Reportage implantlenzen

Nooit meer een bril? Saskia Noort over haar implantlenzen

Beeld Krista van der Niet

Geen zin in leesbrillen, of in het gewissel tussen de bril voor ver en die voor dichtbij? Wie het aandurft, kan zijn ooglens laten vervangen door een ‘implantlens’. Thrillerauteur Saskia Noort durfde het. Haar ervaring, plus de wetenschap erachter.

Het begint met minder plezier in ­lezen. Opzien tegen de krant op ­zaterdagochtend en denken dat het aan het gebrekkige licht boven de eettafel ligt. Dan ga je de lettergrootte op je telefoon bijstellen, tot zelfs de persoon aan de andere kant van het café je appjes kan lezen, en sta je in de Albert Heijn met je iPhone-zaklamp de prijzen te scannen. Uiteindelijk ga je overstag, leg je je neer bij de veroudering van je ogen en koop je zo’n hippe leesbril in een winkel waar ook een fiets aan de muur hangt en je heel ingewikkelde koffie kunt drinken. Waarna je die bril in een mum van tijd kwijtraakt en je genoodzaakt bent om ook een paar van die lelijke, rechthoekige, dikwijls paars- of roodvlammende Etosbrillen aan te schaffen. Een voor in de auto, om je dashboard te kunnen ontcijferen, een paar voor in elke tas, zodat je op de wc kunt appen dat je ­Tinderdate enigszins tegenvalt en het menu kunt lezen in dat schaars verlichte restaurant, een voor op het nachtkastje, en een voor op de wc en dan nog weer een lading omdat je ze allemaal een keertje kwijtraakt.

Multifocale bril mét een zonnebril op sterkte

Leesbrillen zijn als sokken, ze verdwijnen spontaan en niemand weet waarheen, of er breekt een poot af, want die schroefjes, ik weet het zeker, doen het expres maar enkele weken, zodat je weer naar de Etos moet, of op een dag besluit voor het echte werk te gaan, en je na enkele vage metingen een multifocale bril krijgt aangesmeerd, mét een zonnebril op sterkte bovendien, voor slechts enkele honderden en soms bijna duizend euro, maar dan heb je ook wat. Dat je misselijk wordt van het dragen hoort erbij, dat went vanzelf. Maar daar krijgen je ogen de tijd niet voor, want ook deze bril laat je liggen in de kroeg, het vliegtuig, het toilet van de Stadsschouwburg, in het bed van weer een andere Tinderdate, en je hebt het lef niet je bril terug te vragen. Hoe geil is het? ‘Eh, schatje, heb je mijn leesbril misschien ergens gevonden?’

Wie nog niet daar is waar het lichaam met rasse schreden achteruit holt, begrijpt waarschijnlijk niets van de ontkenning gecombineerd met wanhopig vechten tegen de onvermijdelijke veroudering, maar ik zie ze dagelijks, de leesbrilweigeraars, ik lees hun appjes mee op een kilometer afstand als ik niet verblind word door hun zaklamp op de wijnkaart.

Hoe doe jij dat? Vragen collega-schrijvers me onzeker in de coulissen van de Lowlandstent, hun voor te dragen verhaal uitgeprint op lettergrootte 28.

Hoe ik dat doe. Ik heb, na acht jaar lang brillen zoeken en schrijven omringd door drie sterktes, een voor de computer, een voor het lezen van research en een voor veraf, besloten eens te googelen op ‘nooit meer een leesbril’.

Ja, de fase van de multifocale contactlens heb ik ook gehad. Maar het inbrengen en het uitdoen van contactlenzen vond ik een hele opgave en ik trof mezelf de helft van de tijd aan op de badkamervloer, zonder lenzen zoekend naar mijn lenzen, waarna ik ze ’s nachts na een gezellig feestje vergat uit te doen, of er zat er een scheef, of ik kreeg de ander helemaal nooit meer uit, waardoor ik ooit in paniek mijn dochter belde, of ze misschien naar huis wilde komen om dat ding uit mijn oog te peuteren. Uiteindelijk bleek er helemaal geen lens in te zitten, die lag weer op die vermaledijde badkamervloer en alles begon weer van voren af aan.

Nee, uiteindelijk besloot ik te doen wat niemand om me heen aandurfde. Ik liet mijn ­eigen lensjes uit mijn ogen snijden en nieuwe implanteren. Doodeng. Vooral omdat een Facebook-vriendin hetzelfde ging doen en zij minutieus verslag deed van het geheel, dat bij haar grandioos mislukte. Een lens werd bij haar afgestoten, en dat is kut, want je hebt niets meer om op terug te vallen, behalve je andere oog.

Wand vol BN’ers

Maar toch deed ik het, wel bij een kliniek waarvan werd gezegd dat ze de allerbeste waren, met een wand vol BN’ers die allemaal over een sterk verbeterd gezichtsvermogen beschikten dankzij dokter Ruth. Na een aantal ­onderzoeken waaruit mijn ogen geschikt bleken voor de ingreep, ging ik liggen in haar stoel en gaf me over aan haar scalpel, met een beetje hulp van oxazepam. Ondanks dat laatste ben ik zelden zo bang geweest als het moment dat mijn gezicht werd afgedekt, behalve mijn linkeroog, waarop ze een klem zette, er iets in druppelde en ik niets anders meer zag dan licht, waas en de vage omtrekken van een chirurgisch instrument dat mijn ooglens zal verwijderen. Waar was ik aan begonnen? Mijn ogen, mijn werk, mijn liefde, stel je toch eens voor…

Niet veel later schoof dokter Ruth mijn nieuwe trifocale implantlens ervoor, klampte ik me weer vast aan haar opgewekte stem en na wat stevig geruk en getrek aan mijn oogbal werd de boel afgeplakt en mocht ik haar stoel verlaten, een paar duizend euro lichter, maar met een lens die voor altijd zijn sterkte zou behouden. Twee weken later zouden ze mijn rechteroog doen.

De volgende dag was ik al vroeg wakker, om eerlijk te zijn, ik was de hele nacht wakker, mezelf martelend met angstvisioenen en strafgedachten, wie doet zoiets, ­laten snijden in een gezond oog, puur uit ijdelheid, omdat ik te slordig ben mijn brillen fatsoenlijk op te bergen en te lui om ze steeds te zoeken, dit was toch eigenlijk de decadentie ten top, je zou zien dat ik nu voor straf nooit meer kon lezen, laat staan schrijven en dat iedereen zou zeggen: zie je wel? Wie doet zoiets met haar kapitaal?

Om acht uur haalde ik mijn pleister eraf, om twee minuten over acht keek ik op mijn telefoon. En kon ik ze lezen, de appjes van alle mensen die wilden weten of het goed gegaan was. Zonder bril. Op de standaardlettergrootte. Ik kon wel janken van geluk.

Inmiddels ben ik ruim twee jaar en twee boeken verder. Ik lees voor met lettergrootte 16, verslind weer boeken en kranten, zie in de spiegel dat mijn fijne lijntjes in feite diepe groeven zijn. Ik heb zonder spoor van angst ook mijn rechteroog laten doen en nooit last gehad van enige bijwerking. Anderen mogen dan als een kind zo blij worden van nieuwe tieten of een designervagina, ik ben iedere dag weer dolgelukkig met mijn trifocale implantlenzen. Nooit meer een leesbril, ik gun het iedereen.

Saskia Noort

Beeld Krista van der Niet

Implantlenzen: van staaroperaties naar cosmetische keuzeHet alternatief voor een bril werd ontdekt dankzij beschadigde cockpits in de Tweede Wereldoorlog

Dat is vreemd, geen ontsteking. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang als de Britse chirurg Harold Ridley de beschadigde ogen van piloten van de Royal Air Force bestudeert. Ze hebben splinters perspex in hun ogen, tijdens vuurgevechten afgebroken van het raam van hun cockpit. Glazen splinters geven ontstekingen, maar bij dit doorzichtige plastic blijven die uit, waardoor het idee ontstaat om het materiaal in te zetten voor medische toepassingen.

In 1949 vervangt Ridley voor het eerst bij een patiënt de lens van diens oog door een kunstmatige lens gemaakt van perspex. De patiënt leed aan staar, waarbij de lens van het oog vertroebelt, soms met blindheid tot gevolg. Inmiddels is de staaroperatie een van de meest uitgevoerde operaties ter wereld, met alleen al in Nederland ongeveer 150 duizend behandelingen per jaar. 

De basisverzekering vergoedt alleen de plaatsing van een monofocale implantlens. Daarmee is na de operatie op één afstand scherp te zien, en is nog steeds een bril nodig om dichtbij en/of ver te zien. Multifocale implantlenzen combineren een leesgedeelte en een vertegedeelte in één lens. Een bril is daarna vaak niet meer nodig. Wie voor dit soort multifocale lenzen kiest bij de diagnose staar, moet zelf de lenzen betalen. Reken op 2.500-3.000 euro voor twee ogen.

Cosmetische overwegingen

De eigen lens laten vervangen door multifocale implantlenzen is ook populair bij mensen die helemaal geen staar hebben, signaleert Jan Willem van der Linden, directeur van Retina, een kliniek gespecialiseerd in oogoperaties. ‘Het grootste deel van mijn klanten bestaat uit vijftigplussers die het uit cosmetische of praktische overwegingen doen. Ze willen niet langer de hele dag brillen wisselen voor lezen en ver kijken. Het is een groep waarbij de ogen laseren geen optie is, bijvoorbeeld omdat de eigen ooglens niet meer soepel genoeg is om zich in te stellen voor het lezen dichtbij.’ 

Niet iedereen komt in aanmerking. ‘Ik zou ze bijvoorbeeld afraden bij zeer kritisch ingestelde patiënten met onrealistische verwachtingen’, zegt Jeroen Klevering, hoogleraar oogheelkunde aan de Radboud Universiteit en voorzitter van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). ‘De multifocale lenzen creëren verschillende brandpunten op je netvlies, voor dichtbij, tussenafstand en ver zien. Dat zorgt voor een nieuwe manier van kijken waar je aan moet wennen, de een gaat dat makkelijker af dan de ander. Ook het contrast wordt wat minder, wat vooral in het donker vervelend kan zijn.’

Klevering is terughoudend over implantlenzen voor cosmetische doeleinden. ‘Elke operatie heeft risico’s. Van staaroperaties weten we dat een op de duizend een infectie oploopt, en daarmee kun je een oog verliezen. Tegelijkertijd: als je met enorme jampotglazen moet lopen of lenzen moet dragen die irriteren, en dan ook nog eens een leesbril nodig hebt, dan kan ik me voorstellen dat je wél voor zo’n behandeling kiest. Kortom, het is een individuele afweging.’

 Halo’s

Een studie van Cochrane – een organisatie die medisch-wetenschappelijk onderzoek keurt – concludeert dat multifocale implantlenzen ook kunnen leiden tot zogeheten halo’s. Hierbij verschijnt er een gloed rondom lichten en kaarsen. ‘Mensen ervaren die halo’s doorgaans niet als erg storend’, zegt Van der Linden, die aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op de ontwikkeling van implantlenzen. ‘Je hersenen wennen aan het nieuwe beeld en passen het aan. Het brein is erg goed in zulke correcties. Volgens de anatomie van het oog zou je eigenlijk alles op z’n kop moeten zien, maar de hersenen vertalen dat ook in een normaal beeld.’

Recentelijk verschenen er in het nieuws zorgwekkende berichten over de controle op medische implantaten. Zo werden bijwerkingen lange tijd niet centraal bijgehouden en zijn toelatingseisen minder streng dan bij bijvoorbeeld medicijnen. ‘De regelgeving die we hadden en deels nog hebben is onvoldoende, dat kunnen we gerust zeggen’, zei minister Bruno Bruins voor medische zorg.

Hoe zit dat met de implantlenzen? NOG-voorzitter Klevering: ‘We hebben al decennia ervaring met de materialen van dit soort lenzen, er treden doorgaans weinig problemen op.’ Carl Moons, voorzitter van het landelijke Meldpunt Bijwerkingen Implantaten en hoogleraar epidemiologie aan het UMC Utrecht laat weten dat 2 van de ongeveer 400 meldingen tot nu toe gingen over implantlenzen. ‘In één geval besloten de artsen de lens iets te draaien en verdwenen de klachten. Bij het andere geval is een nieuwe lens geplaatst en is de uitkomst daarvan nog onbekend bij ons.’

Moons spoort burgers, patiënten en zorgverleners aan verdenkingen van bijwerkingen van implantaten altijd te melden. ‘Alleen dan kunnen wij aan de slag, eventuele patronen ontdekken en zien met welke implantaten echt iets mis is.’

Tonie Mudde

Nooit meer een leesbril: alternatieven voor lensvervangende implantaten

Multifocale contactlens
De gewone contactlens, in zachte of zuurstofdoorlatende harde vorm, die je dus elke dag zelf in- en uitdoet.

Monovision
Bij deze behandeling wordt het dominante oog, zeg maar het oog waarmee je bijvoorbeeld door een camera kijkt, gecorrigeerd voor kijken in de verte. Het niet-dominante oog krijgt dan een leescorrectie. Dat kan met een laserbehandeling of met lensimplantaten – zowel implantaten die de eigen lens vervangen als voorzetlenzen die tussen de iris en de ooglens worden geplaatst. Een ooglaserbehandeling om de leesbrilsterkte te corrigeren voor beide ogen is geen optie: dan kun je immers met beide ogen veraf niet meer goed zien. Trifocale ooglasering is niet mogelijk.

Multifocale voorzetlens
Volgens Jan Willem van der Linden, directeur van oogkliniek Retina, komt er volgend jaar een multifocale intra-oculaire contactlens (ICL) op de markt – momenteel nog in fase van goedkeuring. Voor mensen van wie de eigen ooglens nog goed is, maar die wel een leesbril nodig hebben. Van der Linden: ‘Deze implantlens kan er weer uit worden gehaald als iemand staar gaat ontwikkelen en de eigen ooglens moet worden vervangen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.