Ons geld verdampt, maar we liggen er nog niet wakker van

Het is weer crisis, en deze keer lijkt hij erger dan ooit. Maar wat merk je ervan? Wat betekent het omvallen van landen en de paniek over de euro voor de gewone burger?Door Peter Giesen..

Vuilnis ligt weer hoog opgestapeld in de straten van Amsterdam en Utrecht. Het doet me denken aan de jaren tachtig, toen de vuilnismannen ook staakten. Bijna alles doet me deze weken aan de jaren tachtig denken. Grimmige berichten, sombere voorspellingen, doemdenken.

Er is echter één groot verschil. Toen was de crisis echt voelbaar. Ik kende veel werklozen en wist bijna zeker dat ik na mijn studie geen werk zou vinden. De maatschappij zat niet op mij te wachten, zo veel was zeker.

Nu is de werkloosheid nog altijd betrekkelijk laag. Straks gaan we weer met zijn allen op vakantie. Ik hoorde laatst iemand vertellen dat ze haar reis naar de Verenigde Staten moest afblazen, omdat alle campers al verhuurd waren. Crisis, what crisis? Of is het een stilte voor de storm, zoals we in mei 1980 ook niet beseften hoe diep het gat zou zijn?

De jaren tachtig hebben een deprimerend imago, als een grofkorrelige zwart-witfoto van stakende ambtenaren in een vervuilde, winterse stad, toegesproken door vakbondsleider Jaap van der Scheur. Fabrieken sloten massaal de poorten. Knoestige, zwijgzame arbeiders werden tot levenslange ledigheid veroordeeld. Zwart geklede vleermuizen beheersten het straatbeeld. Ook essayist Stephan Sanders ging destijds uitsluitend in het zwart gekleed, ‘en onze aardappelen en witlof kookten we in zwarte kleurstof, want er zou eens iets fris en groens op ons bord belanden’, schrijft hij in het Jaren ‘80 Boek. ‘Het gold als enigszins ongepast om vrolijk te zijn, of nog erger, vrolijkheid uit te stralen.’

Zelfmoordpil
Wie de radio aanzette, hoorde uitsluitend alarmerende berichten. Huisartsen hielden een ‘kernwapenspreekuur’ waar patiënten hun angst voor de bom kwijt konden. De werkgroep Uiterst Medisch Handelen wilde iedereen een zelfmoordpil geven, om het lijden na de fatale nucleaire aanval te bekorten. In Polen staakten de arbeiders van Solidariteit tegen het communistische bewind. Eind 1981 luisterde ik elke avond naar de radio, om te horen of de Russen Polen al waren binnengevallen.

Toch is dit sombere beeld eenzijdig. De jaren tachtig waren ook de vrolijkste periode die ik me kan herinneren. Van de nood werd massaal een deugd gemaakt. In de universiteitssteden leefden veel mensen van een uitkering, die veel hoger was dan wat zij voorheen aan studiefinanciering hadden ontvangen. Zij hadden de tijd van hun leven. Lekker de halve dag in bed ranzen, daarna naar de kroeg of een concert. Overal ontstonden alternatieve subculturen.

Ik vond dat je alleen van een uitkering mocht leven als het echt niet anders kon. Vrienden noemden dat een belachelijk en totaal achterhaald standpunt. In een tijd van massawerkloosheid was het juist sociaal om van een uitkering te leven. Anders nam je de plaats in van iemand die graag wilde werken. Het was de tijd van de gesubsidieerd revolutie: No Future roepen op kosten van de staat.

‘Er werd vanuit gegaan dat heel veel mensen nooit meer aan het werk zouden komen. Een generatie jongeren zou verloren gaan’, zegt de socioloog Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Een kleine groep werkenden zou een steeds grotere groep werklozen moeten onderhouden. Daar was men heel somber over.’

De crisis van de jaren tachtig is moeilijk te vergelijken met de huidige crisis, zegt econoom Jules Theeuwes, directeur van de Stichting voor Economisch Onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Destijds was er een structuurcrisis: de industrie verdween uit Nederland. Nu hebben we een conjunctuurcrisis. Niet die crisis zelf is zo ernstig, maar de achterliggende problematiek van de schuldenberg en de kwetsbare euro. Niemand weet hoe het zal aflopen. Dat maakt deze crisis ook zo ongrijpbaar.

Maar wie de jaren tachtig meemaakte, is sceptisch over doemdenken. Na 1985 trok de economie weer aan. Opeens was alles anders. Op straat maakten krakers en punkers plaats voor yuppen. Geld verdienen mocht weer. Sterker nog: geld verdienen was fun! Zelfs de Koude Oorlog was in 1989 opeens voorbij. Toen ik tegen de kruisraketten demonstreerde, leek de Sovjet-Unie nog gebouwd voor de eeuwigheid.

‘Het was een bevrijdend tijdperk’, zei journalist Jan Kuitenbrouwer later in de Volkskrant over het yuppentijdperk. ‘Niet langer schaamden we ons voor verschillen in talent, in status. De ene mens kon weer hoger reiken dan de andere.’ Om te laten zien wie het hoogste reikte, werd het geld omgezet in dure spullen. De esthetiek van het kraakpand maakte plaats voor Italiaans design, het leren jack voor het Armani-pak, Joy Division en Siouxsie & Banshees voor Madonna en Miami Vice. Werkloze vrienden lieten zich omscholen tot softwarespecialist en verdienden meer dan ze met hun incourante alfa- en gammastudies ooit hadden kunnen verdienen. De bewuste baanloosheid bleek slechts een dun laagje vernis over een diepe wens om maatschappelijk mee te tellen.

Werk is belangrijker dan ooit. Toch is er iets van de ontspannen kant van de jaren tachtig blijven hangen, denkt Paul Schnabel. ‘Nederlanders hebben liever meer vrije tijd dan meer geld. Bij Amerikanen is dat precies andersom. Veel Nederlanders hebben ook niet zo’n vreselijk hoog ambitieniveau.’

Zo bezien is er een compromis gesloten tussen de ontspannen beroepswerkloze en de koortsachtig gedreven yup. Een comfortabele levensstijl, die genoeg tijd laat voor kinderen, hobby’s en vakantie.

Pensioengeld
De economische crisis brengt dit compromis in gevaar. Is het afgelopen met uit eten en verre vakanties? Verdampt ons pensioengeld in het zwarte gat van de Zuid-Europese staatsschuld?

De sleutel ligt in Zuid-Europa, zegt econoom Jules Theeuwes. Als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië hun economie hervormen, kan de euro gered worden. Maar niemand kan daar zeker van zijn.

Dat maakt de crisis zo abstract. We merken er nu nog weinig van, ook omdat de overheid de economie stimuleert. Straks moet er bezuinigd worden, 29 miljard euro volgens het Centraal Planbureau. Ook dat is te overzien, denkt Theeuwes. ‘Ik voorzie wel een aantal slappe jaren. Maar als de economie een beetje redelijk groeit, zijn het begrotingstekort en de staatsschuld niet zo’n heel groot probleem.’

29 miljard euro is een half procent van het bruto binnenlands product. Dan kun je toch moeilijk van nationale verarming spreken. Theeuwes: ‘Over maatregelen als de verhoging van de AOW-leeftijd of afschaffing van de hypotheekrente-aftrek doe je twintig jaar. Bij normale economische groei kun je dat best hebben.’

Bovendien zijn er relatief weinig jongeren, anders dan in de jaren tachtig. Als de economie aantrekt, dreigt meteen krapte op de arbeidsmarkt.

Dat klinkt redelijk geruststellend. Toch wil het crisisgevoel maar niet echt wegebben. Aan de jaren tachtig hield ik een scepsis tegen doemdenken over, aan de jaren nul een wantrouwen tegen financiële en economische autoriteiten. Vaak weten ze het zelf niet, zo is de afgelopen jaren gebleken. En als ze het wel weten, mogen ze het niet zeggen, omdat de paniek anders nog groter wordt.

Dat is de echte crisis van de jaren tien: de geruststelling stelt niet meer gerust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden