Onduidelijkheid na opmerkelijke uitspraak hof: moeten rookruimtes in de horeca echt allemaal weg?

De rookruimtes in cafés, restaurants en andere horecagelegenheden moeten dicht. Volgens het Haagse gerechtshof zijn ze in strijd met de geest van een verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat ook door Nederland is ondertekend.

De rookruimtes in cafés, restaurants en andere horecagelegenheden moeten dicht. Volgens het Haagse gerechtshof zijn ze in strijd met de geest van een verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie dat ook door Nederland is ondertekend. Foto anp

Het hof kwam dinsdag tot die opmerkelijke uitspraak in een door Clean Air Nederland (CAN) aangespannen rechtszaak tegen de staat. Anderhalf jaar geleden had die anti-rookorganisatie nog tevergeefs bij de rechtbank in Den Haag gepleit voor een verbod op rookruimtes in de horeca.

CAN-voorzitter Ton Voeten spreekt nu van 'een zeer betekenisvolle stap' in de strijd tegen het roken. 'Zolang je als overheid in regelgeving roken toestaat, en daar ging het hier om, faciliteer je het als het ware. Terwijl het ministerie van Volksgezondheid zegt te streven naar een rookvrije samenleving.'

Onrust

Brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is geschrokken van het vonnis en vreest dat de bedrijfstak er veel schade van gaat ondervinden. 'Dramatisch', vindt voorzitter Robèr Willemsen: 'Na een aantal jaren van rust op het rookfront zal deze uitspraak voor enorme onrust zorgen onder horecaondernemers.'

KHN wijst er op dat ongeveer een kwart van de Nederlanders van 18 jaar en ouder rookt. 'Ook die gasten moet je als ondernemer op een gastvrije manier kunnen faciliteren', staat in een persverklaring.

KHN-voorzitter Willemsen: 'Ongeveer 25 procent van de cafés en discotheken heeft een aparte rookruimte. Het is niet alleen een hard gelag dat die investering volledig teniet wordt gedaan, maar het zal ook impact hebben op het aantal gasten en de omzet.' De brancheorganisatie denkt dat rokende gasten straks meer overlast gaan veroorzaken op terrassen en op straat.

Of het vonnis nu betekent dat de overheid de regelgeving in de Tabakswet per direct moet aanpassen is onduidelijk. Koninklijke Horeca Nederland wil dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit voorlopig niet gaat handhaven en verwacht dat de Staat 'de belangen van horecaondernemers beschermt' en in cassatie gaat.

Het ministerie van Volksgezondheid geeft daar nog geen uitsluitsel over. Juristen van het ministerie bestuderen het vonnis nog. Verantwoordelijk staatssecretaris Paul Blokhuis komt over twee weken met een reactie. CAN-voorzitter Voeten: 'Ambtenaren willen altijd absolute zekerheid hebben hoe vonnissen moeten worden uitgelegd en dan ligt een gang naar de Hoge Raad al gauw op de loer.'

In het vonnis van dinsdag laat het hof weinig heel van het verweer van de staat dat het toestaan van rookruimtes binnen de horeca moet worden gezien als een 'overgangsmaatregel' op de weg naar een rookvrije samenleving. Het rookverbod voor de horeca is bijna tien jaar oud en uit niets blijkt dat de uitzonderingsbepaling (aparte rookruimtes) als een tijdelijke maatregel geldt, zo oordeelt het hof.

'Bijzonder karakter'

Sterker, het hof vindt dat de rookruimtes strijdig zijn met de afspraak dat overheden geen nieuwe regels instellen die kunnen bijdragen aan roken. Dat staat in het zogeheten WHO-Kaderverdrag van 2004. In dat verdrag, mede door Nederland ondertekend, is vastgelegd dat bezoekers van openbare gebouwen (waartoe de horeca wordt gerekend) beschermd moeten worden tegen blootstelling aan tabaksrook.

Het hof wijst daarbij op het 'bijzondere karakter' van horecagelegenheden. 'Een bezoeker die zelf niet rookt maar wiens vrienden zich in de rookruimte bevinden, kan niet kiezen voor het gezelschap van zijn vrienden zonder te worden blootgesteld aan tabaksrook. Niet-rokers kunnen aldus sociale druk voelen om de rookruimte te betreden.'