INTERVIEW

Onze hygiëne brengt ons in gevaar

Arts-microbioloog waarschuwt voor overmatig antibioticagebruik

In zijn boek over de micro-organismen in en op ons lijf waarschuwt Martin Blaser voor de desastreuze gevolgen van overmatig antibioticagebruik. Waarom we onze bacteriën zouden moeten koesteren.

Werk uit Cartography of the human body, een project van kunstenares Sonja Bäumel. De bolletjes zijn Bäumels eigen huidbacteriën, die ze isoleerde, apart liet groeien en vervolgens samenbracht tot dit beeld. Foto Sonja Bäumel

Naast de kamerdeur van Martin Blaser in het militair hospitaal van de New York University hangt geen naambordje. De werkkamer van de arts-microbioloog is klein, rommelig, zonder chique meubels of uitgestalde trofeeën. Wel wijst hij op een nummerplaat met de naam van zijn lievelingsbacterie Helicobacter pylori erop, en een mok met zijn andere favoriet Oxalobacter.


Wie hem de hand schudt, hem hoort benadrukken hoe belangrijk de jonge onderzoekers zijn voor zijn werk en dat hij zonder hen nergens zou zijn, vergeet haast dat Martin Blaser ook een heel andere kant heeft: die van Grote Woorden. Blaser, de moderne doemprofeet hebben we het dan over, die in zijn boek Missing microbes (in het Nederlands verschenen onder de titel De beestjes in ons) waarschuwt voor de desastreuze gevolgen van de verwaarlozing en uitdunning van de micro-organismen in en op ons lichaam, door het overmatig gebruik van antibiotica. Hij spreekt geduldig, maar verheft zo nu en dan zijn stem om de ernst van zijn boodschap te beklemtonen. De opmars van welvaartsziekten zoals astma, type I- en type II-diabetes en obesitas is grotendeels te wijten aan de verwaarlozing en uitdunning van de van nature op en in ons lichaam voorkomende bacteriën. Zij reguleren en assisteren ons immuunsysteem en onze stofwisseling. In het onderzoek van Blaser staan daarom vooral de honderden soorten bacteriën in onze darmen centraal.


Dat is niet altijd zo geweest. In de jaren zeventig van de vorige eeuw hield Martin Blaser zich bezig met slechts één bacteriesoort: de destijds pas ontdekte maagbacterie Helicobacter pylori. Australische onderzoekers hadden aangetoond dat deze maagzweren kon veroorzaken. Blaser en consorten wilden weten met welke ziekten de bacterie nog meer samenhing. Sinds de introductie van de antibiotica was er een flinke afname in het aantal dragers van H. pylori. Die bleek gepaard te gaan met onder meer een afname van maagkanker, maagslijmvliesontstekingen en bloedarmoede. Echter, toen Blaser en co keken naar het verband tussen H. pylori en oprispingen, bleek er sprake van een omgekeerd verband: het aantal mensen met oprispingen nam juist toe. Later bleek hetzelfde te gelden voor astma en eczeem. Labexperimenten toonden aan dat deze bacterie inderdaad bescherming kon bieden tegen deze ziekten. De bacterie reguleert de maagsapproductie en het immuunsysteem. 'Dat leidde tot een ingrijpende verandering in mijn kijk op de micro-organismen in ons lichaam.'


De ontdekking riep allerlei vragen op. Hoe kon het dat deze bacterie zowel gunstige als ongunstige effecten had? Blaser en zijn collega's gingen op zoek naar de antwoorden. Allereerst bleken er actieve en minder actieve Helicobacterstammen te zijn. Daarnaast hangt het effect af van de drager: de ene persoon draagt een bacterie zorgeloos met zich mee terwijl de ander er last van krijgt, door onder meer aanleg en stress. Maar de vermoedelijk belangrijkste oorzaak werd afgelopen jaar gevonden door een oud-pupil van Blaser, die een studie deed naar Colombianen en hun Helicobacter-stammen. De Colombiaanse bevolking bestaat grofweg uit oorspronkelijke 'Amerindianen', afstammelingen van Afrikaanse slaven en afstammelingen van Spaanse kolonisten. Wat bleek? Wie een Helicobacterstam had die afkomstig was van de eigen voorouders was gezond en wie was besmet met een stam afkomstig van andere voorouders, had een verhoogde kans op maagkanker. Volgens de onderzoekers is er sprake van co-evolutie: de mens en zijn maagbacterie zijn samen opgetrokken waardoor ze aan elkaar gewend zijn geraakt, terwijl een voor het lichaam onbekende stam wél schadelijk is.


Die conclusie sluit aan bij de hypothese waarmee Blaser al sinds het begin van deze eeuw rondliep en die hij in 2006 voor het eerst in een wetenschappelijke publicatie uiteenzette. Het vormt ook de kern van zijn boek: de theorie van de verdwijnende micro-organismen. De microben die van nature op en in ons lichaam voorkomen, zijn goed voor ons, omdat ons lichaam aan hen gewend is en steeds meer functies heeft uitbesteed. 'Onze moderne levensstijl en vooral het gebruik van antibiotica doet deze soorten uitsterven, waardoor ons lichaam ontregeld raakt.'


In 2006 reageerden Blasers vakgenoten nog niet wild enthousiast, laat staan dat ze zijn zorgen deelden. Het was immers maar een theorie. Om het bewijs te leveren, begon Blaser het verband tussen de bacteriën in de darmen en het ontstaan van moderne ziekten te bestuderen en dan vooral de invloed van antibiotica daarop. Het is bekend dat die naast ziekteverwekkers ook de van nature in en op ons lichaam voorkomende populaties verstoren.


In zijn lab bestudeert Blaser twee antibioticaregimes: toediening die we kennen uit onze medische wereld, waarbij steeds kortstondig een hoge dosis wordt toegediend, en toediening zoals in de landbouw. Boeren dienen aan hun vee van jongs af aan lage doses antibiotica toe, waarmee ze infecties voorkomen. Bijkomend voordeel is dat de dieren sneller groeien en dikker worden. Hoe dat werkt, ontrafelde Blasers onderzoeksgroep dit jaar in een serie experimenten met pasgeboren muizen. Dienden ze de muizen vier weken lang een lage dosis antibiotica toe, dan verstoorde die hun darmbacteriepopulaties en daarmee de afstelling van hun stofwisseling - op latere leeftijd werden de muizen dikker dan hun soortgenoten. Ook steriele muizen die deze bacteriën kregen toegediend, werden dik. 'Wat ik vooral intrigerend vond, is dat een tijdelijke verstoring van de darmflora structurele veranderingen veroorzaakt, die bovendien pas later optreden. Dat werpt een heel nieuw licht op antibiotica.'

Twee maal beestjes

Martin Blaser is de auteur van De beestjes in ons - Het belang van bacteriën (Atlas/Contact, 2014, euro 24,99), waarin hij uitlegt hoe bacteriën ons kunnen beschermen en waarschuwt voor de gevolgen wanneer bepaalde soorten uitsterven, bijvoorbeeld door het overmatig gebruik van antibiotica.

Jop de Vrieze beschreef in Allemaal beestjes - Hoe bacteriën ons gezond houden (Maven Publishing, 2014, euro 18,00) de samenwerking van ons lichaam met de miljarden bacteriën die erop en erin leven. Hij brengt nieuwe ontwikkelingen in beeld en vertaalt ze naar inzichten voor het dagelijks leven.

Wat voor licht bedoelt u?

'Allereerst dat antibiotica op de lange termijn schadelijke effecten hebben die we niet hadden voorzien. En ten tweede dat de ontwikkeling van een gebalanceerde darmflora in de vroege jeugd cruciaal is. Tijdens de geboorte krijgen we vanuit het geboortekanaal van onze moeder een populatie mee, die in de eerste twee levensjaren uitgroeit tot een stabiele populatie. In die periode worden ook ons immuunsysteem en onze stofwisseling afgesteld, zodat ons lichaam optimaal kan functioneren in de rest van ons leven. Ik noem het een 'ontwikkelingsraam', waarin de micro-organismen invloed uitoefenen op deze afstelling, door onder meer de rijping van immuuncellen te stimuleren.

'Antibiotica hebben invloed op deze ontwikkeling. Uit epidemiologische studies is gebleken dat kinderen die op jonge leeftijd antibiotica kregen, grofweg een twee keer hogere kans lopen op obesitas, astma en type I-diabetes dan niet-behandelde kinderen. Deze ziekten zijn allemaal de afgelopen decennia sterk opgekomen. Inmiddels zijn we aangeland bij een punt waar we kunnen spreken van antibioticamisbruik, op een manier waarvan we de gevolgen nog niet kunnen overzien.'

Martin Blaser

Wat zouden die gevolgen kunnen zijn?

'Ik noem het de antibiotische winter. Het massale gebruik van antibiotica leidt tot resistentie, waardoor de huidige middelen steeds vaker ineffectief zullen zijn. Maar de gevolgen zijn groter. Antibiotica doden ook de gezonde populaties op en in ons lichaam, die deel uitmaken van ons immuunsysteem door schadelijke indringers te doden en ons immuunsysteem te alarmeren. Door deze soorten uit te moorden, zijn we vatbaarder voor infecties. Daar komt bij dat onze stofwisseling verstoord raakt waardoor obesitas en hart- en vaatziekten toenemen.'

Maar als die effecten van antibiotica zo desastreus zijn, waarom zijn we dan niet allemaal ziek?

'Op die vraag kan ik twee antwoorden geven. Allereerst zijn welvaartsziekten complex. Neem obesitas. Dat wordt steeds toegeschreven aan te veel eten en te weinig bewegen. Antibiotica is een nieuwe factor die we in de mix stoppen. Zoals onze experimenten hebben aangetoond: een calorierijk dieet maakt dik, toediening van antibiotica op jonge leeftijd maakt dik en de combinatie maakt nog dikker.


'De tweede reden is een minder positieve: er is sprake van een optelsom. Generatie op generatie verliezen we steeds meer micro-organismen. Zijn er in de ene generatie nog 1.000 soorten, dan zijn het er een generatie later 950, nog een later 900. De voorspelling is dus dat het alleen maar erger wordt. Europees onderzoek heeft al aangetoond dat een grote groep mensen rondloopt met een 40 procent minder diverse darmflora en dat die mensen een verstoorde stofwisseling hebben. Zij lopen een sterk verhoogde kans op type II-diabetes en hart- en vaatziekten. Als we niks doen zijn we over een paar generaties allemaal zo.'

Wat kunnen we doen om deze afbrokkeling te stoppen, of in elk geval te vertragen?

'Eén ding is dat we met zijn allen meer moeten worden zoals de Nederlanders. Artsen in jullie land schrijven relatief heel weinig antibiotica voor. Dat is een kwestie van cultuur. Ik noem in mijn boek de behandeling van keelontsteking. Die wordt in 80 procent van de gevallen veroorzaakt door een virus en gaat bovendien vrijwel altijd vanzelf binnen een paar dagen over. Het enige punt is dat een bacteriële keelontsteking in zeldzame gevallen kan leiden tot acute reuma. Die ontsteking wordt daarom standaard behandeld met antibiotica. Wanneer artsen het onderscheid weten te maken tussen een virale en een bacteriële, en tussen een gewone en gevaarlijke infectie, scheelt dat heel veel antibiotica. Diagnosetechnieken die dat mogelijk maken, zijn er wel, maar worden nauwelijks toegepast. Het nut wordt niet ingezien.'

Maar in Nederland hoeven we dus niets te veranderen? Wij schrijven al weinig antibiotica voor.

'Ik zeg niet dat jullie het goed genoeg doen. Bij jullie verloopt de achteruitgang in de darmfloradiversiteit slechts trager. Op basis van mijn theorie verlies je iedere keer dat je antibiotica gebruikt een paar soorten, vooral zeldzame soorten die in het geval van veranderende omstandigheden van pas kunnen komen. En tegenover het lage antibioticagebruik in de medische sector staat dat jullie boeren decennialang heel veel antibiotica hebben toegediend aan hun vee.'

Heeft dat veeteeltantibioticagebruik ook gevolgen voor onze eigen darmbacteriën?

'Dat heeft nog niemand bestudeerd. We weten niet of je door het eten van een stukje vlees afkomstig van een recentelijk met antibiotica behandeld dier een veranderde darmflora krijgt, laat staan dat er gezondheidseffecten kunnen optreden. Ik ben de eerste die het idee opbrengt, maar ik weet het niet.'

Maar het zou wel kunnen, denkt u?

'Ja. Ik heb zelfs het vermoeden dat hier een deel van de verklaring in ligt dat Nederlanders sinds de Tweede Wereldoorlog van een van de kleinste zijn veranderd in het langste volk van Europa. Ik schreef daarover al in 2002 een wetenschappelijk artikel, getiteld 'De ecologie van menselijke lengte'. Daarin tonen we aan dat kinderen die in hun jeugd minder diarree kregen, langer werden. En die lengtetoename hangt niet alleen samen met de aanwezigheid van schadelijke, maar ook met onschadelijke bacteriën in de darmen. Wij denken dat het te maken heeft met bacteriën die op vroege leeftijd in de darmen voorkomen en ons lichaam programmeren.'

Het is toch niet erg dat Nederlanders met zijn allen een stuk langer zijn geworden?

'Op zichzelf niet, maar die groei zou kunnen samenhangen met chronische ziekten die pas op latere leeftijd optreden. En bovendien hangt die groei, net als bij vee, ook samen met een toename van overgewicht.'

Wat kunnen we als individuen doen tegen het uitsterven van onze micro-organismen?

'Om te beginnen de keizersnedes: daar moeten we alleen voor kiezen als het echt nodig is, omdat we zonder natuurlijke geboorte niet langer de populatie van onze moeder overerven. Verder gebruiken mensen tegenwoordig overal ter wereld te pas en te onpas handontsmettingsmiddelen. Zelf gebruik ik antibacteriële zeep alleen tijdens het griepseizoen, om verspreiding van het virus te voorkomen. Voor enig nut daarbuiten ontbreekt alle bewijs.


'Iets anders is dat de medische sector beter doordrongen moet worden van de nadelen van antibioticagebruik. Als je kind antibiotica krijgt, moet je daarbij meerekenen dat het een bepaalde verhoogde kans krijgt op astma, diabetes en overgewicht. Hoeveel dat is weten we nu nog niet, maar het is iets om rekening mee te houden.'

We kunnen ook proberen de schade beperkt te houden. Gelooft u bijvoorbeeld dat probiotica ons kunnen helpen de verstoring en verarming van onze darmflora's te verminderen?

'Over welke probiotica wil je het hebben? Dat maakt nogal wat uit. Over het algemeen kan ik een ding zeggen: ze zijn nauwelijks goed onderzocht. Ik wil bewijs zien.'

Maar er zijn toch overzichtsstudies die bevestigen dat probiotica kunnen helpen tegen diarree bij antibiotica en op reis?

'Ook die vind ik niet overtuigend. Als je veel slechte onderzoeken op een hoop veegt, heb je nog steeds zwak bewijs. Ik wil groots opgezette, gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies zien. Die zijn er nauwelijks.'

Gelooft u dan helemaal niet in het toedienen van gunstige micro-organismen?

'Dat zeg ik niet. Wij zijn zelf geïnteresseerd in verschillende bacteriesoorten waarvan we de gunstige effecten hebben aangetoond. Daaronder bevinden zich soorten die niet eerder zijn toegediend aan mensen, zoals mijn favoriet Oxalobacter, die de vorming van nierstenen kan voorkomen. Zulke soorten moeten een uitgebreid goedkeuringstraject doorlopen om veilig bevonden te worden, maar er zitten ook melkzuurbacteriën bij die lijken op stammen die in de winkelschappen liggen. In ons onderzoek werken we samen met probioticafabrikanten die onze bacteriën mogelijk op de markt willen brengen. In de toekomst kunnen we dit soort stammen misschien gaan toedienen aan kinderen die antibiotica toegediend krijgen, of die via een keizersnee geboren zijn.'

Recentelijk verscheen er in het tijdschrift Nature een oproep om vooral niet te hoge verwachtingen te wekken over het microbioom. Uw boek werd daarin aangehaald. Voelde u zich aangesproken?

'Kijk, ik schreef mijn boek voor een algemeen publiek en dan moet je altijd zaken vereenvoudigen. Het boek bevat veel voetnoten en verwijzingen, dus ik vind niet dat ik te kort door de bocht ga. Feit is wel dat wanneer je een wetenschappelijke hypothese hebt, je die wel móet hypen. Je moet daarbij natuurlijk niet doorschieten. Daarom is mijn boek grotendeels gebaseerd op onze eigen experimenten. Toch vind ik dat je soms gewoon een beetje onbescheiden moet zijn om je boodschap over te brengen. Als jij je idee niet verkoopt, gaat er iemand anders met de aandacht en het geld vandoor. Ik heb kinderen en wellicht binnenkort ook kleinkinderen. Ik wil dat zij net als wij nog beschermd kunnen zijn tegen schadelijke micro-organismen.'

Lezersaanbieding

Op donderdag 13 november houdt Martin Blaser in het Concertgebouw in Amsterdam de 21ste Anatomische Les, over de ondermijning van onze gezondheid door overmatig gebruik van antibiotica in de patiëntenzorg en de bio-industrie.

De Anatomische Les, aangeboden door het Academisch Medisch centrum (AMC), het VU Medisch Centrum (VUmc) en de Volkskrant, is een jaarlijkse publiekslezing op het snijvlak van geneeskunde en maatschappij, door een internationaal toonaangevende spreker.

Zolang de voorraad strekt kunnen lezers van de Volkskrant toegangsbewijzen (à euro 5,-) online bestellen op amc.nl/al-aanmeldingen.

Er is geen kaartverkoop aan de zaal, ook niet op 13 november. De lezing is in het Engels en begint om 13.45 uur.