Nog weinig vrouwelijke hoogleraren in Nederland

Het aandeel vrouwelijke hoogleraren in Nederland is de laatste jaren licht gestegen naar 17,1 procent. Maar in het huidige tempo is er pas halverwege deze eeuw sprake van echte sekse-gelijkheid in de wetenschap.

Een cortege van overwegend mannelijke hoogleraren tijdens de opening van het academisch jaar op de Erasmus Universiteit. Beeld anp

Dat blijkt uit de jongste Monitor Vrouwelijke Hoogleraren die vandaag in Utrecht wordt gepresenteerd. Volgens het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren is de ongelijke verdeling niet te verklaren uit te weinig gekwalificeerde vrouwelijke universitaire hoofddocenten. Zo'n 83 procent van alle vrijkomende leerstoelen is probleemloos door een vrouw te bezetten, berekent het LNVH.

De cijfers in de nieuwe monitor verschillen nauwelijks van die in de vorige editie, erkent LNVH-bestuurslid Marise Born, hoogleraar personeelspsychologie aan de EUR in Rotterdam. 'Maar dat onderstreept meteen ook hoe taai het probleem is.'

(Tekst gaat verder onder grafiek.)

Beeld .

Glazen plafond

Ook in internationaal verband is dat zo: Nederland staat qua hoogleraren-emancipatie nog altijd in de onderste regionen van de Europese statistieken. Het gaat vooral mis in de individuele carrières: 55 procent van alle afstudeerders is nog vrouw, daarna lijken ze bij elke carrièrestap verder af te haken. Net als in het bedrijfsleven, eerder deze week in het nieuws, is er sprake van een dik glazen plafond onder de top, zegt Born.

Volgens de Rotterdamse hoogleraar zit het seksisme in de haarvaten van de universiteiten, bij selecties en benoemingen. 'Als selectiepsycholoog weet ik dat hoe moeilijk het is om daar de zaken echt op orde te hebben, en hoe nodig dat is. Kiezen voor vrouwen is nog steeds te bijzonder.'

Een van de beleidsadviezen van de LNVH is het laten meewegen van de sekse-verhoudingen op een universiteit in de zogeheten SEP-beoordeling van het ministerie. 'Er zijn Europese streefcijfers, minimaal 25 procent vrouwen in de academia. Eerst is transparantie nodig. Daarna kunnen we op de prestaties gaan afrekenen.'

Paardenmiddel

Een vrouwenquotum noemt Born persoonlijk een paardenmiddel, maar een verplicht aandeel gekwalificeerde vrouwelijke sollicitanten op een positie zou al een verbetering opleveren, verwacht ze. 'Laat de recruiters hun best maar eens doen.'

Opmerkelijk in de nieuwe cijfers is dat de schaarse vrouwelijke hoogleraren die er zijn, vaker dan hun mannelijke collega's fulltime werken. Born vermoedt dat een vrouw hardere keuzen maakt als ze een hoogleraarschap ambieert. 'Wat overblijft, zijn de vrouwen die tot het gaatje gaan voor hun werk, ten koste van veel. Mannen kunnen thuis en werk van oudsher makkelijker combineren.'

Ook opvallend is dat het percentage vrouwelijke promovendi sinds enkele jaren niet groeit maar daalt, mogelijk vanwege de slechte perspectieven en harde eisen verderop.

Eisen

Born meende eerder dat individuele carrièrepaden voor onderzoekers, de zogeheten tenure tracks, goed zouden zijn voor vrouwen, omdat ze daarin doelen nastreven in plaats van concurreren met veelal mannen. Inmiddels ziet ze dat anders: 'De eisen die dat aan inzet blijkt te stellen, laten bijvoorbeeld geen ruimte voor zwangerschap.'

De enige universiteit in Nederland waar het aandeel vrouwelijke hoogleraren tussen 2003 en 2014 daalde, is Wageningen. Woordvoerder Simon Vink van de WUR noemt dat een punt van zorg. 'Het is een kwestie van kleine getallen, er gaat ergens een vrouw weg en ergens anders worden twee mannen aangenomen. Maar het is niet goed en moet absoluut beter.'

Volgens Vink is er wel hoop op verbetering, omdat in de loopbaantrajecten van de universiteit die uitmonden in een hoogleraarsplaats inmiddels wel veel vrouwen zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.