Onderzoekers Justitie: kijk bij behandeling jonge crimineel ook naar biologische factoren

Bij de behandeling van jonge criminelen moet meer aandacht zijn voor biologische factoren, schrijven onderzoekers van Justitie. In de jaren zeventig werd criminoloog Buikhuisen daarvoor verketterd.

Beeld anp

Justitie moet zich bij de aanpak van jonge delinquenten meer gaan richten op biologische verklaringen voor crimineel gedrag. Jeugdinrichtingen zouden nader onderzoek moeten doen naar het effect van bijvoorbeeld voedingssupplementen, brain games en hartslagmetingen. Dat schrijft het WODC, het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie, in een rapport dat vandaag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

De kennis over de invloed van biologische factoren bij agressie en criminaliteit is de laatste decennia fors toegenomen. Hersenonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er een verband bestaat tussen de structuur en de activiteit van bepaalde hersengebieden en jeugdig crimineel gedrag. Informatie uit de neurowetenschap kan worden gebruikt om bijvoorbeeld de ernst van een gedragsstoornis te duiden, een betere risicotaxatie te maken, of om het resultaat van een behandeling te beoordelen. Maar die kennis wordt bij justitie nog nauwelijks in praktijk gebracht, constateren WODC-onderzoekers Liza Cornet en Katy de Kogel.

Puzzelstukjes van menselijk gedrag

Tot nu toe wordt de verklaring voor crimineel gedrag vooral gezocht in sociale en psychologische factoren. Als justitie van delinquente jongeren bijvoorbeeld een risicoprofiel maakt, wordt gekeken of zij verkeerde vrienden hebben, of er problemen zijn op school en of ze drugs gebruiken. Terwijl er ook aanwijzingen zijn dat een lage rusthartslag een risicofactor is voor het ontwikkelen van probleemgedrag. En dat de concentratie van het stresshormoon cortisol een rol kan spelen: wie daarvan weinig aanmaakt is mogelijk minder gevoelig voor straf. Door dat soort informatie toe te voegen, schrijft het WODC, ontstaat een beter beeld. 'Het is een deel van de puzzelstukjes die nodig zijn om menselijke gedrag te verklaren.'

Naar de wisselwerking tussen biologische factoren en crimineel gedrag wordt wereldwijd al langer onderzoek gedaan. Nederland loopt voorop, aldus WODC-onderzoeker De Kogel. Zo kondigde het ministerie van Justitie vorig jaar aan dat Nederland, als eerste land ter wereld, gedetineerden voedingssupplementen gaat geven om uit te zoeken of daarmee hun agressie kan worden beteugeld. Die koppositie is opmerkelijk en geeft aan hoezeer de tijdsgeest is veranderd: toen criminoloog Wouter Buikhuisen ruim dertig jaar geleden onderzoek wilde doen naar de biologische factoren van crimineel gedrag oogstte hij landelijk zoveel hoon en haat dat hij de wetenschap verliet.

Professor Buikhuisen geeft college aan de Leidse Universiteit. 'Dertig jaar geleden moest ik waarschijnlijk projectielen ontwijken.' Nu krijgt de ooit omstreden criminoloog Wouter Buikhuisen applaus wanneer hij terug is op zijn oude faculteit. Beeld Hollandse Hoogte

Voedingssuplementen en serious games

Cornet en De Kogel namen de wetenschappelijke literatuur door en spraken met tientallen deskundigen, waarna ze inventariseerden hoe het jeugdstrafrecht de neurowetenschap kan inzetten. Zo kunnen met behulp van wearables, draagbare gadgets, regelmatig de hartslag, huidgeleiding en ademhaling van jongeren worden gemeten, wat een indicatie kan geven van hun stressniveau. Met speekselonderzoek kan worden vastgesteld hoeveel van het stresshormoon cortisol ze in hun lichaam hebben. Die informatie kan inzicht geven in de ernst en de aard van gedragsproblemen. Ook het verstrekken van voedingssupplementen (vooral visvetzuren) kan nuttig zijn, aldus het WODC. Er zijn aanwijzingen dat die visvetzuren bijdragen aan het verminderen van agressief en impulsief gedrag. De veronderstelling is dat ze in de hersenen de afgifte van de boodschapperstoffen dopamine en serotonine beïnvloeden.

Serious games, computerspellen met een therapeutische of educatieve insteek, blijken een positieve invloed te hebben op controle van gedrag en emotieherkenning. Daarom zouden ze volgens het WODC onderdeel kunnen worden van het behandelprogramma in jeugdinrichtingen. Bijkomend voordeel: mogelijk zijn jongeren meer gemotiveerd om een computerspel te spelen dan om mee te doen aan gesprekstherapie.

Lees verder onder de afbeelding.

Beeld de Volkskrant

De wetenschappelijke basis voor die praktijktoepassingen is nog niet erg stevig, erkent het WODC. Ook is onduidelijk waarom delinquenten bijvoorbeeld een lage hartslag hebben of weinig stresshormoon aanmaken. Toch menen de onderzoekers dat niet moet worden afgewacht totdat de wetenschap consistent bewijs heeft gevonden. Toepassingen staan wereldwijd nog in de kinderschoenen, aldus Cornet en De Kogel. Zij pleiten ervoor om in jeugdinrichtingen een aantal pilots op te zetten en die te koppelen aan wetenschappelijk onderzoek.

Een goed idee, meent Hjalmar van Marle, emeritus-hoogleraar forensische psychiatrie. 'De kennis die het hersenonderzoek oplevert, is zo robuust dat we die niet meer over het hoofd kunnen zien.' Volgens Van Marle, oud geneesheer-directeur van het Pieter Baan Centrum, biedt de neurowetenschap echter nog onvoldoende houvast voor individuele diagnostiek. Het meeste onderzoek zegt alleen iets over de samenhang tussen biologische factoren en crimineel gedrag, en kan nog niet worden gebruikt voor een risicotaxatie. Van Marle ziet vooral kansen behandelingen te verbeteren of te evalueren.

Behandeling op maat

Jongeren staan open voor het toepassen van die nieuwe kennis, zegt kinder- en jeugdpsychiater Arne Popma die in De Bascule jongeren behandelt die in aanraking zijn gekomen met justitie of die forse gedragsproblemen hebben. Vanuit de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie van het VUmc wordt in de Bascule sinds kort praktijkonderzoek gedaan, bijvoorbeeld met hartslagmeters. Dat levert harde kennis op die jongeren aanspreekt, aldus Popma. 'Wij proberen nu of we daarmee een behandeling op maat voor ze kunnen maken.'

Jeugdinrichtingen zijn volgens hem enthousiast over de inzet van neurowetenschap. 'De meeste delen van het brein die in verband worden gebracht met agressie, worden beïnvloed door stress en trauma's. Hoe eerder we kinderen anders leren omgaan met stress, hoe meer we de ontwikkeling van het brein beschermen.'

Toch is nog veel onderzoek nodig, denkt Popma. 'De meeste kennis is opgedaan bij de gewone bevolking. We moeten echt uitzoeken of de resultaten ook van waarde zijn bij jongeren met ernstige problemen.'

Affaire-Buikhuisen

Wouter Buikhuisen (1933) was als hoogleraar criminologie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Leiden. Eind jaren zeventig deed hij onderzoek naar de biologische kenmerken van misdadigers. Hij veronderstelde een verband tussen crimineel gedrag en aangeboren eigenschappen.

Met hersenonderzoek wilde Buikhuisen aantonen dat bepaalde kinderen meer kans maken het verkeerde pad op te gaan dan andere. Niet door sociale omstandigheden (nurture), maar door biologische factoren (nature) zoals de hoeveelheid testosteron en adrenaline. Deze uitgangspunten stonden haaks op de linkse tijdgeest, die crimineel gedrag toeschreef aan maatschappelijke misstanden. Dat Buikhuisen adviseur was geweest bij het ministerie van Justitie droeg evenmin bij aan zijn reputatie.

Linkse journalisten en wetenschappers, aangevoerd door wijlen Hugo Brandt Corstius (onder het pseudoniem Piet Grijs), nagelden Buikhuisen genadeloos aan het kruis. De kritiek lang niet altijd inhoudelijk van aard. Zo kenschetste Brandt Corstius hem als een 'fascist' en een 'kale, impotente carrièrewetenschapper'. Van collega-wetenschappers kon Buikhuisen ook niet veel steun verwachten.

In 1981 werd de hele vakgroep criminologie in Leiden opgedoekt. Buikhuisen werd antiquair.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.