Column Ionica Smeets

Ook voor cijfers geldt: precisie is niet altijd beter

Het is nieuw, het is goed en het is grappig. Het is de website Als het ongeveer maar klopt, gemaakt door datajournalist Winny de Jong en infographicmaker Lars Boogaard. Hun site is bedoeld om journalisten te helpen met cijfers en rekenwerk. Want zoals ze in hun inleiding schrijven: ‘Een journalist die niet kan rekenen, is eenvoudig te misleiden.’

De Jong en Boogaard bespreken in korte hoofdstukjes basisprincipes achter percentages, gemiddelden en grote getallen. Precies de dingen die nogal vaak misgaan. Niet alleen bij journalisten trouwens, dus ik denk dat heel veel mensen plezier kunnen hebben van deze website.

Zo wordt glashelder uitgelegd waarom het handig is om het woord procentpunt te gebruiken bij een absolute verandering tussen twee percentages. Anders krijg je namelijk nogal verwarrende zinnen als: ‘De PvdA behaalde bij de verkiezingen in 2017 6 procent van de stemmen, 76 procent minder dan in 2012, toen de PvdA nog 25 procent van de stemmen haalde.’

Feitelijk correct, maar het zal voor de meeste mensen niet in onmiddellijk duidelijk zijn dat 6 procent van de stemmen inderdaad 76 procent minder is dan die 25 procent van een paar jaar terug. Daarom kun je dus beter schrijven: ‘De PvdA behaalde bij de verkiezingen in 2017 6 procent van de stemmen, 19 procentpunt minder dan in 2012, toen de PvdA nog 25 procent van de stemmen haalde.’

De Jong en Boogaard geven allerlei praktische adviezen. Zo wijzen ze er terecht op dat meer precisie niet altijd beter is. Als je wilt schrijven dat iets geldt voor ‘41,812 procent van de bevolking’ kun je vaak beter iets zeggen als ‘ongeveer 4 op de 10 mensen’. Die drie cijfers achter de komma impliceren namelijk een enorme nauwkeurigheid en betrouwbaarheid die er in werkelijkheid zelden is. De Jong en Bogaard geven een handige vuistregel om de juiste precisie te bepalen: dat is ‘de precisie die je zou gebruiken als je over je verhaal vertelt aan niet-data-nerd-vrienden op een zaterdagmiddag’. In dit soort gevallen is het inderdaad goed genoeg als het ongeveer maar klopt.

Op de site zag ik veel dingen voorbijkomen waar ik zelf ook al jaren over vertel en schrijf. De eeuwige verwarring tussen het Engelse billion met negen nullen en het Nederlandse biljoen met twaalf nullen. Hoe een modaal inkomen lager is dan het gemiddelde inkomen (onder andere doordat een kleine groep mensen met een heel hoog inkomen het gemiddelde nogal optrekt). Ach, Darrell Huff beschreef dit en nog veel meer ruim zestig jaar geleden al in zijn boek Liegen met cijfers. Maar alle voorbeelden die hij destijds gaf, zie je nog steeds wekelijks ergens opduiken. Nog steeds lijkt dit alles bij hooguit 41,812 procent van de bevolking bekend, dus het kan geen kwaad om op alle mogelijke manieren mensen te helpen om beter te worden met cijfers en rekenwerk.

De komende weken is mijn column op zomerstop. Mocht u in de tussentijd iemand tegenkomen die worstelt met cijfers, stuur diegene dan vooral door naar Als het ongeveer maar klopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden