Oplevende economie is een zegen voor de archeologie

De nederlandse grond bevat nog veel schatten

In volgebouwd Nederland zijn ook dit jaar weer veel archeologische vondsten gedaan.

Je zou zeggen: Nederland, hoopje zand op de wereldkaart, daarvan hebben we onderhand elke millimeter al drie keer omgespit. Maar nee. Ook dit jaar gaf de Hollandse bodem de ene na de andere archeologische schat prijs.

Met als grootste sensatie: een compleet scheepskerkhof in de uiterwaarden van de Maas bij Dreumel. Twaalf schepen, uiteenlopend van een vroegmiddeleeuwse aak tot een laat-Romeinse kano, kwamen er aan het licht. Maar ook vond men er mensenbotten, wapens, prehistorisch aardewerk en mammoetresten.

Er was meer. Een buitengewone vindplaats bij Tiel: van grafheuvels uit de bronstijd tot duizenden voorwerpen uit de Romeinse periode. Bij Nieuwegein verlekkeren archeologen zich over nieuw ontdekte bewoningsresten van de zogeheten Swifterbantcultuur, een beroemde, 6000 jaar oude overgangscultuur tussen jager-verzamelen en landbouw. Bij Haps kwamen 20 prehistorische boerderijen tevoorschijn, in Uden rondde men de opgraving af van 29 vroegmiddeleeuwse graven, bij Lienden kwam een muntschat van 40 goudstukken uit de bodem en bij Amersfoort legden experts de stompjes bloot van een compleet prehistorisch bos. Je verwacht het niet, in het met provinciale wegen en bedrijventerreinen betegelde Nederland.

Maar dat is het nu juist, denkt Luc Amkreutz, conservator prehistorie van het Rijksmuseum van Oudheden. 'De economie trekt aan, er wordt meer gebouwd. En door het Europese verdrag van Malta moet er dan archeologisch vooronderzoek plaatsvinden.' Een andere reden voor de archeologische drukte is de toegenomen publieke belangstelling, denkt hij: 'Er is bij archeologen nieuwe energie om vondsten te delen met het publiek: kijk, dit is ook jullie erfgoed. Daardoor krijgen vondsten meer aandacht.'

Zwaard van Ommerschans

Amkreutz kan daarover meepraten: deze zomer kocht zijn museum voor 550 duizend euro het 'zwaard van Ommerschans' terug, een beroemd ritueel zwaard uit de bronstijd dat al in de 19de eeuw werd opgegraven en in Duits particulier bezit was.

De koek is nog lang niet op, denkt Amkreutz. 'We beseffen zo onderhand dat Nederland in archeologisch opzicht redelijk uniek is. Door de rivieren en de kust zijn we vanouds een aantrekkelijk vestigingsgebied geweest. Dat zie je terug in het bodemarchief.'

Meer over