Interview Oceanograaf Hans van Haren

Oceanograaf Hans van Haren: ‘Er waren momenten dat ik dacht: ik geef het op’

Oceanograaf Hans van Haren op Texel. Beeld Els Zweerink

Oceanograaf Hans van Haren leefde een jaar in onzekerheid. Zijn meetapparatuur lag hopeloos verloren in de Marianentrog, de diepste zeekloof van de wereld. Nu is het alsnog gelukt de gegevens uit te lezen, en wat blijkt? Kilometers onder de zee golft het.

Gespannen wacht Hans van Haren op het bevrijdende piepje. In de koptelefoon hoort hij ‘een bak herrie’. De fysisch oceanograaf zit benedendeks op de Sally Ride en hoopt een geluidsignaal uit zee op vangen. Hij hoort alleen het gebrom van de motoren die het onderzoeksschip op zijn plaats moeten houden. Ver beneden hem ligt de Marianentrog, het diepste punt op aarde.

In deze mysterieuze kloof in de bodem van de Stille Oceaan liet Van Haren drie jaar geleden een kilometerslange staalkabel met gevoelige meetapparatuur zakken. Die moest gegevens verzamelen over waterbewegingen in de 11 kilometer diepe sleuf. Toen hij vorig jaar terugkeerde om de kostbare instrumenten boven water te halen, wachtte hem een bittere teleurstelling: wat hij ook probeerde, de kabel kwam niet naar boven. Het project waaraan hij zoveel jaren had besteed, noem het gerust zijn levenswerk, leek mislukt.

Van Haren is weer terug op de plek waar hij zijn meetinstrumenten naar de diepste diepte stuurde. Hij onderneemt een ultieme poging om zijn onderzoek te redden, om te voorkomen dat alle voorbereidingen en investeringen voor niets zijn geweest. Samen met de technici Martin Laan en Yvo Witte, collega’s bij het Nederlands Instituut voor het Onderzoek der Zee (NIOZ),  bedacht hij een alternatieve manier om de instrumenten op te vissen. Nu moet blijken of die methode werkt. Of de kabel nog heel is. Of de kabel er nog is.

De sliert van staal is bevestigd aan een ankergewicht op de bodem van het Challenger Deep, het diepste deel van de Marianentrog. Als het goed is, staat hij nog rechtop, omhooggehouden door een boei die zich vier kilometer onder de waterspiegel bevindt. Het plan was om het anker met een geluidssignaal de opdracht te geven de kabel los te laten, zodat die door de boei naar de oppervlakte kon worden getrokken. Maar toen ze vorig jaar het commando ‘los laten’ gaven, gebeurde er niets. De oceaan hield zijn spullen verborgen.

Wat was er fout gegaan? Meteen na de afknapper begon het piekeren over de oorzaak van het echec en over het opzetten van een reddingsoperatie. Dat het laat-los-bevel het anker niet had bereikt, leek de meest voor de hand liggende verklaring voor de tegenslag. De reis naar de bodem was waarschijnlijk te lang voor het geluidssignaal dat vanaf het schip werd verzonden. Daarom bouwde Martin Laan een zender die ze dichter bij het anker zouden kunnen brengen. Het was de laatste kans om hun materiaal en de daarin verzamelde gegevens uit de Marianentrog te redden. Andere opties, zoals met een duikboot naar beneden gaan, waren te duur of onuitvoerbaar.

Het is een uur of zeven op een tropische novemberavond als de zender vanaf de Sally Ride langzaam naar beneden zakt en contact zoekt met het anker. Van Haren probeert de onderzeese gebeurtenissen te volgen via een hydrofoon. Het verlossende teken moet komen van de geluidontvanger op het anker, die een signaal zal afgeven als hij omhoog komt. In de koptelefoon grommen de scheepsmotoren. Verder hoort Van Haren niets.

Als de kapitein naar beneden komt om een praatje aan te knopen, vraagt hij tussen neus en lippen door of Van Haren nog niet is gebeld vanuit de stuurhut. ‘Daar horen ze al een paar minuten een pieptoon op de radio.’ Van Haren en zijn medewerkers kijken elkaar verbijsterd aan. Ze snappen de terloopsheid van de mededeling niet, want dit moet het signaal zijn waar ze zo wanhopig op zitten te wachten. Van Haren klapt zijn laptop open en ziet dat een satelliet een signaal van de boei heeft opgepikt. Daar staat het: de boei is boven water.

Buiten is het aardedonker. Met sterke zoeklichten speurt de bemanning het water af. In de kalme zee is de oranje-rode boei snel gevonden. Dan begint het binnenhalen van de zeven kilometer lange kabel. Terwijl die langzaam op een lier wordt gedraaid, snijden Van Haren en zijn collega’s de vierhonderd temperatuursensoren los die met tape aan de kabel vastzitten. Ze werken onophoudelijk door tot in de vroege ochtend. Champage om het succes te vieren is er niet – de Sally Ride staat droog.

Op weg naar het Amerikaanse eiland Guam, waar de Nederlanders van boord zullen gaan, halen ze de geheugenkaartjes uit alle sensoren. Van Haren voert de gegevens meteen in op zijn laptop. Hij wil alle data zo snel mogelijk opslaan omdat de meetinstrumenten aan boord blijven tot het schip in San Francisco is. Dat duurt nog weken. Op Guam drinken Van Haren en zijn collega’s een biertje op de onderneming die toch nog is geslaagd.

Hans van Haren. Beeld Els Zweerink

Onzekerheid

‘Een jaar lang heb ik in onzekerheid geleefd’, zegt Van Haren in het NIOZ-gebouw op Texel. ‘Er waren momenten dat ik dacht: ik geef het op. Het kostte nogal wat moeite om de Amerikaanse bemanning van de Sally Ride te overtuigen van de haalbaarheid van de missie. We hadden haast omdat de batterijen van de apparatuur leeg zouden raken. Dan zou het echt ophouden. Ik ben erg blij dat we hebben doorgezet.’

Achteraf bleek dat alle instrumenten perfect hadden gewerkt. De batterijen hadden het langer volgehouden dan gedacht. De geluidontvanger op het anker had prima gefunctioneerd: de kabel was al snel losgelaten nadat de zender was neergelaten. Dat bevestigde het vermoeden dat de afstand voor het geluidssignaal bij de eerste poging te groot was geweest.

Van Haren is nog maar een week terug in Nederland, toch kan hij al de eerste data van zijn onderzoek laten zien. Hij toont een grafiek met felle kleuren, die licht golvend verlopen van rood tot diepblauw. Ze geven de watertemperaturen op meerdere diepten weer. De verschillen tussen de waterlagen zijn miniem: ze worden uitgedrukt in duizendste en tienduizendste graden Celsius. Hoe klein ook: de temperatuurverschillen laten de bewegingen van het water zien.

Beeld de Volkskrant infographics

De zee golft niet alleen aan de oppervlakte. Ze beweegt ook onder de waterspiegel. Er zijn interne golven: het water beweegt door de draaiing van de aarde, het getij en vooral door verschillen in dichtheid van waterlagen. Warm water is minder dicht dan koud water, zoet water is minder dicht dan zout water. Interne golven kunnen 100 meter hoog worden en – net als op de kust - omslaan op onderzeese bergen.

De grafiek van Van Haren maakt interne golven op 6000 meter diepte zichtbaar. Enkele keren per dag komt een golf van zo’n 50 meter hoog voorbij. Maar dieper in de Marianentrog – op 10 kilometer diepte – is van deze beweging weinig meer over. Toch staat het water er niet stil. In plaats van een min of meer regelmatige golfbeweging zijn er zijn uitschieters van iets warmer water dat honderden meters omlaag beweegt. ‘Een turbulente puls naar beneden’, in de woorden van Van Haren. Een paar maal per dag dringt een ‘sproeier’ door in een diepere en koudere waterlaag en lost daarna op. Zo’n omgekeerde piek duurt een paar uur.

‘Dit kan eigenlijk niet’, zegt Van Haren. ‘Warm water hoort op te stijgen.’ De neerwaartse beweging is alleen te verklaren als het water van bovenaf een duw krijgt. Die duw wordt waarschijnlijk gegeven door interne golven die zich hoger in de oceaan voortbewegen. Of anders door golven die weerkaatsen tegen de zijwanden van de smalle trog. ‘Hoe die puls naar beneden wordt aangedreven kan ik nog niet met zekerheid zeggen. Dat moet ik verder onderzoeken.’

Hans van Haren. Beeld Els Zweerink

Ook al blijven er na zijn missie tal van vragen onbeantwoord, Van Haren is zichtbaar trots op de resultaten. ‘Deze metingen zijn nieuw. Wij zijn de enigen op de wereld die dit kunnen laten zien. In de Marianentrog is weinig turbulentie, maar voldoende om in de duistere diepte leven in stand te houden.’ Uit eerdere missies met bemande onderzeeërs en onbemande diepzeerobots was al gebleken dat de Marianentrog geen dode zeewoestijn is, zoals lang werd gedacht. Op de bodem zijn amoeben, garnaalachtige vlokreeften en zeekomkommers gesignaleerd. ‘De beweging van het water maakt het mogelijk dat voedingsstoffen en zuurstof naar beneden komen. Hoe indirect ook, het water in de Marianentrog staat in contact met het oppervlak.’

Voor onze kennis van de oceanen zijn deze bevindingen heel belangrijk, stelt Van Haren. De dynamica van de oceaan lijkt op die van de atmosfeer, met een cruciaal verschil: de atmosfeer wordt van onderaf verwarmd, de oceaan van bovenaf. ‘Als er in zee geen turbulentie en interne golven zouden zijn, dan zou je een plakje warm water hebben boven een poel van stilstaand en levenloos water. Voor zover we nu weten is het breken van interne golven het enige middel om voldoende turbulentie op te wekken om de zaak aan de gang te houden en leven in de diepzee mogelijk te maken.’

En nu? Van Haren: ‘Ik ben nog wel even bezig met de data. Ik hoop dat er volgend jaar een wetenschappelijk artikel ligt. Een Deense collega wil graag mijn metingen combineren met zijn biologische data. Die combinatie kan een directer bewijs opleveren voor de route die voedingsstoffen en zuurstof nemen om de bodem van de diepste diepzee te bereiken.’

Lees hier verder over de Marianentrog 

De Marianentrog  is een kloof in de bodem van de Stille Oceaan die zich ten oosten van de Filipijnen uitstrekt over een lengte van 2500 kilometer. Het diepste punt ligt 10.925 meter onder het wateroppervlak. Hans van Haren ontdekte in 2016 dat het diepste punt ergens anders ligt en iets minder diep is dan Amerikaanse wetenschappers eerder hadden berekend. Drie keer is de mens in de kloof afgedaald. In 1960 waren de Amerikaan Don Walsh en de Zwitser Jacques Picard met een kleine onderzeeër naar de bodem gegaan. In 2012 volgde de Canadese filmer James Cameron. In mei van dit jaar ondernam de Texaanse multimiljonair Victor Viscoso een expeditie naar de Marianentrog. Van Haren wees hem er per mail op dat hij weg moest blijven bij de verankering van zijn kabel, die toen nog overeind stond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden