Koningin Máxima ruikt aan een roos.
Koningin Máxima ruikt aan een roos. © ANP

Onze levensstijl bepaalt of we woorden hebben om geuren aan te duiden

Ook zo'n moeite om uit te leggen hoe uw favoriete parfum ruikt? Logisch. De mens kent vrijwel geen abstracte termen om geuren aan te duiden. Behalve dan mensen die Jahai spreken, de taal van jagers/verzamelaars in de bergen in Maleisië. Daar weet iedereen dat je met ltpit de geur van rijp fruit, bloemen of zeep bedoelt. Ook voor de geur van vers vlees, verse vis en bloed hebben ze één begrip. Zoals wij maar één woord nodig hebben om uit te leggen dat iets blauw is of rood.

Lang werd gedacht dat de mens zijn vermogen om geuren aan te duiden verloor toen hij rechtop ging lopen en meer ging vertrouwen op zicht en gehoor. Bovendien zou ons hersengebied voor taal te jong zijn om goed te kunnen communiceren met de stokoude hersendelen waar het reukvermogen zit. Die verklaring kan bij het grof vuil, denkt onderzoeker en hoogleraar taal, communicatie en culturele cognitie Asifa Majid van de Radboud Universiteit. 'Niet de evolutie, niet de biologie, niet de taal, maar de levensstijl bepaalt in hoeverre we een vocabulaire hebben voor geuren.'

In de cultuur van de Jahai-sprekende jagers-verzamelaars spelen geuren een belangrijke rol. Het vlees van verschillende dieren wordt apart gekookt; de geuren mogen niet met elkaar in contact komen. Broers en zussen mogen niet te dicht bij elkaar zitten; als hun geuren zich mengen, raakt dat aan incest. Majid: 'Geuren spelen bij deze nomaden een grote rol. Bijvoorbeeld ook als geneesmiddel.'

Om te achterhalen of de levensomstandigheden van de Jahai inderdaad hun rijke geurvocabulaire verklaart, liet Majid deze nomaden verschillende kleuren zien en geuren ruiken. De souplesse waarmee ze die benoemden en omschreven werd vergeleken met die van een boerengemeenschap met een verwante taal. De boeren benoemden alle kleuren, maar nauwelijks geuren. De nomaden konden het allebei.

Het Nederlands kent maar één abstract geurwoord: muf

Asifa Majid

Majid noteerde twintig abstracte geurwoorden in het Jahai. 'In het Engels en Nederlands behelpen we ons meestal met het benoemen van waar de geur vermoedelijk vandaan komt: het ruikt bloemig of naar sinaasappel. Het Nederlands kent maar één abstract geurwoord: muf.'

Deze studie, die vandaag wordt gepubliceerd in Current Biology, toont inderdaad aan hoe bepalend leefomstandigheden zijn voor het vermogen om geur te verwoorden, vindt bioloog en geuronderzoeker Sanne Boesveldt van de Wageningen Universiteit. 'Majid verraste de geurwereld in 2014 door een gemeenschap te vinden die wel woorden heeft om geuren aan te duiden. Daarmee doorbrak ze het idee dat het onvermogen om geuren te kernachtig te benoemen een universeel menselijk verschijnsel is, zoals al sinds de oudheid wordt gedacht. Deze studie is extra bewijs dat het bestaan van geurwoorden afhangt van de levensomstandigheden.'