Een foto van de zonsverduistering in 2015, gemaakt in Wijk aan Zee.
Een foto van de zonsverduistering in 2015, gemaakt in Wijk aan Zee. © ANP

Onderzoekers: Bijbelse Jozua's stilstaande zon terug te voeren op zonsverduistering

Een wonderlijk verhaal uit het Oude Testament is volgens Israëlische onderzoekers terug te voeren op een zonsverduistering. Het gaat om de passage waarin Jozua, tijdens de slag bij Gibeon, de zon en de maan tot stilstand brengt. Astronomen en historici zijn echter niet onder de indruk van de nieuwe 'theorie'. Oudheidkundige Jona Lendering spreekt zelfs van 'totale bullshit'.

Jozua was volgens de Bijbel de opvolger van Mozes. Na de uittocht uit Egypte voerde hij het volk Israël het beloofde land Kanaän in. Daar waren echter nog heel wat veldslagen voor nodig. Zo ook bij Gibeon, net ten noorden van Jeruzalem, waar de Israëlieten de strijd aangingen met vijf legers van de Amorieten. Die leden veel verliezen door een goddelijke interventie in de vorm van dodelijke hagelstenen, maar blijkbaar was dat nog niet genoeg.

Daarom riep Jozua de hulp van de hemellichamen in: 'Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajalon! En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijanden gewroken had.' Die passage (Jozua 10:12-13) klinkt niet per se als de beschrijving van een zonsverduistering. Maar volgens Hezi Yitzhak, Daniel Weistaub en Uzi Avneer van de Ben-Gurion Universiteit van de Negev kan het Hebreeuwse woord 'dom' beter vertaald worden als 'word donker' in plaats van 'sta stil'. En in de namiddag van 30 oktober in het jaar 1207 voor Christus vond er in de omgeving van Gibeon inderdaad een zonsverduistering plaats. Daarmee zou de veldslag meteen nauwkeurig gedateerd zijn.

Astronomen reageren vooralsnog terughoudend. Om te beginnen was de verduistering van 30 oktober 1207 v.C. ringvormig - tijdens het maximum werd de zon niet volledig door de maan verduisterd, maar bleef er een oogverblindend heldere ring over. Áls het al merkbaar donkerder werd, zullen de Israëlieten daar toch even veel hinder van ondervonden hebben als de Amorieten, aldus de Ierse eclipsgoeroe Terry Moseley.

Alternatieven

Zelf heb ik ooit geopperd dat het om een poëtische omschrijving van een godsverschijning gaat

Koert van Bekkum van de Theologische Universiteit Kampen

Volgens de Utrechtse astronoom Rob van Gent is het trouwens niet voor het eerst dat het verhaal van Jozua in verband wordt gebracht met een zonsverduistering. In 1885 liet Eduard Mahler zijn oog al vallen op de eclips van 31 januari 1296 v.C., en in 1972 kwam John Sawyer op de proppen met de verduistering van 30 september 1131 v.C. Omdat de datering van de intocht in Kanaän zo onzeker is, kun je altijd wel een geschikte eclips vinden, meent Van Gent.

En het is natuurlijk maar de vraag of een zonsverduistering de juiste verklaring vormt. Koert van Bekkum van de Theologische Universiteit Kampen somde in zijn proefschrift uit 2011 een lange lijst alternatieven op. Zo zou de Bijbeltekst misschien wel symbolisch opgevat moeten worden, en wilde Jozua de 'heidense' zonnegod Sjamasj - aanbeden in Gideon - onschadelijk maken. 'Zelf heb ik ooit geopperd dat het om een poëtische omschrijving van een godsverschijning gaat,' zegt Van Bekkum.

Oudheidkundige Jona Lendering moet in elk geval niets hebben van alle meteorologische en astronomische 'verklaringen'. Volgens Lendering zijn er veel voorbeelden van 'dit soort methodisch onzuivere idiotie. Zoals die meteoriet die zou zijn ontploft en door de apostel Paulus zou zijn uitgelegd als een visioen van een pratende Christus.' Ook de natuurwetenschappelijke 'verklaringen' voor de Ster van Bethlehem passen in dat patroon.  

Blijft natuurlijk de vraag wat dan wél aanleiding heeft gegeven tot de tekst in het Bijbelboek Jozua, en wat die tekst eigenlijk wil zeggen. Theoloog Van Bekkum: 'Heel duidelijk is het allemaal niet.'