Analyse

Olie, water, druppels? Met oorsmeer kom je al snel in wetenschappelijk onbekend terrein

null Beeld Eline van Strien
Beeld Eline van Strien

En dan vormt het oorsmeer zich tot een prop die het gehoor ernstig belemmert. Het is een van die kleine kwalen die vaak voorkomen, maar waarover weinig bekend is. Wat weten we wel?

Het zou weleens rommelig kunnen gaan worden, dus we besluiten het in de badkamer te doen. ‘Welke olie wil je?’, roept mijn vriendin vanuit de keuken. ‘Zonnebloemolie toch?’

‘Nee, die ruikt zo. Doe toch maar olijfolie. De duurste.’

Rond mijn oor leg ik een keukenpapiertje. Mijn hoofd kantel ik, zodat het oor naar boven is gericht. Mijn vriendin zet op de opening een plastic trechtertje. Dan begint ze te gieten. Alles om die prop oorsmeer eruit te krijgen.

Oorsmeer is alledaags en mysterieus tegelijk. Meestal is het nuttig: het smeert de gehoorgang, voert vuil af en houdt infecties weg. Dokters kennen oorsmeer ook wel als cerumen: een verzameling stof, dode huidcellen en door speciale zweetklieren geproduceerde vetten. Wonderlijk is hoe oorsmeer de buitenwereld bereikt. Vanuit het trommelvlies groeit de huid van de gehoorgang naar buiten toe en neemt als een lopende band het vettige cerumen met zich mee.

Maar oorsmeer heeft een wispelturige kant. Bij 1 op de 25 volwassenen klontert het geregeld samen tot een prop die maar op één ding uit is: een volledige overwoekering van de gehoorgang. Grofweg een half miljoen Nederlanders loopt waarschijnlijk geregeld met zo’n oorsmeerprop rond. Anderen overkomt dat nooit, en onderzoekers begrijpen nog altijd niet waarom.

Zeker is dat erfelijkheid er iets mee te maken heeft. Of het aan muziek-oordopjes ligt, die sommige mensen haast permanent in hebben, is onzeker. In theorie kan een oordopje oorsmeer tegenhouden dat de huid op zijn trektocht naar buiten anders zou hebben meegenomen.

Huis-tuin-en-keukenmiddeltjes

Ik val hoe dan ook in de categorie van cerumen-pechvogels. Mijn gehoorgang slibt de laatste dagen dicht en niet zo’n beetje ook. Geluiden van de buitenwereld vinden steeds moeilijker hun weg naar mijn trommelvlies en als cadeautje krijg ik er nieuwe geluiden bij: het geplak van de prop tegen de binnenwanden.

Wat te doen? Bij de huisarts is nog even geen plek, maar de ergernis is zo groot dat ik bereid ben om naar huis-tuin-en-keukenmiddeltjes te grijpen. Dus ik besluit mijn kwestie voor te leggen aan de collectieve wijsheid van internet: Twitter.

Ga met olie druppelen, zegt de een, dan glijdt de prop er na een paar dagen vanzelf uit. Nee, nee, zegt de ander: spoel er alvast lauw water in, zoals bij de huisartsenpraktijk ook gebeurt. Onzin, hoor ik dan weer van een ervaringsdeskundige, want water is volgens zijn huisarts een gegarandeerde manier om de oorsmeerprop tegen je trommelvlies aan te plakken, wat hem nog moeilijker te verwijderen maakt.

Andere doe-het-zelvers raden een bezoek aan de drogisterij aan. Koop er een eigen injectiespuit met zachte punt, dat is beter dan de douchekop (‘zo doe ik het al jaren bij je vader’, schrijft mijn moeder – op Twitter). Het best werken commerciële oorsmeerdruppels, meent iemand anders. Die bevatten speciale oplosmiddelen en zijn veiliger. Ik krijg ook het advies het bleekmiddel waterstofperoxide te gebruiken, maar dan vooral als regulier onderhoud.

De meeste oorsmeertips zijn puur giswerk, zegt universitair hoofddocent Just Eekhof van het Leids Universitair Medisch Centrum, die zich al jaren verdiept in ‘kleine kwalen’ en er meerdere boeken over schreef. ‘Er wordt naar oorsmeer heel weinig onderzoek gedaan’, zegt Eekhof, die ook huisarts is. ‘Dat zie je bijna altijd bij kleine kwalen: het komt heel veel voor, maar eigenlijk weten we er bijna niets van. Bij wratten en schimmelnagels is het net zo.’

Drie dagen druppelen

Een Fonds Alledaagse Ziekten, ooit begonnen in de jaren negentig en sinds 2016 afhankelijk van donaties, probeert daar verandering in te brengen. Het financierde enkele kleine studies naar onder meer schouderklachten, waterwratjes en, jawel, schimmelnagels. Helaas voor mij en mijn lotgenoten heeft nog niemand er een oorsmeerstudie mee bekostigd.

Toch valt er met de weinige kennis die er is wel iets te zeggen. Oorsmeerdruppels zijn nog het best onderzocht. Die werken voor zover bekend niet beter dan water en zijn hun geld dus niet waard, laten de bestaande studies zien, die Eekhof eens samenvatte in het blad Huisarts en Wetenschap.

Als ik met mijn huisartspraktijk bel, krijg ik een andere tip: ze willen best mijn oor uitspoelen, maar ik moet zelf eerst de oorsmeerprop losweken. Dat betekent dat ik in de drie dagen van tevoren mijn oren moet druppelen. Met olie.

Toch kunnen ook huisartsen van mening verschillen, blijkt al gauw uit de reactie van huisarts en Volkskrant-columnist Joost Zaat. ‘Olie geeft alleen maar geklieder’, zegt hij. ‘Ik heb dat twintig jaar geleden samen met een student uitgezocht in de literatuur.’ Zaat schreef over de bevindingen in de derde druk van het boek Medische misvattingen. Een Engelse huisarts meende in 1965 dat maïsolie het beste losweekmiddel voor cerumen was, maar later onderzoek heeft dat nooit kunnen bevestigen.

In reageerbuisjes doet olie in elk geval niets met oorsmeer. ‘Het zou oorsmeer uit de gehoorgang doen glijden, maar dat neemt iedereen maar aan’, zegt Zaat erover. ‘Het heeft waarschijnlijk geen enkele zin.’

Zaat probeerde zijn eigen assistenten destijds om te praten om te stoppen met olie, maar ze bleven vasthouden aan drie dagen druppelen. Het verbaast de huisarts nog steeds. ‘Waarom moet je drie dagen druppelen? En niet twee of vijf? Het is meer een ritueel dan kennis.’

‘Mythologie rondom de behandelingen’

Kleinekwalenonderzoeker Eekhof ziet dat ook zo. ‘Als je geen wetenschappelijke basis hebt, ontstaat vanzelf een soort mythologie rondom de behandelingen.’ Die biedt dan wat houvast, zeggen beide huisartsen: er gebeurt tenminste íéts. In dit geval is het wel bijzonder dat dit mythologische advies het heeft geschopt tot het officiële behandeladvies van het Nederlands Huisartsen Genootschap, dat patiënten via thuisarts.nl kunnen raadplegen.

Na een nachtje slapen met een goed geolied oor merk ik zelf geen verbetering op. Plan B dan maar. De laboratoriumstudies waarnaar Zaat verwijst laten namelijk ook zien dat water wél helpt om cerumen los te weken. Dan toch maar zelf de lauwe douchestraal erop zetten, zoals iemand mij op Twitter aanraadde.

Het douchewater knalt mijn oor in, en warempel, er gebeurt iets. Alles slibt nu helemáál dicht. Klanken die eerder enigszins dof overkwamen, klinken nu helemaal platgeslagen. Mijn eigen stem galmt door mijn schedel. Heb ik nu mijn oorsmeerprop tegen mijn trommelvlies geplakt?

null Beeld Eline van Strien
Beeld Eline van Strien

Waarschijnlijk niet, zegt Eekhof. Als artsen in de gehoorgang kijken met de zogeheten otoscoop, zien ze meestal de prop ergens halverwege zitten. Zolang er nog een kwart van de gehoorgang vrij is, kun je prima horen. ‘Doe je er water bij, dan zuigt het cerumen dat op. De prop wordt dus groter. Dan plakt hij tegen de wanden van de gehoorgang aan en wordt al het geluid geblokkeerd.’

De volledige blokkade bevalt me niet, dus voor de rest van weekend blijf ik braaf bij het oliedruppeladvies.

Dan breekt maandag aan: met mijn fors voorbehandelde gehoorgang, die nu zelfs een beetje pijn doet, stap ik de behandelkamer binnen en neem ik plaats op een stoeltje, terwijl de huisartsassistent mijn oor inspecteert. ‘O ja, die zit vol’, bevestigt ze.

Ze loopt naar het aanrecht en vult een grote plastic injectiespuit met lauw water. Het idee is dat ze mijn gehoorgang met een welgemikte waterstraal gaat uitspoelen.

‘Altijd dezelfde mensen’

Die methode verlost de meeste mensen van hun vastgekoekte cerumen, nemen dokters aan. Sterker: de gehoorgang uitspoelen met een injectiespuit of soortgelijk apparaat werkt volgens een studie van Eekhof zelf zó goed dat voorspoelen of -druppelen misschien niet eens nodig is. Meestal valt een dwarse oorsmeerprop er na één tot drie uitspoelpogingen al uit. Blijft hij koppig zitten, dan kan de assistent ook ter plekke wat lauw water een kwartier in het oor laten staan om de prop verder los te weken. In Eekhofs studie kwam de cerumenprop dan altijd wel los.

Drie, vier keer roetsjt het lauwe water door mijn gehoorgang. Dit is verrassend aangenaam: de warmte die met een enorm kabaal mijn gehoorgang streelt, is een sensatie die met een douchekop niet te behalen valt.

Missie geslaagd, te zien aan het resultaat in het opvangbakje en het geluid om mij heen dat weer opmerkelijk veel luider klinkt. Net zoals het twee jaar geleden ging bij mijn eerste spoelbeurt.

Ja, ik ben een repeat customer. Dat zal waarschijnlijk ook zo blijven, zegt Eekhof. ‘Je ziet altijd dezelfde mensen jarenlang voor hun oorsmeerprop langskomen.’ Dat versterkt ook alleen maar het ritueelgevoel, zegt hij: mensen raken erop ingesteld dat ze een paar dagen olie druppelen en dan verlossing krijgen.

Maar misschien zit er meer achter die herhaalbezoeken, vraagt Zaat zich af. Wat nou als de behandeling zélf de oorsmeerproblematiek in stand houdt? ‘Al die bacteriën in het oorsmeer leven in een soort balans. Als je die in één klap wegspoelt, raakt alles misschien wel van slag. Dan kan het oorsmeer misschien ook weer sneller een nieuwe prop vormen. Niemand heeft dat onderzocht, dus we weten het niet.’

Hoe dan ook voelt mijn gehoor nu als herboren – zolang mijn oorsmeer zich gedeisd houdt. Ik kijk alweer uit naar de volgende uitspoelkuur.

Alledaagse kwalen als medisch ondergeschoven kindjes

Omdat veruit het meeste geld in de medische wereld naar onderzoek gaat voor urgente ziekten zoals kanker of dementie, blijft er praktisch niets over voor onderzoek naar alledaagse kwalen zoals oorsmeerproppen, schouderklachten en wintertenen, vond een groep artsen. Daarom richtten zij het Fonds Alledaagse Ziekten op. We stippen drie studies aan.

Vitamine D helpt niet bij wintertenen
Tienduizenden mensen krijgen jaarlijks wintertenen wanneer buiten het kwik daalt: hun tenen worden blauw en jeukerig of zwellen zelfs een beetje op. Jarenlang schreven huisartsen vitamine D voor en ontstekingsremmende zalfjes. Huisarts Ibo Souwer heeft onderzocht of die behandelingen helpen. De verrassende conclusie is dat géén van die middelen helpt. Wie wintertenen heeft, kan ze maar beter goed inpakken en hopen dat gauw de lente aanbreekt.

Niet elke wrat is hetzelfde
Elk jaar constateren huisartsen wratten bij ongeveer 1 op elke 30 patiënten, bij kinderen is dat zelfs 1 op de 10. Toch begrijpen medici niet zo goed waarom wratten ontstaan. Huisartsen Sjoerd Bruggink en Just Eekhof onderzochten de beste manier om ervan af te komen, want dat bleek nog nooit te zijn gedaan. Wratten op de handen haal je het best weg met een stikstofbehandeling, terwijl bij voeten het bijtende monochloorazijnzuur de handigste optie is.

Onnodige oogzalf
Elk jaar krijgen een paar duizend Nederlanders last van oogontsteking. Dat kan komen doordat een bacterie of virus een infectie op die plek veroorzaakt. Omdat de aard van de infectie vaak moeilijk is vast te stellen, schreven huisartsen bij 80 procent van de patiënten antibacteriële oogzalf voor. Maar afwachten of het over gaat, zonder zalf dus, helpt net zo goed, blijkt uit een onderzoek van Amsterdam UMC. Dat zou jaarlijks 3,5 miljoen euro kunnen schelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden