Overbodige boekensoort

Als ik moedeloos ben, denk ik aan het Liber Amicorum, het Vriendenboek, het Festschrift, zoals het in academische kring ook wel heet, en ik heb meteen het vermogen mezelf te herschikken naar enig geloof in het volgende uur....

Waarom is de boekensoort zo moedeloos makend? Daar is allereerst de plichtmatigheid. Een afscheidnemende hoogleraar moet er een krijgen. Een paar van zijn collega's moeten zich met de samenstelling belasten. Dat is honds ondankbaar werk. Niemand levert het gevraagde stuk op tijd in. Zeuren en bedelen moet je. Als de samenstellers de stukken hebben gelezen - samen een ratjetoe van onderwerpen, losse draden uit vele specialismen - verliest alleen de domste onder hen (die is ook de ijdelste) niet zijn geloof in het hele boek. De samenstellers moeten heel wat aan de stukken opknappen en over de opknapbeurt weer bellen met de schrijver. 'Wij laten lijken lachen', zei eens een doodvermoeide samensteller tegen mij. Misschien het meest droevigmakende aan een Liber Amicorum is de titel, die bijna altijd gezocht is. Wat een duikerse vent herinner ik mij en Bon jour, Neef, ghoeden dagh, Cozijn; het zijn toevallig beide Nijmeegse publicaties.

De vriend van alle vrienden ontvangt het boek bij een academische plechtigheid. Hij doet verrast, al is het geheim allang uitgelekt. Dat weet iedereen. Hij is blij. Ik heb velen gelukkig zien staan met het boek in de hand. Mooi geluk, maar soms ook doorzichtig. In de verte ziet men het relativisme dat aan de universiteiten goed vertegenwoordigd is. De vriend heeft zelf aan heel veel van die boeken meegewerkt. Hij weet de achtergronden en denkt daar nu even aan. Hij houdt de lach vol. Wij in de zaal ook. We denken even niet aan later.

Later: dat zijn de lezers die uitblijven, de recensies die niet verschijnen, de verkoop die er niet is. Na die ene glorieuze middag bestaat het boek niet meer, alleen in de bibliotheken. Na jaren wordt er naar één bijdrage soms verwezen in een noot bij een ander artikel in een ander Liber Amicorum.

Ik heb nog al eens in een Liber Amicorum geschreven. Ik had het kunnen laten. De stukken zijn in het niets verdwenen. Over geen van die boeken heb ik ooit een letter gelezen. Dat maakt je er niet energieker op. Tweemaal beving mij bij het schrijven voor zo'n boek een zo diep invretende moedeloosheid, dat ik het stuk niet heb afgeschreven.

Eenmaal heb ik zelf een Liber Amicorum samengesteld. Voor een goede vriend heb je veel over. Het verscheen te laat, maar iedereen was ook te laat, één auteur uitgezonderd; die schreef ook het beste stuk. Van een stuk stelde de auteur mij voor de eerste helft maar weg te laten, toen ik de lichte overbodigheid ervan meende te moeten vaststellen. Er bleef niet veel over.

Ik heb nog nooit een Liber Amicorum helemaal gelezen. Dat is niet alleen gevolg van elk gebrek aan samenhang - A. schrijft over Vestdijk, B. meteen daarna over de bilabiale 'w' in Katwijk - maar vooral van de vergaande detaillering van de meeste onderwerpen, als de oorzaak niet de kennelijke onbelangrijkheid van het onderwerp is. Bijna alle stukken zijn aanzet tot, bijdrage tot, soms zelfs krijg je een aanzetje tot een dissertatie te lezen. Al die voorlopigheden lezend heb ik wel eens gedacht aan het Liber Amici, een heel boek van een hele vriend dat een geleerde krijgt. De taak van alle collega's is de schrijver vrij te stellen en dan aan te moedigen. Een schitterend wetenschappelijk werk met het feestelijk karakter van een groot essay is het resultaat. En de hele aula verheugd zich erop het te gaan lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden