Ogen als groene kolen

OP DE OMSLAG van Riana Scheepers' verhalenbundel Feeks staat een oorbel: een lange reep leer met een schelpje, wat gedroogde zaden en een parelhoenveer....

In 'Heks' geeft de talisman de hoofdpersoon kracht in de strijd met een op het oog veel sterkere Europese antagonist. Het verhaal speelt zich af in een vliegtuig. De vertelster, in wie we de schrijfster herkennen, keert na een verblijf in Europa terug naar Zuid-Afrika. Op het vliegveld wordt haar blik getrokken door een vrouw met rode haren die als een 'vlammende wolk' om haar hoofd staan. 'Heks', denkt de vrouw, om de haarbos en de vrouw daarna weer snel te vergeten.

Later blijken de twee vrouwen in hetzelfde vliegtuig te zitten. De fascinatie van de vertelster voor de vrouw slaat om in ergernis als blijkt dat zij tot een groepje jonge, zich misdragende motorrijders behoort. Ze zijn luid, zuipen, roken waar het niet mag en verpesten de reis en de nachtrust. Het gedrag van de roodharige spant de kroon. Een confrontatie tussen de provocerende vrouw en de geërgerde vertelster is onvermijdelijk. Waar mannen met elkaar op de vuist zouden gaan, spreken de vrouwen als moderne heksen een vloek over elkaar uit. 'You be unhappy for a long, long time. You lose your love, your house, you be unhappy for life', zegt de motorrijdster.

'Heks', sist de vertelster terug. Om er meteen een Zulu-vloek uit haar kindertijd aan toe te voegen: 'Suka Nyoka.' Het vliegtuig is inmiddels boven Afrika. Dit is haar territorium, voelt zij, hier is zij de baas, hier hoeft ze niks te pikken van die roodharige feeks, ook al doet die nog zo stoer.

De afloop is onverwacht en wreed. In de laatste alinea, kort na de ontknoping, grijpt de vertelster naar haar hanger. Ze voelt hem vertroostend en boosaardig beven in haar hand.

Met 'Heks' is de toon voor de bundel gezet. Het gaat hier om sterke vrouwen, heksen en feeën (samengetrokken tot feeks). Scheepers wil ongenaakbare krachten tonen die heersen in het schemergebied tussen droom en werkelijkheid. Dit, wil ze zeggen, is Afrika: hard maar vertroostend, poëtisch en ondoorgrondelijk. Hier maakt ratio moeiteloos plaats voor de macht van het onderbewuste.

Met 'Heks' levert dat een fraai verhaal op, puntig verteld, met de juiste balans tussen suggestie en beschrijving. De kracht ligt in het vleugje nihilisme van de schrijfster, dat zich ontlaadt in het slot. Het noodlot trekt zich niets aan van goed en slecht of sterk en zwak.

Dat niveau wordt in de rest van de bundel helaas slechts sporadisch gehaald. Scheepers zwakt de scherpe randjes af met empathie. In het ergste geval, zoals in 'Kerstfeest Onderweg', leidt dat tot sentimentaliteit die er duimendik bovenop ligt. In andere verhalen, 'De vrouw in de kelder' en 'Kat op het dak', blijft de betekenis van het mysterie te zeer in nevelen gehuld om te kunnen boeien. Het lijkt er dan vooral te zijn bijgehaald om een onbeduidend incident diepere gronden te geven.

Riana Scheepers (42) groeide op op het platteland van Natal. De kunst van het vertellen leerde ze daar van een oude Zulu-vrouw, die 's avonds de kinderen van de boerderij (blank en zwart) om zich heen verzamelde en verhalen verzon. In Feeks, Scheepers' derde bundel, klinkt die oude vertelkunst nog maar sporadisch door. Het boek lijkt bovenal bedoeld voor de buitenlandse (lees: Nederlandse en Vlaamse) markt. Vandaar het wat uitleggerige toontje, dat irriteert in een zin als: 'Zuid-Afrika, mijn prachtige, droevige land.' Vandaar ook de uitgebreide beschrijvingen van de natuur. Het taalgebruik dat in haar debuut Dulle Griet zo mooi afgemeten was, zwelt in Feeks soms aan tot ergerniswekkend en lelijk. Viooltjes die baldadig over ruwe stukken steen tuimelen, sinaasappelen tot barstens toe gevuld met zonlicht, vergelijkingen als 'ogen als groene kolen' en blubber als 'een nachtmerrieachtige nacht'.

Behalve haar stijl heeft Scheepers haar thematiek gewijzigd. Geen Zuid-Afrikaanse literatuur meer zonder verkrachting en geweld. Fraai binnen dat thema is 'Hun verhaal', waarin de auteur zich verplaatst in een man die een jong meisje heeft verkracht en vermoord, omdat hij gelooft dat seks met een maagd het medicijn is tegen aids.

Maar de beroving gaat haar minder goed af. In het interview met Groenteman noemde Scheepers de bekroonde roman Disgrace (In ongenade) van J.M. Coetzee 'studeerkamerliteratuur'. In haar verhaal 'Maar toch wel' behandelt ze vergelijkbare problematiek: aanranding van blanken in een afgelegen gebied. Ze vertelde Groenteman dat zij het verhaal niet had hoeven te bedenken in een studeerkamer. Zij putte uit haar directe omgeving: haar bejaarde ouders waren slachtoffers van het geweld geworden.

Samen met 'Feeks' is dit verhaal de tour de force van de bundel. Aangrijpend worden de pijn en de verdwazing van de oude vrouw beschreven, die haar gehoor is kwijtgeraakt door een schop tegen het hoofd. De vrouw heeft haar wilskracht verloren. Tot het moment waarop ze bezoek krijgt van een oude zwarte bediende, die speciaal twintig kilometer is komen lopen om de zielenpijn van haar ex-bazin te verzachten. 'Ik kom samen met jou huilen, nkosasana', zegt ze tegen de vrouw, die haar hoofd op de schouder van de oude vrouw legt. Een mooi beeld.

Maar het zijn de betrokkenheid en de politieke correctheid die Scheepers de das omdoen. Omdat ze nergens wil schrijven dat de belagers zwart zijn, is het beeld van de compassie onaf. Moeilijke en pijnlijke vragen worden vermeden. Waar Coetzee meedogenloos fileert, blijft Scheepers hangen in een onscherp beeld. Vandaar de glibberige slotzin, die rechtstreeks lijkt te zijn ontleend aan de quasi-literaire journalistiek. 'In dit land is geen troost, weet de vrouw, maar toch wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden