Gekleurd beeld van een Scanning Electron Micrograph (SEM) van een kankercel in de baarmoeder. Volgens oncologen overheersen bij het ontstaan van baarmoederhalskanker wél omgevingsfactoren.
Gekleurd beeld van een Scanning Electron Micrograph (SEM) van een kankercel in de baarmoeder. Volgens oncologen overheersen bij het ontstaan van baarmoederhalskanker wél omgevingsfactoren. © Science Photo Library

Oncologen: domme pech is wel degelijk belangrijke oorzaak kanker

Met meer aandacht voor vroege opsporing en bestrijding van kanker is een wereld te winnen. Veel vaker dan het publiek beseft, ontstaat kanker namelijk spontaan, door bijvoorbeeld een ongelukkige uitglijer bij de celdeling. Liefst tweederde van alle dna-mutaties die in tumoren worden aangetroffen moeten op die manier zijn ontstaan.

Dat althans stellen oncologen Bert Vogelstein en Cristian Tomasetti van de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore in een nieuwe berekening in Science. Een rekensom die al op voorhand omstreden is: toen Tomasetti en Vogelstein twee jaar geleden iets soortgelijks beweerden, viel de halve wereld over hen heen omdat ze kanker zouden bagatelliseren tot een ziekte waaraan je meestal niets kunt doen.

In Science komen de twee daar nu op terug, gewapend met een enorme berg statistieken van zeventien kankersoorten uit 69 landen. 'Er was vorige keer nogal wat verwarring', erkende Vogelstein donderdag op een besloten persconferentie, voorafgaand aan hun publicatie. 'Ons vertrekpunt is en blijft dat ongeveer 42 procent van alle kankers vermijdbaar is. Achter dat cijfer van Cancer Research UK staan we volledig.'

Bovendien is voor sommige kankers gezond leven wel degelijk cruciaal, erkennen de twee. Neem longkanker: van alle onderliggende mutaties is volgens Vogelsteins berekeningen zo'n 35 procent spontaan ontstaan, maar niettemin is 89 procent van alle longkankers te voorkomen door gezonder en rookvrij te leven. Reden van die schijnbare tegenstelling is dat er bij kanker meerdere genetische schakelaars tegelijk op 'fout' zijn gezet. En terwijl het toeval af en toe een schakelaar omzet en zo cellen geleidelijk richting kanker drijft, trappen factoren als roken, overgewicht of alcohol het gaspedaal vol in. 'Eén mutatie is dan genoeg om een kanker vermijdbaar te maken', legt Tomasetti uit.

Ik hoop vooral niet dat het publiek de indruk krijgt dat kanker toch niet te vermijden is

Hoogleraar kankerepidemiologie Floor van Leeuwen

Slordige rekensommen

Maar aan het Antoni van Leeuwenhoek vindt hoogleraar kankerepidemiologie Floor van Leeuwen de rekensommen van Tomasetti en Vogelstein nog altijd te slordig. Zo zien de twee over het hoofd dat risicofactoren elkaar kunnen versterken. 'We weten al heel lang dat 80 tot 90 procent komt door omgevingsfactoren in brede zin, inclusief virussen en bijvoorbeeld beroep', zegt Van Leeuwen. 'Helaas kunnen we niet aan al die factoren wat doen; preventie is naar schatting mogelijk voor 30 tot 50 procent van alle kankers.'

Haar diepere kritiek is principieel: als mensen dit maar niet aangrijpen om ongezonde gewoonten recht te praten. 'Natuurlijk is er bij kanker altijd sprake van enig toeval. Anders zou je altijd aan beide borsten tegelijk kanker krijgen. Maar intussen zijn er megagrote verschillen tussen verschillende landen: die komen toch echt door omgevingsfactoren en verschillen in leefstijl. Ik hoop vooral niet dat het publiek de indruk krijgt dat kanker toch niet te vermijden is.'

We moeten niet nog eens allerlei schuldgevoelens toevoegen aan een toch al dramatische situatie

Oncoloog Bert Vogelstein

Vogelstein ziet dat precies andersom. 'Kijk op internet, en het enige wat je ziet is: kanker komt door dit, kanker komt door dat. Leefstijl en erfelijkheid.' Vogelstein is kinderarts van huis uit en zag waar dat bij jonge kankerpatiëntjes toe kan leiden: 'Ouders met een verschrikkelijk schuldgevoel, ervan overtuigd dat ze hun kind blijkbaar aan iets verkeerds hadden blootgesteld of de verkeerde genen hadden meegegeven. Ik vind dat we niet nog eens allerlei schuldgevoelens moeten toevoegen aan een toch al dramatische situatie.'

De verschillen per weefseltype zijn groot, benadrukken de Amerikanen. Vooral bij leukemie en kankers aan brein, borst, lever, nier, alvleesklier, darm en blaas lijkt de rol van het toeval fors. Bij long-, hals-, slokdarm en baarmoederhalskanker overheersen omgevingsfactoren, stellen de twee.

Vogelstein pleit voor meer nadruk op vroege detectie, als een kanker nog is te behandelen. 'Een enorm onderschat, te weinig onderzocht en te mager gefinancierd onderzoeksgebied', vindt hij. 'We moeten gewoon erkennen dat de meeste vijanden al in ons zijn.'