ColumnIonica Smeets

Ons huishouden bleek qua inkomen tot de rijkste 1,4 procent van de wereldbevolking te horen

De 2.153 miljardairs op aarde hebben samen meer geld dan 60 procent van de wereldbevolking bij elkaar, aldus een rapport van Oxfam Novib deze week. De organisatie waarschuwt voor een groeiende kloof tussen arm en rijk en komt met nog veel meer getallen die tegelijk onvoorstelbaar en deprimerend zijn. De 22 rijkste mannen ter wereld bezitten bij elkaar meer rijkdom dan alle vrouwen in Afrika samen. Als je 10.000 dollar per dag had gespaard sinds de bouw van de Egyptische piramides, dan had je nu één vijfde van het gemiddelde vermogen van de vijf rijkste miljardairs. De rijkste 1 procent van de bevolking heeft samen meer dan twee keer zoveel vermogen als 6,9 miljard mensen.

Laat ik die laatste twee getallen even in hetzelfde perspectief plaatsen. Er wonen ongeveer 7,5 miljard mensen op aarde. Dus die laatste zin betekent dat de rijkste 1 procent ruim het dubbele bezit van de armste 92 procent. Net als ik me heel boos wil gaan maken, vraag ik me vertwijfeld af of ik niet zelf bij die rijkste 1 procent zit. Hoeveel geld moet je eigenlijk hebben om daarbij te horen?

Je blijkt omgerekend rond de 700.000 dollar te moeten hebben om bij de rijkste 1 procent te mogen aansluiten. Dat haal ik niet, maar ik ken eigenlijk best wat mensen die dat wél halen. Wat verder zoekend kom ik op de site Giving what we can die niet naar vermogen, maar naar inkomen kijkt . Als ik die invul, blijkt ons huishouden qua inkomen tot de rijkste 1,4 procent van de wereldbevolking te horen. Ik zit dus niet bij de 1 procent, maar het scheelt niet veel.

Terug naar die kloof tussen arm en rijk waar Oxfam Novib voor waarschuwt. Van statisticus Hans Rosling leerde ik namelijk dat ‘kloof’ het verkeerde woord is als je over armoede praat. Die term lijkt immers te impliceren dat er aan de ene kant arme mensen bestaan en aan de andere kant rijke, met een gapend gat daartussen. Maar de meeste mensen leven ergens tussen arm en rijk in. 

Rosling maakte daarom onderscheid tussen vier inkomensniveaus. Op het laagste niveau heb je minder dan 2 dollar per dag, dat is extreme armoede en ongeveer een miljard mensen leven zo. De ruwweg 3 miljard mensen op niveau 2 hebben tussen de 2 en 8 dollar per dag: het leven is dan iets beter, maar nog steeds erg onzeker. Op niveau 3 heb je tussen de 8 en 32 dollar per dag en kun je zowaar een beetje sparen en een opleiding betalen voor je kinderen: zo leven pakweg 2 miljard mensen. En dan zijn er nog de 1 miljard geluksvogels op niveau 4 met meer dan 32 dollar per dag. Dan ben je op wereldschaal een rijke consument en is het lastig om in te zien dat slechts 3 dollar per dag het leven van anderen radicaal kan veranderen. 

Gelukkig is er reden tot optimisme: vijftig jaar geleden leefde de helft van de wereldbevolking (omgerekend) op niveau 1, inmiddels is dat nog maar 13 procent. We hoeven geen kloof te overbruggen, we kunnen beter anderen helpen om naar een hoger niveau te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden