Nieuws

Ook na aankomst bij het ISS zijn problemen met Russische module Nauka (met Nederlandse robotarm aan boord) nog niet voorbij

Plotseling ontbrandden ze, rond kwart voor zeven ’s avonds Nederlandse tijd: de motoren van module Nauka, inmiddels vast aan het ISS. ‘De bemanning is niet in gevaar geweest.’

Een impressie van hoe de robotarm aan ruimtestation ISS is gekoppeld.  Beeld ESA
Een impressie van hoe de robotarm aan ruimtestation ISS is gekoppeld.Beeld ESA

Internationaal ruimtestation ISS draaide donderdagavond zo’n 45 graden na het onverwacht ontbranden van de motoren van de Russische module Nauka. De bemanning kon die niet-geplande beweging corrigeren met de motoren van andere modules, zodat het ISS weer terug kwam in de juiste oriëntatie. Dat meldde NASA op een speciaal ingelaste livestream op YouTube. ‘We kunnen er vanuit gaan dat de planning de rest van de dag het raam uit kan’, zei één van de mensen in Nasa's controlekamer in Houston na de start van de problemen.

Hoe die problemen precies konden ontstaan, is nog onbekend. Kenners speculeerden op sociale media dat de module in de verkeerde ‘modus’ stond en daardoor dacht dat het koppelen met het ISS nog niet voltooid was. Vanuit Rusland meldden grond crews al snel dat ze verwachten verder ontbranden van de motoren te kunnen voorkomen.

Na afloop van de gebeurtenissen onderzocht men zowel vanuit het ISS als vanaf de grond of er schade aan het ruimtestation was ontstaan. Even dachten bemanningsleden dat ze buiten brokstukken zagen. Ook werd kort melding gemaakt van rondvliegende kleine deeltjes. Nader onderzoek bracht echter geen problemen aan het licht. NASA benadrukte dat de bemanning van het station tijdens de gebeurtenissen nooit in gevaar is geweest.

Spannende dagen

Het waren ook voor de nieuwste problemen al acht spannende dagen geweest voor de Russische module Nauka en de ‘Nederlandse’ robotarm ERA. Kort na de succesvolle lancering vorige week bleek dat de communicatie-antennes en motoren van de module niet goed werkten. Dankzij tijdig ingrijpen koppelden Nauka en ERA donderdagmiddag rond half vier Nederlandse tijd alsnog veilig aan internationaal ruimtestation ISS.

Waar astronauten tegenwoordig meestal zonder slag of stoot na lancering in ruimteschepen van SpaceX of een Russische Sojoez naar het ISS zoeven, had de decennia oude module Nauka afgelopen week wat meer moeite met de tocht naar het ruimtestation.

Het grootste probleem? De hoofdmotoren werkten niet naar behoren. Die moesten Nauka tijdens zijn tocht naar het ISS af en toe een extra zet geven, zodat Nauka door wrijving met de bovenste lagen van de atmosfeer niet zou afremmen. Zonder zulke baancorrecties was de module zover afgezakt dat deze uiteindelijk was opgebrand in de atmosfeer.

Gelukkig had Nauka ook kleinere motoren aan boord die nog wél werkten, officieel bedoeld voor meer gedetailleerd manoeuvreerwerk. Die bleken na wat vroege tests ook in staat de eerste van de benodigde baancorrecties uit te voeren. Latere correcties konden de hoofdmotoren alsnog zelf doen.

Daarna was er nog even de angst dat het naderen van het ISS met zulke beperkte besturingsmiddelen onvoldoende veilig zou zijn voor de aanwezige astronauten, zodat de missieleiders gedwongen zouden zijn de stekker uit het project te trekken. Maar begin deze week volgde alsnog groen licht.

Bewogen geschiedenis

Nauka had ook voor lancering al een bewogen geschiedenis. De module, oorspronkelijk gebouwd als reserveonderdeel voor het ISS, had onder meer te kampen met lekkages in de motoren en metaalvlokken in de brandstoftanks. Allerhande onderdelen moesten in de loop der jaren door het lange wachten worden vervangen.

De vele vertragingen van Nauka droegen significant bij aan de grove 35 jaar die de European Robotic Arm, de ‘Nederlandse’ robotarm, moest wachten tot zijn vertrek richting de ruimte. Al in de jaren tachtig verschenen de eerste ontwerpen voor de arm, toen nog als onderdeel van ruimteveer Hermes – een nooit gebouwde Europese tegenhanger van de Amerikaanse Space Shuttles.

Nederland bekostigde in totaal zo’n 235 miljoen van de totale 360 miljoen euro die het project heeft gekost. Een ander ISS-onderdeel met zo’n groot rood-wit-blauwgehalte bestaat niet.

‘We begonnen hiermee toen we allemaal nog jong waren. Het voelt bijzonder dat we nu, na al die jaren, eindelijk gaan lanceren’, zei projectmanager Sytze Kampen daarover eerder tegen de Volkskrant. Kampen is ERA-projectmanager bij Airbus, het bedrijf dat de werkzaamheden aan de robotarm coördineerde.

Derde robotarm

Maar nu is het wachten voorbij. Nadat in 2010 al het eerste reserveonderdeel van de arm – een ‘elleboog’ – met Space Shuttle Atlantis naar het ISS was vertrokken, is donderdag na de succesvolle koppeling, grofweg een decennium later, eindelijk ook de arm zelf gearriveerd.

ERA is de derde robotarm op het ISS en de eerste op het Russische gedeelte van het station. Daar wordt hij onder meer ingezet bij werkzaamheden aan de buitenkant van het station. Daar moesten astronauten tot nog toe gevaarlijke ruimtewandelingen voor maken. Ook zal ERA helpen bij het doen van wetenschappelijk onderzoek.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden