Ook geringere mate van bekkeninstabiliteit kan leiden tot chronische klachten 'Vrouwen dreigen te lang door te gaan'

T. Quaedvlieg weet uit ervaring dat bekkeninstabiliteit geen modeziekte is. De mede door haar opgerichte patiëntenvereniging houdt zaterdag haar tweede symposium....

AUKJE VAN ROESSEL

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

DEN HAAG

Na de geboorte van Julia, haar tweede kind, had T. Quaedvlieg het gevoel dat 'ze helemaal was verbouwd'. Haar benen voelden zwaar, haar bekken anders. 'Je hebt een groot kind gehad, ga maar goed oefenen', was het advies dat ze kreeg. Nu heeft Quaedvlieg een invalidenparkeerplaats. Binnenkort wordt in huis een stoeltjeslift aangelegd.

Quaedvlieg kampt met bekkeninstabiliteit. Na haar zwangerschap zijn de pezen en banden rond haar bekken - die verslappen om het kind de ruimte te geven - niet meer stevig geworden. 'Ik ben toen verkeerd behandeld. Uit onwetendheid overigens en met de beste bedoelingen', zegt Quaedvlieg, terugkijkend op de periode na de geboorte van Julia. 'Ik ging toen gewoon door met alles. Ik sportte alleen minder. Ik heb ook nooit gedacht dat ik niet aan een derde kind moest beginnen. Het kwam niet bij me op dat een nieuwe zwangerschap de klachten zou verergeren.'

Maar in de vierde maand van de derde zwangerschap kon ze niet meer op haar benen staan. 'De volgende vijf maanden heb ik op bed gelegen. Dat was niet eens een drama, want ik leefde nog in de veronderstelling: als ik straks bevallen ben, is het over.' Maar Frederik, haar jongste, wordt volgende maand acht en de klachten gingen niet over. Ze werden juist erger.

Omdat Quaedvlieg meer wilde weten over haar klachten en de mogelijke behandelmethoden, én om te voorkomen dat onwetendheid vrouwen invalide zou maken, richtte ze samen met een aantal lotgenoten een patiëntenvereniging op. Zaterdag houdt de vereniging in het Congresgebouw in Den Haag haar tweede nationaal symposium. Het thema is 'rug- en bekkenklachten tijdens en na de zwangerschap'. Er hebben zich zo'n tweeduizend vrouwen, hulpverleners en wetenschappers aangemeld.

Als Quaedvlieg tijdens voorlichtingsbijeenkomsten haar eigen verhaal vertelt, denkt ze wel eens: 'Wat een rotgeschiedenis'. Maar dat gaat dan over haar lijf. 'Ik heb dat losgekoppeld van mijn hoofd. Dat helpt. Misschien dat ik het daardoor zo goed volhou. Maar natuurlijk heb ik ook momenten dat ik mezelf heel zielig vind.'

Twee jaar geleden noemde de Amsterdamse gyneacologe M. Pel in de Volkskrant bekkeninstabiliteit nog een modeziekte waar vooral hoog opgeleide blanke vrouwen aan zouden leiden die te snel na hun bevalling weer aan het werk willen. Er volgden vele boze brieven. Quaedvlieg weet, ook door haar werk voor de patiëntenvereniging, beter. 'Als we voorlichting geven in gezondheidscentra komen ook Marokkaanse en Surinaamse vrouwen naar ons toe. En we krijgen telefoontjes van allerlei vrouwen, ook die met een lagere opleiding en zonder carrièredrang.'

Nu dreigt echter een nieuw probleem: te veel erkenning. Iedereen schijnt ineens last te hebben van bekkeninstabiliteit. Dat is ook niet goed, want dat leidt ertoe dat gezegd wordt: zie je wel, bij de meesten gaat het ook snel weer over.

De patiëntenvereniging maakt zich daardoor vooral zorgen om wat Quaedvlieg de middengroep noemt. 'Vrouwen met zware klachten worden tegenwoordig meestal wel goed opgevangen. Maar er is nog steeds een groep die moeilijk zit. Die vrouwen hebben last bij het omdraaien in bed of kunnen een ouder kind niet meer goed optillen. Ze kunnen het echter nog wel een poosje volhouden. De hulpverleners vragen dan te weinig door. Die vrouwen dreigen te lang door te gaan en dan chronische klachten te krijgen.'

Volgens Quaedvlieg is het probleem dat deze groep vrouwen alles wel een beetje kan. Ze kunnen een beetje zitten, een tijdje staan en ook wel even lopen. 'Konden ze het maar niet, dan deden ze het ook niet. Het gekke is dat als iemand zijn enkel heeft verstuikt, niemand zal zeggen: ga maar gewoon door. Terwijl bij deze bekkenproblemen dat dus wel wordt gezegd.'

Want dat doorlopen de trend is, moet Quaedvlieg toegeven. Maar dat ligt niet alleen aan de kraamvrouwen.

'Ik heb zelf het verschil meegemaakt in denken. Na de bevalling van de eerste zeiden ze nog: doe rustig aan. Maar bij de derde was het: je kunt gewoon alles doen. Ik zeg nu als vrouwen daarom vragen: niemand kan je verplichten direct na de bevalling onder de douche te gaan staan. Vrouwen met lichte problemen moeten goed naar hun lijf luisteren.'

Wat precies de oorzaken zijn van het grote aantal vrouwen dat blijvend mindervalide is als gevolg van bekkeninstabiliteit is onduidelijk. 'De baby's worden zwaarder, de hoofdjes worden groter. Dat kan er allemaal mee te maken hebben. Maar daar is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan.'

Veel vrouwen die de patiëntenvereniging bellen hebben één en dezelfde prangende vraag: moet ik aan een volgend kind beginnen? Quaedvlieg: 'Een arts zei laatst dat hij de eerste vrouw nog moet tegen komen bij wie de bekkeninstabiliteit door een nieuwe zwangerschap minder is geworden.'

'Ik zeg altijd: vrouwen of hulpverleners die er makkelijk over praten, wantrouw ze. Juist die mensen weten er niks van. Bij mij heeft het mijn leven gigantisch veranderd. Ik had het geluk allang een relatie te hebben. Maar ik hoor van huwelijken die er kapot door gaan. Want er zijn mannen die vinden dat het gezeur maar eens over moet zijn.'

Van enige boosheid op haar kinderen die toch de oorzaak van dit alles zijn, heeft Quaedvlieg geen last. 'Ik zeg wel eens dat voor mij het opvoeden juist makkelijker is. Mijn kinderen weten dat ik een heleboel dingen niet kan. Als ik ze vraag om af te wassen, doen ze dat gewoon. Ze weten niet beter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden