'Onderzoekers in IOC-labs vormen een grote familie'

Als dopingvorser kwam hij in Utrecht niet tot zijn recht. Daarom besloot DOUWE DE BOER in te gaan op de mogelijkheid om te verhuizen naar het dopinginstituut van Lissabon....

'IK VERLOOR in Utrecht het peloton enigszins uit het oog, de bezemwagen stond bij wijze van spreken klaar.' Dr. Douwe de Boer, directeur van het Nederlands Instituut voor Drugs en Dopingresearch (NIDDR) verruilt zijn baan op het Nederlandse onderzoeks-laboratorium voor een leidinggevende functie aan het dopinginstituut in Lissabon. In tegenstelling tot het Utrechtse lab, heeft de Portugese instelling een IOC-licentie.

Met de transfer gaat voor De Boer een oude wens in vervulling. Hij is wetenschapper, maar voelt zich vooral 'controleur'. In Utrecht, waar in 1995 een vergeefse poging werd ondernomen om de verloren IOC-status terug te krijgen, wordt de laatste jaren de nadruk op wetenschappelijk onderzoek gelegd. Slechts tweehonderd dopingcontroles worden jaarlijks uitgevoerd. In Lissabon bedraagt dat aantal tien keer zoveel.

Het wetenschappelijk werk in Utrecht wordt in brede kring gewaardeerd. De Boer is een geziene gast op symposia waar over sportstimulantia wordt gesproken, maar hij had desalniettemin het gevoel er niet helemaal bij te horen. Zijn lab had immers géé IOC-kwalificatie. Vorig jaar kreeg het NIDDR wel de Manfred Donike-Award uitgereikt, een prijs van de gezamenlijke labs voor grensverleggend wetenschappelijk werk op het gebied van doping.

Een prijs die genoemd is naar de overleden dopingjager uit Keulen, Manfred Donike, die zelf in 1995 nog het examen 'samenstelde', dat 'Utrecht' moest afleggen voor de IOC-kwalificatie. De Boer en zijn medewerkers moesten tien urinestalen napluizen op verdachte stoffen. Ze vonden er dertien, waar Donike liefst vijftien had verstopt. Weg was de IOC-kwalificatie, weg de overheidssubsidie. Het NIDDR bleef een 'gewoon' wetenschappelijk lab.

'Iemand' uit het IOC heeft De Boer onlangs benaderd voor de post van directeur van het Portugese laboratorium. 'Het lab is een van de 22 laboratoria in de wereld die door het IOC zijn erkend, maar men miste voldoende gekwalificeerd personeel. Met mijn komst is dat probleem nu opgelost.'

Er werken meer mensen in de Portugese instelling, er is ook meer geavanceerde apparatuur te vinden dan in Utrecht, aldus De Boer. Het aantal van tweeduizend dopingcontroles per jaar, moet de komende jaren uitgebreid worden. Hoewel er ook IOC-labs in Spanje te vinden zijn, is er aan klanten ('voetballers, atleten') geen gebrek. Behalve in Portugal zelf, worden die vooral gevonden in Brazilië en andere voormalige Portugese koloniën.

Het dopinglab in Lissabon bevindt zich op een 'soort Papendal', met sportaccommodaties in de nabije omgeving. Portugal mag dan wel het 'Afrika van Europa' worden genoemd, in vergelijking met Nederland heeft de overheid een veel steviger greep op dopingcontroles, aldus De Boer.

'In Nederland vormen controles een financiële sluitpost van de sportbonden, in Portugal bestaat een anti-dopingcommissie die zelf kan bepalen wanneer er gecontroleerd wordt. Deze instelling kan de bonden haar wil opleggen. Wat dat betreft is Nederland veel meer een ontwikkelingsland.'

In Utrecht is door sommige collega's van De Boer met enige verbazing gereageerd op zijn transfer. Van de geleerde wetenschappelijke wereld, stapt hij nu over naar de wereld van de soms boze sport-praktijk. 'Dopingcontroles kunnen routineus zijn; het is moeilijk uit te leggen wat er zo aardig aan is. Ik ben een liefhebber van sport, van schone sport. De mensen die in de IOC-labs werken, vormen een grote familie. En ik wil daar graag bijhoren. Dit is dus mijn kans.'

De Boer gruwt van het woord 'dopingjager'. 'Ik ben er niet op uit om mensen te pakken, ik vind het eigenlijk veel interessanter om te voorkomen dat onschuldige sporters van dopinggebruik beschuldigd worden. Want ook dat gebeurt veel.'

Naast controleur zal De Boer toch ook nog wetenschapper blijven in Lissabon, waar hij voorlopig werkt op een vierjarig contract. 'In het algemeen kun je zeggen dat de opsporingstechnieken nog veel verfijnder kunnen. Zo moet er een methode te vinden zijn, waarbij je kunt aantonen dat een sporter niet actief, maar passief marihuana heeft gerookt.'

Een ander heikel thema vormt bloeddoping, zoals epo. Momenteel vergadert het dagelijks bestuur van het IOC in Sydney over deze materie. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, is epo nu al te traceren, zegt De Boer. 'Maar de Zweedse methode die er voor gebruikt moet worden is zo bewerkelijk, dat één onderzoek een week vergt. Er is nog geen routinematige handeling voor ontwikkeld.'

Het IOC zou voor de Spelen van 2000 een snelle en afdoende detectie-methode willen introduceren, maar, zegt Douwe de Boer, dan zullen er wel ruimere budgetten voor de ontwikkeling van zo'n systeem moeten komen. 'Als men écht wil, dan is zo'n methode te vinden. Maar ik heb de indruk dat de prioriteiten van het IOC vaak elders liggen.'

Rolf Bos

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden