Op zoek naar buitenaards leven

Er zijn zo ontzaglijk veel planeten met gunstige condities, er moet haast elders leven zijn. Maar zie er maar eens te komen.

Artist impression vanaf het oppervlak van één van de door Belgische sterrenkundigen ontdekte planeten. Beeld ESO/M. Kornmesser

Bijna alle sterren die lijken op de zon, hebben planeten. Maar die zijn lang niet allemaal aarde-achtig. Ongeveer een op de zes sterren (17 procent) in het Melkwegstelsel heeft een planeet ter grootte van de aarde, blijkt uit de data die ruimtetelescoop Kepler de afgelopen jaren heeft verzameld. De Melkweg telt ongeveer 100 miljard sterren, wat betekent dat er in theorie 17 miljard aarde-achtigen zijn.

Hoeveel daarvan hebben mogelijk leven?

Rotsachtige hemellichamen als aarde en Mars hebben de beste papieren. Gunstig is dat deze het vaakst lijken voor te komen, ook in de leefbare regio rond een ster, een denkbeeldige ring rond de ster waarin de temperatuur gunstig is. Aangezien er water in overvloed is in het universum, is de kans op leven elders zo goed als zeker, denken veel astronomen. We moeten het alleen nog even vinden.

Wanneer ontdekken we het?

Binnen tien jaar vinden we sterke aanwijzingen, aldus hoofd wetenschappelijk onderzoek bij NASA Ellen Stofan vorig jaar. Tussen twintig en dertig jaar tijd zullen we het zeker weten, stelt ze.

Hoe dan?

Een belangrijke, maar niet de enige, aanwijzing voor leven is als er sprake is van een atmosfeer waarin flink wat zuurstof - zeg 20 procent - voorkomt. Als er dan ook nog methaan wordt ontdekt, is het zo goed als zeker dat er enige vorm van leven heerst, aldus een studie vorig jaar in The Astrophysical Journal. Vanaf 2018 komen we meer te weten over de atmosfeer van exoplaneten, want dan gaat de James Webb-ruimtetelescoop, die nu zijn voltooiing nadert, de samenstelling van hun dampkring onderzoeken.

Als astronomen aan de hand daarvan bewijs vinden voor buitenaards leven, weten we nog niet of dit bestaat uit eenvoudige bacteriën, of dat sprake is van een hoogontwikkelde levensvorm als de onze. Om dit te ontdekken kan worden geluisterd, bijvoorbeeld naar radiosignalen, zoals het Breakthrough Listen-project poogt, dat vorig jaar is geïnitieerd door de Russische miljardair Joeri Milner.

Alleen: het is niet zeker dat hoogontwikkelde samenlevingen gebruik maken van radiosignalen. Mogelijk hebben aliens wel hun eigen vorm van SBS6 gekend, maar zijn ze na een tijdje afgestapt van deze vorm van communicatie, misschien zoals de aardse mensheid dat ooit ook zal doen. Wellicht is er dus maar een periode van enkele tientallen decennia dat ontwikkelde samenlevingen radiosignalen uitzenden, wat de kans op ontdekking sterk verkleint.

Daarnaast zijn de meeste alledaagse radioactiviteiten te zwak om de enorme afstand in de Melkweg te kunnen overbruggen. Met gevoelige apparatuur moeten signalen zijn op te pikken van ongeveer een miljoen sterren (en hun planeten) op maximaal duizend lichtjaar afstand.

Naast luisteren kan ook worden gekeken naar energieverbruik. Elke ontwikkelde samenleving zal energie verbruiken, en dat zal resulteren in restwarmte die als infraroodstraling het heelal ingezonden zal worden. Die kan hier in principe worden gedetecteerd.

Eureka! We ontdekken hebben een hogere levensvorm ontdekt. Kunnen we op bezoek?

Een bemande vlucht naar het nu ontdekte planetenstelsel is uitgesloten. Het stelsel staat op 40 lichtjaar afstand en de reis zou met een 'gewone' raket honderdduizenden jaren vergen. Zelfs met voortstuwingstechnologieën die in de toekomst mogelijk lijken, zal de reis nog zomaar 40 duizend jaar duren.

Onbemand bezoek is wellicht wel mogelijk. Denk aan de recentste plannen van Milner en Stephen Hawking, die een zwerm satellietrobots richting Alpha Centauri willen sturen, het dichtstbijzijnde sterrenstelsel op ruim vier lichtjaar afstand. Duizenden kleine zeilscheepjes willen ze maken, van enkele grammen zwaar, met een zilveren zeil, dat vanaf aarde wordt aangestraald door krachtige lasers, die ze in een paar seconden tot eenvijfde van de lichtsnelheid opstuwen. Dan duurt de reis naar Alpha Centauri twintig jaar.

Willen we met deze (onbewezen en zeer gecompliceerde) technologie naar de nu ontdekte kansrijke exoplaneten, dan duurt de reis ondanks de onvoorstelbare snelheid van 60 duizend kilometer per seconde nog altijd zo'n tweehonderd jaar. Vervolgens moeten we nog 40 jaar wachten op de foto's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden