Onze mobiele wenkbrauwen zijn ‘cruciaal onderdeel van de overleving van de moderne mens’

Lenige wenkbrauw cruciaal smeermiddel sociale omgang

Daarvan gaan de wenkbrauwen toch wel even omhoog. Boven onze ogen blijken we een van de wonderlijkste evolutionaire aanpassingen te dragen van het dierenrijk: mobiele wenkbrauwen waarmee we als een soort seinvlag allerlei subtiele signaaltjes geven.

Foto Pauline Niks

De streepjes haar vormen zelfs een ‘cruciaal onderdeel van de overleving van de moderne mens’, concluderen Britse wetenschappers na uitvoerige analyse van de wenkbrauwbogen van onze meer aapachtige voorouders.

Tot zo’n 200 duizend jaar geleden hadden mensen, net als chimpansees, een dikke, benige rand boven de ogen, waardoor ze altijd tamelijk bozig keken. Maar misschien was die rand nodig om meer kracht te zetten bij het kauwen, of als versteviging van de overgang tussen schedeldak en gezicht, vermoedden biologen.

Niets van dat al, onthullen archeologen onder aanvoering van anatoom Paul O’Higgins van de Universiteit van York nu: de botrand is eerder ‘een permanent signaal van dominantie en agressie, als het gewei van een hert’. Het team bestudeerde de krachtenverdeling in een 125 tot 300 duizend jaar oude oermensenschedel uit Zambia: de wenkbrauwbogen zijn veel dikker dan voor de stevigheid noodzakelijk is, becijfert O’Higgins in vakblad Nature Ecology and Evolution.

Foto Pauline Niks

Veelzeggend dus dat wij de benige randen niet meer hebben. ‘Doordat onze voorouders hun grote wenkbrauwboog kwijtraakten, kregen ze toegang tot meer, subtielere en beter zichtbare bewegingen van de wenkbrauw’, schrijven de wetenschappers. Ons gezicht werd opener en socialer, ‘vooral om meer genuanceerde emoties zoals herkenning en sympathie uit te drukken, waardoor meer begrip en samenwerking mogelijk werden’, aldus de onderzoekers in haast hippie-achtige bewoordingen. Ook de neanderthaler had overigens al elastieken wenkbrauwen, merken ze op.

Cognitief psycholoog Mariska Kret (Universiteit Leiden), niet betrokken bij de analyses, stond toevallig afgelopen weekend nog in het Natural History Museum in Londen te kijken naar de Zambiaanse schedel uit het onderzoek: ‘Dat die wenkbrauwboog bij ons helemaal weg is, valt inderdaad meteen op. Het gevolg is dat je spierbewegingen beter ziet. En dat gebruiken we voortdurend: bij een eerste begroeting gaan onze wenkbrauwen iets omhoog, en tijdens gesprekken bewegen de wenkbrauwen voortdurend. Heel typerend, voor ons communicatieve babygezicht.’

Toch is Kret niet helemaal overtuigd dat onze voorouders de oogribbels alleen voor de dominantie hadden. Zo is denkbaar dat de randen er ook zitten om de ogen een beetje in de schaduw te houden, ‘want veel apensoorten vinden direct oogcontact te heftig’, zegt ze. ‘Ik denk dat er niet één reden is.’

Archeologe Penny Spikins, coauteur van het onderzoek, ziet onze lenige borsteltjes zelfs als ‘ontbrekende puzzelstukje’ in het begrip van de evolutie, zegt ze in een persverklaring. De moderne mens heeft zijn succes immers vooral te danken aan het vermogen grote sociale netwerken aan te leggen, ook met andere groepen. En onze wenkbrauwen zijn daarbij wonderolie: ‘Zo is een snelle wenkbrauwbeweging door de culturen heen een teken van herkenning en openstelling voor sociaal contact, en is het in het midden omhoog halen van de wenkbrauw een universele uitdrukking van sympathie.’

Foto Pauline Niks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.