Op de wachtlijst om ontslagen te worden

Zo lang mensen als Ronald niet kunnen uitstromen, groeit ook de wachtlijst aan de voordeur

Ruim 12,5 duizend psychiatrische patiënten wachten op een plekje. Niet om opgenomen te worden, maar om de instelling úít te mogen. Ronald (47) uit de ggz-instelling in Haarlem gaat van wachtlijst naar wachtlijst.

Ronald: `Hier hoor ik de vogeltjes fluiten en kan ik altijd mijn problemen aankaarten.' Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ronald (47) wil naar huis. De rashaarlemmer van bijna twee meter, een doorleefde kop en piercings in zijn oren, knikt naar het gebouw achter hem. Daar is zijn eenpersoonskamer, op de open afdeling van de psychiatrische instelling GGZinGeest, net buiten Haarlem. 'Vanaf het begin heb ik een strijd geleverd om hier weg te komen', zegt Ronald. 'Ik ben zeventien jaar voorman geweest en hier gingen snotneuzen me vertellen hoe ik mijn bed moest opmaken.'

Ronald wil niet met zijn achternaam in de krant. Hij denkt dat hij daar last van kan krijgen bij het zoeken van een baan. Straks, wanneer hij het afgeschermde terrein eindelijk mag verlaten.

Want na tien jaar in verschillende psychiatrische instellingen gaat het beter met Ronald. Zo goed dat zijn behandelend arts vindt dat hij zelfstandig kan wonen. Alleen: hij kan nergens terecht. En dus mag hij niet worden ontslagen uit de psychiatrische instelling.

In Nederland zitten ruim 12,5 duizend psychiatrische patiënten te lang in ggz-instellingen, volgens cijfers van GGZ Nederland. Ze zijn daar 'onnodig lang' volgens een rapport van het Zorginstituut Nederland. Verblijf is niet meer medisch noodzakelijk omdat de behandeldoelen zijn gehaald. Toch blijven ze in de instelling wonen, omdat er geen andere plek is waar ze naartoe kunnen gaan.

Tekst gaat verder onder afbeelding.

'Dit is absoluut geen slechte plek om opgenomen te zitten, maar het blijft heftig. Veel mensen ervaren een opname als traumatisch.' Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dat geeft risico op verdringing, schrijft het Zorginstituut: zo lang mensen als Ronald niet kunnen uitstromen, groeit ook de wachtlijst aan de voordeur. De wachttijden stijgen de laatste jaren gestaag. Volgens een steekproef van GGZ Nederland duurt bij de helft van de instellingen de wachttijd tot een intakegesprek langer dan de maximaal aanvaardbare norm.

Ronald staat nu ruim een jaar op de wachtlijst voor een woonplek buiten de psychiatrische instelling. Hij is niet de enige en zeker niet de langst wachtende. Binnen de instelling waar hij zit zouden ruim twintig van de pakweg hondertwintig patiënten zelfstandig kunnen wonen. Zij moeten gemiddeld drie tot vier jaar wachten. Wie geluk heeft, krijgt binnen een paar maanden een plek toegewezen. Wie pech heeft, staat acht jaar op de wachtlijst.

Traumatisch

'Voor cliënten is het wachten verschrikkelijk', zegt Elly Driebergen. Als plaatsingscoördinator zoekt zij passende vervolgtrajecten voor patiënten zoals Ronald. 'Dit is absoluut geen slechte plek om opgenomen te zitten, maar het blijft heftig. Veel mensen ervaren een opname als traumatisch.'

Giel Hutschemaekers, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit, wijst op de schadelijke bij-effecten van hospitalisering. 'Door een opname worden mensen helemaal afhankelijk van het systeem. Als iemand je dag in dag uit vertelt wat goed voor je is, leer je af om zelf na te denken.'

Onder andere ingegeven door het idee dat psychiatrische patiënten beter in de maatschappij kunnen herstellen, zijn ggz-instellingen de laatste jaren bedden aan het afbouwen: in 2020 is nog eenderde van het aantal bedden uit 2008 over. Maar de patiënten moeten wel ergens naartoe kunnen.

Wie zoals Ronald vanuit de open afdeling zelfstandig mag wonen, en geen familie heeft om naartoe te gaan, heeft grofweg twee opties. De eerste is een woonplek bij de Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW), waar mensen met langdurige psychiatrische problemen in huis begeleiding krijgen. Een tweede optie is een sociale huurwoning. Via een zogeheten urgentieverklaring kunnen patiënten voorrang krijgen op een bepaald aantal woningen binnen de gemeente.

Ronald: 'Bij de RIBW zeiden ze meteen dat het sowieso twee jaar wachten is om binnen te komen. Waarschijnlijk vier.' Er is inderdaad een wachtlijst, zegt Rob de Jong, bestuurder bij beschermd wonen in de regio Haarlem. Want ook bij beschermd wonen zijn ze bedden aan het afbouwen. Gelukkig maar, zegt De Jong. Hij ziet patiënten het liefst in de maatschappij herstellen. 'Ik snap dat ze bij de GGZ zeggen, ga maar beschermd wonen. Maar het is voor de meeste mensen niet meer van deze tijd.'

Doorstroming

Er is niet alleen een wachtlijst om in de RIBW te mogen wonen; maar ook om er weer uit te komen. Zo'n tweeduizend mensen wachten op een plek buiten het beschermd wonen, volgens brancheorganisatie Federatie Opvang. Net als bij de ggz loopt de doorstroming vast. Dat verhoogt ook de druk op de tweede wachtlijst waarop Ronald staat: voor een zelfstandige huurwoning.

De Haarlemse wethouder Jur Botter, die de portefeuille zorg heeft, spreidt zijn armen. Passende huisvesting is een taak van de gemeente. 'Het zijn niet alleen mensen uit de ggz die een woning zoeken, maar ook ex-gedetineerden, statushouders, mensen die uit de maatschappelijke opvang komen. Het gaat uiteindelijk om wonen, wonen, wonen. Dat zit allemaal op slot.'

Zeshonderd woningen, zegt hij. Dat zou voor de regio voldoende zijn om iedereen te huisvesten. Maar waar kan in een volle stad als Haarlem nog worden gebouwd? De woningen moeten betaalbaar zijn, omdat oud-patiënten in een armoedeval terechtkomen: opeens moeten ze, vaak zonder werk, alles zelf betalen. 'Aan de andere kant wil je kwetsbare wijken niet nog kwetsbaarder maken door er veel ex-patiënten te plaatsen.'

Een eigen plekje betekent een kans om weer over de toekomst na te denken. 'Dan kan ik weer werken. En eindelijk zelf mijn eigen potje koken.' Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Is er wel ruimte, dan stuit hij op protest van de buurt. 'Er is veel onbekendheid wat je moet doen als er een ex-psychiatrisch patiënt naast je woont. Mensen zijn bezorgd dat hun kinderen onveilig zijn. Dat de nieuwe buren gaan schreeuwen, hun huis vervuilen, verward zijn. Dat gebeurt soms ook. Soms, niet altijd.' Ambulante hulp is daarom onontbeerlijk, maar ook daar schort het aan, zeggen GGZ Nederland, RIBW Alliantie en Federatie Opvang in een gezamenlijke reactie.

Sommige cliënten wachten zo lang op woonruimte dat ze een terugval hebben wanneer ze eindelijk boven aan de wachtlijst voor woonruimte staan. Psychiater Annemiek van der Steenhoven: 'Ze kunnen zich niet meer voorstellen hoe het is om ergens anders te wonen. Dit is hun thuis.'

Dat zal Ronald niet overkomen, hij is niet het type dat snel zenuwachtig wordt. Maar nu ieder moment de telefoon kan gaan, heeft hij opeens niet zoveel haast om te vertrekken. 'In de stad is het zo druk', zegt hij. 'Hier hoor ik de vogeltjes fluiten en kan ik altijd mijn problemen aankaarten.' Maar toch, zegt hij, na tien jaar in psychiatrische instellingen betekent een eigen plekje een kans om weer over zijn toekomst na te denken. 'Dan kan ik weer werken. En eindelijk zelf mijn eigen potje koken.'

Patiënten en hun financiën

Patiënten die in de bijstand zitten voordat ze opgenomen worden, verliezen na drie maanden een deel van hun uitkering. Omdat ze in de instelling geen huur en eten hoeven te betalen, krijgen ze alleen zak- en kleedgeld. Dat is maximaal 290 euro per maand, al verschilt het precieze bedrag per gemeente.

Dat geldt ook voor mensen die door hun opname in de bijstand terecht komen. De kosten voor hun verblijf en behandeling worden betaald vanuit de zorgverzekeringswet. De patiënt moet ook het verplichte eigen risico betalen.

Wie langer dan drie jaar in een instelling zit, en dus onder de wet langdurige zorg valt, moet een eigen bijdrage gaan betalen. Die hangt af van het inkomen, leeftijd en gezinssamenstelling. Voor mensen die van het zak- en kleedgeld leven, is de bijdrage vrijwel nihil.

Beschermd wonen valt sinds 2015 onder de gemeente. Die kan daarvoor een eigen bijdrage vragen, afhankelijk van het soort zorg en inkomen dat iemand krijgt.

Meer over