Medische doorbraakSlechte behandelingen herkennen

Pas bij de afschafgeneeskunde stopten de schadelijke behandelingen

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers onwaarschijnlijke medische doorbraken te behalen. Deze week: slechte behandelingen herkennen.

(c) Olivier HeiligersBeeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Zo gaat dat soms. Dertig jaar geleden plaatsten artsen massaal ‘buisjes’ bij kinderen met een oorontsteking. Maar inmiddels zeggen medische richtlijnen daar juist terughoudend mee te zijn, omdat uit statistisch onderzoek blijkt dat oorontstekingen vaak toch vanzelf overgaan. Dat scheelt onnodig en mogelijk schadelijk geprik in kinderoren.

Mooi, dat voortschrijdend inzicht, maar die zelfkritische blik bestaat eigenlijk nog maar net. Wie honderd jaar geleden naar de dokter ging, kreeg vooral een behandeling die de geneesheer logisch leek. En dus behandelden medici hun patiënten onder meer met verslavende heroïne (bij hoesten), giftige arsenicumdruppels (bij zenuwpijn) of kankerverwekkende röntgenstralen (polio), aldus een opsomming in het Tijdschrift voor de Geneeskunde.

Zelfs met de modernere geneesmiddelen van die tijd was helaas weleens wat mis. Medisch historicus Timo Bolt van het Erasmus MC pakt er een boek bij waarin enkele blunders staan. Zo stierven er in 1937 bijna honderd kinderen in de Verenigde Staten aan sulfanilamide. Een in principe goed antibioticum, maar helaas opgelost in een nooit op veiligheid geteste vloeistof.

Het keerpunt

Als de schandalen zich opstapelen, vertelt Bolt, komt er een kritische beweging op gang. Onwerkzame behandelingen moeten stoppen, vinden overheden. En zo geeft de Britse overheid de statisticus Austin Bradford Hill in de jaren veertig de kans om een grootschalig medisch experiment op te zetten. Hij laat voor het eerst toeval bepalen of een groep tuberculosepatiënten een populair nieuw of een oud middel slikt. Belangrijk: ook de behandelende artsen weten niet wie wat krijgt, om te voorkomen dat ze bepaalde patiënten een andere dosis geven, of sommige liever het nieuwe middel gunnen. Bradford Hill ontdekt verrassend genoeg dat het bejubelde nieuwe middel na drie maanden even matig werkt als de oude behandeling.

Deze zogeheten randomised controlled trials beginnen dan in sneltreinvaart te verschijnen. Artsen moeten er aanvankelijk niet veel van hebben, vertelt Bolt, juist omdat ze hun klinische kennis buitenspel gezet zien.

Toch gaan ze langzaam overstag. De geneeskunde van na de jaren vijftig wordt namelijk steeds ingewikkelder. Om maar wat te noemen: kanker en hart- en vaatziekten zijn zo onvoorspelbaar dat cijfers, statistiek en grote trials als enige kunnen onthullen of bepaalde middelen wel of niet de bloeddruk verlagen of een tumor doen krimpen. En het is dezelfde medische statistiek die overtuigend onthult dat het slaapmiddel softenon kinderen misvormd ter wereld doet komen.

Hoe staat het er nu voor?

De ‘afschafgeneeskunde’, ofwel evidencebased medicine, heeft heel wat overbodige behandelingen gescheeld. Maar ergens mee stoppen blijft lastig, zegt Lotty Hooft, epidemioloog aangesloten bij het Cochrane Instituut in Utrecht. ‘Artsen vinden het moeilijker om een oude behandeling op te geven dan een nieuwe op te pakken’, zegt ze. ‘Stoppen met buisjes bij kinderen ging bijvoorbeeld best moeizaam.’

Toch draait evidencebased geneeskunde niet alleen om kille cijfers, zeggen Hooft en Bolt. In de moderne opvatting moeten ook de medische geschiedenis en de voorkeur van een patiënt meewegen om te bepalen of een behandeling zinnig is. En daar kan ons zorgsysteem nog wel ietsje beter, vindt Hooft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden