Column Jasper van Kuijk

Ontwerpen gaat minstens zo hard over het juiste probleem als over goede oplossingen

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door innovatie-expert (en cabaretier) Jasper van Kuijk. Deze week: ontwerpopdracht.

Student industrieel ontwerpen Lowie Vermeersch was al een paar maanden bezig met zijn afstudeerproject over de familieauto van de toekomst bij de legendarische auto-ontwerpstudio Pininfarina toen collega’s naar hem toe kwamen: ‘Lowie, als jij hier uiteindelijk wilt komen werken, dan moet je nu echt wel een keer gaan tekenen, niet alleen maar zitten lezen.’ Maar hij was al wel degelijk begonnen met ontwerpen.

Ontwerpen draait namelijk minstens zo hard om onderzoek doen en analyseren als om het genereren van ideeën en ontwerpen. Een veelgebruikt model van ontwerpen, de zogenoemde Double Diamond, verdeelt het ontwerpproces in twee hoofdonderdelen: het formuleren van de ontwerpopdracht en daarna het creëren van het ontwerp. En voor die eerste stap, bepalen wát je nou moet gaan ontwerpen, is de probleemstelling enorm bepalend: die stuurt het soort oplossingen waarmee je gaat komen.

Zo koos Boyan Slat in eerste instantie voor het opruimen van de plasticsoep in de Stille Oceaan. Onderliggende probleemstelling: daar ligt plastic en dat is schadelijk. Terwijl anderen het problematischer vinden dat er via rivieren steeds meer plastic bij blijft komen, of dat plastic in de natuur wordt gegooid. En voor weer anderen is het eigenlijke probleem dat we überhaupt zo veel in plastic verpakken. Afhankelijk van je probleemstelling kom je dan bijvoorbeeld tot een afvalzuiger in de oceaan, iets dat afval afvangt in rivieren (waar Slat recentelijker mee kwam en waar ook anderen aan werken), iets dat voorkómt dat mensen plastic verpakkingen dumpen (statiegeld), of alternatieven voor plastic verpakkingen.

Het formuleren van de probleemstelling is niet alleen een kwestie van het beantwoorden van de bekende W’s – wat, wanneer, wie, etc – maar vooral ook het tot vervelens toe stellen van de waarom-vraag. Die vraag bepaalt namelijk het perspectief – het ‘frame’ – van je ontwerpopgave. En een ander frame, zo weten we uit de politiek, kan de kijk op een onderwerp doen kantelen en daarmee een andere dynamiek losmaken.

Maar waar voor ontwerpers deze ‘vraag achter de vraag’ een tweede natuur is, is menig opdrachtgever er nogal beducht voor. Want op de een of andere manier wordt de ontwerpopdracht nadat de vraag achter de vraag is gesteld nooit kleiner, alleen maar groter. Vooral bij adviesbureaus. Het is nooit eens dat een strategic design agile consultant facilitator zegt: ‘Joh, jij hebt helemaal geen omnichannel communicatiestrategie nodig, laten we eerst maar eens beginnen met een goeie website.’ Dus er zit wat spanning op die vraag, maar ze moet wel gesteld.

Lowie Vermeersch studeerde uiteindelijk af met een 11 (!), kwam in dienst van Pininfarina, werd er razendsnel hoofdontwerper en begon daarna zijn eigen studio. Hij schrijft dat zelf toe aan het feit dat hij vervoermiddelen niet slechts benadert als stylingexercities, maar ook als gebruiksvoorwerpen, die moeten inspelen op trends en ontwikkelingen in de maatschappij. En dat perspectief leidt tot andere oplossingen.

Jasper Van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden