. Om dat te bewijzen krijgt straks de helft van de zeshonderd kinderen en hun ouders schriftelijke informatie en stripboeken en video's over luie ogen aangeboden. Iedere twee weken is er voor de ouders een terugkomavond om gemeenschappelijk de problemen met het plakken te bespreken. Daalt de elektronisch gemeten therapietrouw desondanks onder de 50 procent, dan krijgen kind en ouders individuele begeleiding. De overige driehonderd kinderen, de controlegroep, zullen op de conventionele manier worden behandeld.

Simonsz: 'We willen kijken of het mogelijk is via deze intensieve aanpak toch kostendekkend de therapietrouw te verbeteren. Want wanneer kinderen het plakschema niet volgen, duurt de behandeling veel langer en is die navenant duurder. Bovendien krijgen die kinderen bij een uitblijvend resultaat vaak onnodig allerlei röntgen-, oogzenuw- en/of oogheelkundige onderzoeken. Ook de kosten en de belasting daarvan kun je besparen als ouders en kind zich houden aan de afspraken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden