Op naar mars

Wat zou je je tevreden stellen met de aarde als je de ruimte in kan? In de woestijn van New Mexico wordt serieus gewerkt aan een missie naar Mars. Op bezoek bij de hemelbestormers.

Apollo 11, de eerste maan-missie in 1969. Beeld reuters
Apollo 11, de eerste maan-missie in 1969.Beeld reuters

We zijn in het voorportaal van de kosmos. Het is er onwezenlijk stil en leeg. Tot zover het oog reikt, is er het hemelgewelf. Boven ons, voor ons, achter ons, naast ons. Van horizon tot horizon is er alleen het kale, vlakke landschap, met in de verte de toppen van een bergketen. Het voelt alsof wij hier op de drempel staan van het immense Niets.

Het ruige terrein doet onze pick-uptruck schommelen als een maanwagentje. Van achter het stuur kijkt Chad Rabon opzij. Hij begint te vertellen over de zonderlinge wezens die hij tegenkomt op deze bijna onaardse plek. 'Dan zit je tegenover iemand die je recht in de ogen kijkt en doodnuchter zegt: wij gaan Mars koloniseren. Ongelooflijk. De diepe overtuiging waarmee ze daar elke dag aan werken, de klok rond. Het is voor hen niet of, maar wanneer.'

Rabon is operationeel directeur van Spaceport America, een fonkelend nieuwe ruimtevaartbasis in de woestijn van de Amerikaanse staat New Mexico. Het is een futuristisch complex in een adembenemende omgeving. Geen plek op onze planeet die zo dicht het terrein op Mars benadert, wordt gezegd.

In harmonie

Ook de gebouwen lijken een voorschot te nemen op hoe een menselijke nederzetting op de Rode Planeet eruit zou kunnen gaan zien. Ze harmoniëren volmaakt met de omliggende natuur.

De hangar is vanaf de ingang zelfs niet te herkennen. Pas als we erop afrijden, rijst uit de grond langzaam iets op dat lijkt op het bolvormige schild van een schildpad. Het is een dak, met daaronder een gebouw van drie verdiepingen. Het ligt aan een in de diepte gelegen start- en landingsbaan, die zich ontvouwt met de majesteit van een Stairway to Heaven.

Straks vertrekt hiervandaan de WhiteKnightTwo, met tussen zijn vleugels SpaceShipTwo. Het vliegtuig brengt het ruimteschip met zijn twee piloten en zes passagiers naar een hoogte van 15 kilometer. Daar wordt het losgelaten. Voortgestuwd door een raketmotor stijgt het met driemaal de snelheid van het geluid naar 100 kilometer hoogte. Daar, buiten de atmosfeer, aan de rand van outer-space, openbaart zich voor de ruimtetoeristen in volle glorie het heelal. Ze zien de kromming van de aarde, ervaren de intense stilte van de kosmische ruimte en zijn een paar minuten gewichtsloos voordat het ruimteschip in een boog terugglijdt naar de aarde.

Een ticket voor 200 duizend dollar

WhiteKnightTwo en SpaceShipTwo zijn van Virgin Galactic, het commerciële ruimtevaartbedrijf van de Britse miljardair Richard Branson. Hij hoopt dit jaar als eerste de 'suborbital hop' te maken. De prijs van een ticket: 200 duizend dollar. Branson heeft de hangar gehuurd voor twintig jaar. Het gebouw dat aan de achterkant uit een aarden wal lijkt te komen en aan de voorkant een grote wand heeft van geblindeerd glas, wordt de terminal voor een nieuwe reizigerscategorie: de ruimtepassagier.

De hangar is verboden gebied. De magie moet bewaard blijven, vindt Virgin Galactic. Chad Rabon rijdt eromheen en draait de start- en landingsbaan op, vier kilometer lang en zestig meter breed. 'Dit is geen runway', zegt hij, 'maar een spaceway.' Vanaf de achterbank spoort David Wilson, de mediaman van Spaceport, hem aan te versnellen.

De strook van lichtgrijs cement strekt zich voor ons uit, ogenschijnlijk tot in het oneindige. De sensatie van ruimte werkt als een magneet, en niet alleen Wilson voelt haar trekken, maar Rabon laat zich niet gek maken, keert om en slaat een andere weg in.

Hij wijst op een paar bouwketen. Ze lijken lukraak neergekwakt. Maar de schijn bedriegt: ze zijn de vooruitgeschoven post van een andere miljardair-visionair, Elon Musk. Zijn ruimtevaartonderneming SpaceX gaat hier dit voorjaar de herbruikbare versie van de Falcon 9-raket testen.

Richard Branson. Beeld afp
Richard Branson.Beeld afp

Het begin van een Mars-missie

We rijden naar de in aanbouw zijnde testsite, een rit van acht kilometer door een droog landschap vol yuccaplanten en tumbleweeds. Een stofwolk kondigt onze komst aan, maar de latino-bouwvakkers kijken niet op of om. Gestaag werken ze door aan de fundamenten van het lanceerplatform. Een onwerkelijke gedachte dringt zich op: wat we hier zien, deze voorovergebogen mannen met bouwhelmen, is misschien wel het begin van een missie naar Mars.

Want daar wil Musk als 'rocketeer' uiteindelijk naar toe. Het moet hoger en verder. Dat willen niet alleen hij en Branson, maar ook Jeff Bezos van Amazon, die met raketten experimenteert op zijn ranch in Texas. Ze hebben geld - Musk werd rijk met online-betalen, Branson met vliegtuigen, Bezos met online-winkelen - maar ook verbeeldingskracht en een brandend verlangen nooit eerder verkende gebieden te betreden. Ze zijn hemelbestormers, figuurlijk en letterlijk.

De energie is dezelfde als die Silicon Valley tot de voorhoede van de technologische revolutie heeft gemaakt. Er zijn nauwe banden: Musk is daar groot geworden en er zitten durfkapitalisten als Tim Draper en Steve Jurvetson,die bereid zijn te investeren in ruimteprojecten. 'Als Elon Musk naar Mars wil, dan denk ik meteen: hoe kan ik helpen?', zegt de flamboyante Draper. Zijn partner Jurvetson is een echte ruimtegek. Zijn kantoor in Menlo Park staat volgestouwd met memorabilia uit de ruimtevaartgeschiedenis, zoals het bedieningspaneel van een Sojoez-ruimtevaartuig.

Buzz Aldrin in de Apollo 1969. Beeld reuters
Buzz Aldrin in de Apollo 1969.Beeld reuters

'Ik wil ergens naartoe!'

Bij dit soort mannen vindt Musk een gewillig oor als hij meer wil dan alleen maar de volgende app. Een vroegere zakenpartner van hem klaagt dat Silicon Valley niet ver genoeg gaat: 'We wilden vliegende auto's, we kregen 140 tekens.' Dat verzuim wil Musk goedmaken. De ruimte moet de overtreffende trap in visionair denken worden.

Dat vinden ook anderen in Amerika. Neil de Grasse Tyson, hoofd van het Hayden Planetarium in het Museum of Natural History in New York, bespot het Amerikaanse ruimtevaartprogramma van de laatste jaren. De Space Shuttle, het internationale ruimtestation ISS, de Hubble Ruimtetelescoop - gemier in de marge. 'NASA heeft ons doen geloven dat dit de ruimte is. Voor mij is dat niet de ruimte. Ik wil ergens naartoe! Dát is de ruimte. Neem me mee naar Europa (een van Jupiters manen, red.) en ik meld me meteen aan', zegt de astrofysicus in The New Yorker.

Met zijn verlangen naar het onbekende staat Tyson in een lange menselijke traditie van exploreren en expanderen. Van oudsher trokken mensen eropuit om de wereld te ontdekken en hun woongebied uit te breiden. De aarde is nu verkend, hoog tijd voor de ruimte. 'Het prikkelt de fantasie. Wij hebben altijd naar de lucht gekeken en ons afgevraagd: hoe kan ik vliegen? Het zit diep in de menselijke natuur en psyche om vooruit te willen, naar plekken waar nog nooit iemand is geweest. Vliegen is inmiddels heel gewoon - hetzelfde moet met ruimtereizen gebeuren', zegt Christine Anderson, hoofd van de New Mexico Space Authority, de overheidsinstantie die Spaceport America exploiteert. Neil Armstrong zette voet op de maan. ' De mensheid is toe aan de volgende stap', vindt zij.

Geen kant op

Anderson is 66 en werkte als civiel ingenieur jarenlang voor de Amerikaanse luchtmacht. Voor haar is de ruimte een braakliggend terrein dat nodig in cultuur moet worden gebracht. Staccato somt ze op wat er mogelijk is: toerisme, het winnen van mineralen, het onschadelijk maken van gevaarlijke asteroïden en het verkorten van reistijden door gebruik van de ruimte, zodat je in twee uur van Los Angeles naar Sydney kunt vliegen.

En nog iets anders, zegt Anderson: 'Musk wil naar Mars vanwege de kans dat er iets gebeurt met de aarde.'

Want wat kan ons allemaal niet overkomen? Een botsing met een niet te stoppen asteroïde, de uitbarsting van een supervulkaan, de uitbraak van een gemanipuleerd virus, een catastrofale verandering van het klimaat, een kernoorlog. Om zulke rampen te kunnen overleven, moet de mens een multiplanetair wezen worden, betoogt de miljardair. We willen toch niet, zeggen ook anderen, dat het met ons afloopt zoals met de dinosaurussen, die volgens een populaire theorie uitstierven na een meteorietinslag. 'Dinosaurussen bestaan niet meer omdat ze geen ruimteprogramma hadden', merken zij half-schertsend op. Op zoek dus naar een nooduitgang, naar een uitwijkplaats in de kosmos. Anderson ziet dat helemaal zitten: 'Nu kunnen we geen kant op.'

Iets doen voor de mensheid

Stuk voor stuk beschikken de ruimteavonturiers over een rijk voorstellingsvermogen. Romantici zijn het. Anderson ontkent het niet. 'Het is niet gewoon een baan. We willen iets doen voor de mensheid.' Ze heeft het over de toekomst, maar er valt niet aan de indruk te ontkomen dat ook het verleden meespeelt: nostalgie naar het Amerika van president Kennedy. Hij daagde het land in 1961 uit voor het eind van de jaren zestig een man op de maan te laten landen en dat lukte. Anderson zat op de universiteit en wilde net als veel anderen ingenieur worden. 'Lange tijd hadden we dat niet meer: dat gevoel van pushing the frontier, de wil om grenzen te verleggen. Maar het komt terug.'

In New Mexico spreken ze al van de Second Space Age, het tweede ruimtevaarttijdperk. Dat is niet zozeer te danken aan NASA, het Amerikaanse ruimtevaartagentschap, dat zijn inkomsten heeft zien inkrimpen van 4 procent van de federale begroting tot 0,5 procent. De drijvende krachten zijn deze keer vrije ondernemers als Branson, Bezos en Musk.

'Het is het nieuwe paradigma', zegt de 56-jarige David Wilson, terwijl hij in de zon een beetje zit weg te dromen voor de koepel waarin het operatiecentrum is gevestigd. Hij kijkt naar de terminalhangar verderop. 'Stel je voor: straks zitten we hier en komen er mensen terug uit de ruimte. Het is dezelfde dynamiek als ooit bij vliegtuigen. Toen: wie vliegt er het eerst over de oceaan? Nu: wie doet het eerst dit en het eerst dat in de ruimte? De geschiedenis herhaalt zich.'

Het begint met de droom. Musk is een liefhebber van de sciencefiction van Isaac Asimov, Rabon vertelt hoe zijn controlekamer is gemodelleerd naar films als Avatar. Zoals vaker lopen in Amerika fictie en werkelijkheid in elkaar over, zonder dat je precies weet wat er het eerst is. De realiteit was voor Rabon overigens moeilijk genoeg: de 213 miljoen dollar die nodig waren voor het bouwen van Spaceport moest deels komen van de belastingbetalers. Ruimtevisioenen zijn mooi, maar wel eerst op de grond alle buurthuizen af. 'Was moeilijk. Dit is een van Amerika's armste staten. Het vooruitzicht van banen, toeristen en scholing overtuigde de bevolking.'

Op naar Mars

In Nederland maakt het bedrijf Mars One plannen voor een bemande reis naar de Rode Planeet in 2025. Het wil daar een nederzetting bouwen. Er waren tweehonderdduizend aanmeldingen. Opmerkelijk, aangezien het project niet voorziet in een retourtje aarde.

Alleen al de reis van zes tot acht maanden naar Mars is een beproeving. Hoe om te gaan met de verveling? Het is een van de dingen waarop marsreizigers voorbereid moeten worden. Mars One denkt aan een training van zeven jaar.

Bas Lansdorp, medeoprichter van het bedrijf, wil al over elf jaar de eerste mens op Mars laten landen, tien jaar eerder dan Buzz Aldrin. 'Wij kunnen sneller zijn omdat we er blijven. Daardoor volstaat bestaande technologie. Aldrin wil samenwerken met de Amerikaanse overheid en die staat op een retourmissie. Dat kost tijd.'

De tweehonderdduizend mensen die zich hebben aangemeld, zijn teruggebracht tot duizend. Uit deze groep kiest Mars One de astronauten. Lansdorp: 'Het is de belangrijkste verkiezing aller tijden. Over honderd jaar weet iedereen wie de eerste mens op Mars was.'

De eerste commerciële ruimtevaartbasis

Spaceport is de eerste commerciële ruimtevaartbasis in de Verenigde Staten die speciaal voor dat doel is gebouwd. Nu moet ze operationeel worden, te beginnen met de raketproeven van Musk. Rabon roemt nogmaals de pioniersgeest van dit soort mensen. 'Ze proberen gewoon te doen waarvan ze dromen. Een mislukking is niet erg. Als je het niet hebt uitgeprobeerd, blijf je je maar afvragen of iets had gekund of niet. Liever o, wat jammer, dan wat als... Dat is een mooie leefregel.'

Wilson brengt de gast terug naar de bewoonde wereld, een rit van drie kwartier door de woestijn. Die zit vol, zegt-ie en passant, met ratelslangen, poema's en wolven. Hier en daar grazen koeien en is een eenzame ranch te zien. Het is het hart van het oude Wilde Westen, het land van Billy the Kid. Een ruig gebied, waar ooit kooplieden en kolonisten door trokken op weg naar handel en een beter leven. Jornada del Muerto, de Reis van de Doden, noemden de Spanjaarden dit deel van de route, omdat velen de tocht niet overleefden door watergebrek of de indianen.

Later kwamen raketwetenschappers hier hun raketten testen, onder meer op de White Sands Missile Range. Velen van hen waren eh... Duitsers, zegt Wilson, ietwat aarzelend om het woord 'nazi's' te vermijden. In juli 1945 werd in deze woestijn de eerste atoombom tot ontploffing gebracht. Wilson is er geweest. 'Griezelig', zegt-ie. De straling is er laag, maar de geigerteller reageert wel. 'Ik moest er niks van hebben.'

Het gebied blijft mensen trekken die vooruit willen, nieuwe dingen willen uitproberen. Die drang is onuitroeibaar, ook al eist de woestijn soms haar tol. De ruimtepioniers van Spaceport zijn de volgende in de rij, aangetrokken door de hier veelal onbewolkte luchten, het voor de burgerluchtvaart gesloten luchtruim en de hoogte. De eerste mijl naar de ruimte is gratis, zegt Wilson lachend.

Hij zet de gast af bij zijn hotel in Truth or Consequences. Een stadje aan de Rio Grande, dat zijn curieuze naam dankt aan een spelletjesprogramma. Het staat bekend om de natuurlijke warmwaterbronnen, waar vroeger al de Apache-indianen kwamen om te baden en hun wonden te verzorgen.

's Avonds rijden we terug naar Spaceport. Boven ons de sterrenkoepel. De halve maan dompelt het woestijnlandschap in een magische gloed. Het is alsof de hemelpoort zich uitnodigend opent. We denken aan wat we Anderson vroegen. Is het haalbaar: 2035 Mars? Zeker, zei ze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden