Op het laatst blijven zelfs zeepresten in de gaatjes van de afvoer steken

Onder in de wasbak zit een gat. Dat gat bestaat uit meerdere gaatjes, die moeten voorkomen dat de afvoerpijp verstopt raakt....

Theo Jansen

Het plaatje met de gaatjes is een beginnende verstopping. Een verstopping heeft een zichzelf versterkend karakter. Als ze eenmaal groeit, is ze niet te stuiten.

Ervan uitgaande dat de gootsteen ooit zal verstoppen, is het wijs om die verstopping binnen handbereik te laten plaatsvinden. De stroming gaat door de gaatjes en omdat de gaatjes klein zijn, is de kans groot dat er stukjes in blijven steken. In het afvalwater zitten voorwerpjes (zoals lucifers), en stukjes (rijstkorreltjes). De afvoer is een soort zeef. Geen statische zeef, hij verandert. De gaatjes worden steeds kleiner. Hoe verder de tijd schrijdt, hoe fijner de zeef. Op het laatst blijven zelfs zeepresten erin steken. Er komt een moment dat superkleine voorwerpjes als watermoleculen er niet meer door kunnen. De verstopping is compleet.

Een rivier werkt andersom. Als er eenmaal bedding is, zal deze uitslijten. De gaten, de beddingen, zuigen het water aan. Een rivier is een magneet voor regenwater. En de zee is magneet voor het water uit de rivieren.

Kleine rivieren zoeken elkaar op en vormen samen een brede rivier. Hoe de kleine rivieren elkaar vinden, lijkt een mysterie, maar is makkelijk te herleiden.

Stel, je laat een computer willekeurige kronkellijnen tekenen op het scherm. Hoe je het wendt of keert; die lijnen zullen elkaar soms kruisen. Er is dus al een statistische kans dat riviertjes elkaar vinden. Maar in een landschap zal een rivier zichzelf nooit kruisen. Er zou dan een escheriaanse situatie ontstaan waarbij het water in een kring stroomt. Energetisch gezien onmogelijk.

Nee, een echt landschap heeft iets geheimzinnigs. Het water vindt de zee, zonder navigatiemiddelen, zonder TomTom. Het neemt niet de kortste route, het meandert, maar zeker is dat de bestemming bereikt wordt. Met het water reist een soort boekhouder mee die bijhoudt hoeveel het water aan hoogte inlevert. De richting die het water kiest, wordt bepaald door het laagste punt in de nabije omgeving. Als die boekhouding precies wordt bijgehouden (en dat wordt-ie), komt het water merkwaardigerwijs vroeg of laat in zee.

Nu is een landschap niet statisch. De beddingen worden dieper en de verstoppingen versterken zich. Het water wordt gebundeld en weet het landschap naar zijn hand te zetten.

Aan dit feit is het te danken dat het regenwater niet over de hele breedte van het land naar zee stroomt. Zonder zich versterkende verstoppingen en zonder zich verdiepende beddingen zou Nederland uitsluitend uit rivier bestaan. Niet diep, wel breed.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden