Piet Vroon had over alles een mening

Tegendraads en bij het geniale af, werd hij genoemd, de gisteren overleden psycholoog Piet Vroon (58). Hij was populair, maar de kritiek die hij de laatste jaren kreeg, viel slecht bij de man die het peil van het universitair onderwijs bedroevend slecht vond....

DE PSYCHOLOOG en oud-medewerker van de Volkskrant Piet Vroon was het buitenbeentje van de Nederlandse psychologie. Op 9 juli 1939 geboren als zoon van een calvinistische molenaarsknecht en handelsreiziger in de Alblasserwaard, werkte hij na zijn middelbare school vier jaar als assistent-accountant en haalde in de avonduren zijn mo-akte handelswetenschappen.

Omdat lesgeven in dat vak hem niet trok, schreef hij zich in 1963 in Utrecht in voor de studie psychologie, die hij in nauwelijks drie jaar tijd met een gemiddeld eindcijfer van 8,3 afsloot. Het bezorgde hem zijn eerste publiciteit.

Het Utrechtse studentenblad Trophonios vroeg zich af waarom hem geen cum laude was verleend. Maar Vroon kon zich daar niet druk om maken; de publiciteit vond hij eerder vervelend. 'Het is eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld om zo snel af te studeren', aldus de jonge doctorandus destijds.

In 1976 debuteerde Vroon in de Volkskrant met een artikel over zijn vader, die na een leven van hard zwoegen en een dertigjarige loopbaan bij hetzelfde bedrijf werd afgescheept met een pensioentje van ¿ 6,88 per week. Twee dagen na dat bericht overleed zijn vader aan een hartaanval, en Vroon luchtte zijn hart over die droeve geschiedenis in een aangrijpend verhaal. De betekenis die zijn vader voor Vroon had, kwam in 1991 ook uitvoerig aan de orde in de door hem verzorgde uitzending van het programma Zomergasten bij de VPRO.

In 1981 werd Vroon, die daarvoor een column had in NRC Handelsblad, vaste medewerker van de Volkskrant met zijn veelgelezen en veel reacties uitlokkende wekelijkse rubriek Signalement in het katern Wetenschap ( & Samenleving). In zijn column stelde hij alle mogelijke onderwerpen op scherpzinnige en kritische en niet zelden bijtende toon aan de orde.

Of het nu ging over zijn eigen vakgebied, over alternatieve geneeswijzen of over Prozac, over het gebruik - of liever gezegd het niet-gebruiken - van psychologische kennis om problemen in de samenleving op te lossen. Over het sick building-syndrome, waar zijn eigen werkterrein, een droevig stemmende kantoortoren op de Utrechtse Uithof, onder zuchtte, of over het bedroevende peil van het universitair onderwijs in Nederland in de jaren tachtig, overal had Vroon een mening over.

De Nederlandse universiteiten verwierven van hem het roemruchte predikaat zulo, zijn zelfbedachte afkorting voor wat in zijn ogen niet meer dan 'zeer uitgebreid lager onderwijs' was. In 1993 veroorzaakte Vroon opschudding door tegelijk met de Utrechtse chemicus dr. A. Klukhuhn publiekelijk zijn doctorsbul aan de universiteit terug te geven. Het was hun protest tegen het eredoctoraat dat de Universiteit voor Bedrijfskunde Nijenrode had toegekend aan Albert Heijn voor diens verdiensten bij de introductie van de streepjescode in Nederland. 'Een verloedering van het academisch gedachtegoed', vond Vroon.

Zijn Volkskrant-columns behaalden in bundeling hoge oplages; van Allemaal psychisch (1988) bijvoorbeeld werden meer dan honderdtwintigduizend exemplaren verkocht. Vroon publiceerde daarnaast diverse populair-wetenschappelijke boeken, waaronder Tranen van de krokodil en het vervolg daarop Wolfsklem; de evolutie van het menselijk gedrag. Zijn laatste boek was het dit jaar verschenen Prutswerk, veertig vragen aan de schepper.

Laatstgenoemde werken kregen niet altijd een gunstige ontvangst. Tranen van de krokodil werd gepasseerd voor de prijs voor het beste populair-wetenschappelijke Nederlandstalige boek en Wolfsklem maakte vernietigende kritieken los, die Vroon zich sterk aantrok.

Mensen die met Vroon gewerkt hebben, zoals de Groningse psycholoog dr. D. Draaisma en zijn vriend Klukhuhn, directeur van het Studium Generale van de Rijksuniversiteit Utrecht, kenschetsen hem als een hardwerkende, erudiete, aan het geniale grenzende man, die ook eenzaam was en soms moeilijk in de omgang.

'Hij had als auteur een fabelachtig werktempo en vond niks gek of marginaal. Je kon werkelijk over alles met hem een gesprek voeren', zegt Draaisma. Zijn colleges waren befaamd. 'Hij had in de collegezaal de allure van Freek de Jonge. Al had je er niets te zoeken, dan ging je er soms toch heen', aldus Draaisma.

Klukhuhn signaleert dat Vroon de laatste tijd door de media werd opgejaagd. 'Hij liet zich voor de televisie in vallen lokken, erop vertrouwend dat hij zich er net als vroeger wel met een briljante kwinkslag uit zou redden. Toen hij merkte dat dat niet meer ging, kreeg hij publiekelijk enorme woedeaanvallen', aldus Klukhuhn, referend aan een recente tv-uitzending bij Jack Spijkerman, waarin Vroon het aan de stok kreeg met 'entertrainer' Emile Ratelband.

'Dit is mijn laatste Signalementje', schreef Vroon op 30 december 1995 in de Volkskrant. 'Dikwijls heeft vertrek te maken met geestelijke aftakeling. Niet aan de orde.'

'Ik wens u alle goeds. En als het even niet goed gaat, gedenk dan de laatste woorden van Boeddha: ''Vergankelijk zijn alle innerlijke beroeringen; streef naar inzicht hierin.''

Gerbrand Feenstra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden