Ons 'zelf' is extreem kwetsbaar

De Portugese psycholoog en neurowetenschapper Antonio Damasio was een paar dagen in Nederland om een eredoctoraat van de Universiteit Leiden in ontvangst te nemen....

Het is ontzettend leuk om in Nederland te zijn, glimlacht Antonio Damasio (1944). Maar wel een beetje koud.

De Portugese Amerikaan, hoogleraar neurowetenschappen aan de University of Southern California in Los Angeles, kreeg afgelopen week een eredoctoraat van de Universiteit Leiden voor zijn onderzoek naar de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan emoties, gevoelens en gedachten.

Damasio stelt dat de basis van het ‘zelf’ en het besef dat je een ‘ik’ bent, wordt gevormd door processen in de hersenen die het lichaam in staat stellen te overleven. Deze basale, onbewuste processen brengen een soort rudimentair ‘zelf’ voort dat dankzij (de wisselwerking tussen) emoties, gevoelens en ratio verschillende stadia doorloopt om zich te ontwikkelen tot een ‘uitgebreid’ zelf: een ik met een eigen identiteit, toekomst en verleden, dat zichzelf op een unieke manier kan verhouden tot de wereld om zich heen.

Ratio, emoties en gevoelens kun je niet scheiden, is Damasio’s boodschap dan ook. Sterker nog: emoties en hun mentale verwerking tot gevoelens zijn nodig om rationeel te kunnen handelen. Dat wordt duidelijk als je kijkt naar het gedrag van mensen wier hersenen door een ongeluk of ziekte op bepaalde plekken zijn beschadigd. Zij herkennen geen angst of pijn, en die zetten dus ook geen rem op hun gedrag. Zulke mensen kunnen daardoor ‘kille’ beslissingen nemen. Ze hebben geen gevoel voor menselijk leed, of voor morele dilemma’s.

Mensen met een bepaalde hersenbeschadiging kunnen gedrag moeilijker beoordelen, zegt u.

‘Over een paar maanden publiceren we hierover een onderzoek in Neuron; ik kan er daarom nog niet veel over zeggen. Maar het blijkt dat mensen met beschadigingen in een bepaald hersengebied kijken naar de uitkomst van gedrag, maar niet de intentie meewegen. Iemand die een ander opzettelijk doodt, is in hun ogen net zo slecht als iemand die dat per ongeluk doet, omdat het resultaat hetzelfde is. Wat bij hen ontbreekt is iets wat u en ik wel hebben: morele verontwaardiging.’

Kun je mensen met breinletsel dan wel verantwoordelijk stellen voor hun gedrag?

‘Mensen met een gebrek aan morele verontwaardiging missen een systeem dat hun vertelt wat verkeerd is. Al schreeuwt iemand keer op keer zijn angst uit, zij missen het emotionele detectiesysteem om dat op te pikken. Maar als zulke mensen iets slechts doen, blijven ze daarvoor wel aansprakelijk.’

Dan komt de neurowetenschapper in de rechtszaal met zijn scan en zegt: kijk, hij kan het ook niet helpen.

‘In de scanner kun je zien of iemand een hersenbeschadiging of een tumor heeft. Het zijn wetten, rechters en de maatschappij die vervolgens beslissen welke gevolgen dat voor die persoon heeft. Het is duidelijk dat zo iemand uit de maatschappij verwijderd moet worden. Maar krijgt hij straf, behandeling, of allebei? Ikzelf vind dat een patiënt niet berecht moet worden als een slecht mens, maar als een patiënt.’

Er zijn neurowetenschappers die zeggen: wij zien in je brein wie je bent en welke voorkeuren je hebt. En dat weten we zelfs beter dan jijzelf.

‘Die hebben ongelijk. De reacties die je in de scanner ziet, zijn afhankelijk van een bepaalde context en vinden altijd plaats op een waarschijnlijkheidsschaal. Het betekent niet dat het altijd gebeurt, en ook niet dat het onder alle omstandigheden zal gebeuren.

‘Mij interesseren vooral de condities waaronder gedrag verandert. Neem bijvoorbeeld de nazibeweging. Hitler was een psychopaat, maar de meeste mensen die zich aansloten bij zijn beweging, waren mensen zoals u en ik. Toch deden velen van hen verschrikkelijke dingen.

‘Dat wil niet zeggen dat wij in de grond verschrikkelijk zijn. Alle mensen hebben een heel goede én een heel slechte natuur. We zijn in staat enorm goede daden te verrichten, maar ook afschuwelijk wrede. Ik denk dat de omstandigheden daarbij een grote rol spelen, maar ook de opvoeding en de inrichting van de maatschappij.

‘Tot nu toe werden zulke dingen alleen door de sociale wetenschappen bestudeerd. Ons Brain and Creativity Institute brengt onderzoekers samen uit de politieke wetenschappen, sociale communicatie, antropologie, psychologie en natuurlijk de neurowetenschappen. Door al die invalshoeken uit de sociale wetenschappen te combineren met kennis over de biologie van het brein, hopen we meer te weten te komen over de werking van sociale emoties. Het is niet óf biologie, óf geschiedenis, óf sociale wetenschappen; je hebt een interdisciplinaire benadering nodig.’

Kunt u een voorbeeld geven van zulk onderzoek?

‘We doen vooral onderzoek naar bewondering en compassie. Amerikanen in Los Angeles en Chinezen in Peking lezen in de scanner kleine verhaaltjes over andere mensen, en we onderzoeken hoe zij daarop reageren. Daarna onderzoeken we de reacties van Chinezen die zijn opgegroeid in Los Angeles. Daarbij kijken we in welke mate er sprake is van een algemene, universele morele structuur, en welke verschillen het gevolg zijn van culturele verschillen.’

Betrekt u daarbij ook het werk van wetenschappers als Frans de Waal, die onder meer compassie bij apen onderzoekt?

‘Jazeker. Wij mensen hebben eigenschappen gemeen met apen.

‘De machinerie om ons leven te reguleren is bijna zo oud als het leven zelf. Daarbij gaat het om een puur genetische regulering die automatisch bestaat en heel goed functioneert. In de loop van de evolutie is dat proces steeds complexer en rijker geworden. Op een bepaald punt verandert dat van een puur genetische regulering in een regulering die deels is uitgevonden door onszelf en mede gestuurd wordt door onze cultuur: we hebben economische, politieke, maatschappelijke en morele structuren ontwikkeld, wetten en regels, straffen en beloningen.

‘Die vorm van regulering van het leven, waarvoor je een cultuur en een maatschappij nodig hebt, is een heel dynamisch en complex proces en nog steeds een project in uitvoering. Daarom maken we hongersnoden, oorlogen en een ingestorte beurs mee.’

Maar u ziet wel licht gloren aan de horizon?

‘O ja. Kijk maar eens hoe het leven was in de 19de, en zelfs in de 20ste eeuw. Ga maar eens na hoezeer we ons tegenwoordig bewust zijn van de problemen van andere mensen; dat is een goede maat voor de vooruitgang die we als mensheid hebben geboekt. Als er nare dingen gebeuren, worden er meer mensen geraakt en willen meer mensen dan vroeger iets doen.

‘Vreselijk geweld komt nog steeds voor, maar wel in steeds mindere mate. Neem Darfur. Een paar eeuwen geleden was bijna de hele wereld zoals Darfur. Dus ik zie duidelijk verbetering, al gaat het natuurlijk veel te langzaam als je idealistisch bent.’

Welke grote uitdagingen liggen er voor de neurowetenschappen?

‘Er bestaan nog altijd verschrikkelijke ziekten als Alzheimer. En denk ook aan depressie, die grote aantallen mensen treft en veel leed veroorzaakt. Onder welke condities gebeurt dat?

‘We moeten ons ook inspannen om meer te begrijpen van de hersenontwikkeling tijdens bepaalde fasen van de menselijke ontwikkeling, want er gebeurt van alles in het brein tijdens de adolescentie en de kindertijd.’

Denkt u dat ontwikkelingen zoals elektrische stimulatie in de hersenen zorgen voor een fundamenteel andere visie op ons ‘zelf’?

‘U doelt op de Deep Brain Stimulation (DBS) die bij parkinsonpatiënten wordt toegepast? Tijdens de stimulatie kunnen bepaalde effecten optreden, zoals andere emoties. Iemand kan erg verdrietig worden en gaan huilen, wat overigens niet de bedoeling is van de behandeling. Maar je ‘zelf’ verandert er niet door, want het zijn tijdelijke veranderingen die weer ophouden als de behandeling stopt. Het is niet anders dan wanneer je de hele tijd dronken zou zijn, of valium zou slikken, of antidepressiva.

‘We zijn wat onze neurale netwerken van ons maken. Ons ‘zelf’ is een extreem kwetsbaar geheel, gevoelig voor te veel of te weinig suiker, alcohol, koorts, noem maar op, en voor alle hormonen die door het lichaam circuleren. Als volwassenen slagen wij erin relatief stabiele personen te zijn – ondanks de kwetsbaarheid voor al deze veranderingen en hoewel onze persoonlijkheden maar betrekkelijk permanent zijn, omdat ze voortdurend door onze biologische netwerken worden gecreëerd. Wij verkeren in een voortdurende staat van vergankelijkheid, en toch slagen we erin iets te zijn. Dat is toch wonderlijk?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.