ColumnJoost Zaat

Nog negen mondkapjes over. Als ze op zijn, offer ik me wel op

Vorige week zwierf een cruiseschip als ware het de Vliegende Hollander door de Zuid-Chinese Zee, lag een ander cruiseschip met steeds meer zieken aan de ketting, meldde de WHO dat er een nieuwe naam is – Covid-19 – voor de Wuhan-corona-infectie en waarschuwde de baas van de WHO dat dit virus ‘public enemy no 1’ is.

In onze praktijk zijn de wereldproblemen altijd kleiner. ‘Ach, ik heb nog geen kinderen’, grapt mijn jongste collega als we op de vrijdagse lunch zeggen dat hij een beetje voorzichtig moet doen. ’s Morgens heeft hij overlegd met de GGD over een patiënt die een week na een bezoek aan China koorts heeft, hoest en benauwder wordt. Was voorheen de instructie bij die klachten alleen bij reizigers uit Wuhan aan het coronavirus te denken, sinds die dag geldt dit voor reizigers uit heel China.

De GGD overlegt met het RIVM of testen nodig is en belt terug. Mijn maatje moet kijken of ziekenhuisopname nodig is en een GGD-medewerker moet een keel- en neusmonster afnemen en naar het lab brengen. We hadden al een week een tasje klaar staan met een wegwerpjas, handschoenen, veiligheidsbril, speciaal mondmasker en extra desinfecterende middelen. Na een uurtje is hij terug. Bril en stethoscoop schoon gepoetst, de rest in de vuilniszak. Heel ziek was de patiënt niet. Verplicht binnenblijven totdat de uitslag bekend is, is voldoende en ’s avonds blijken we gelukkig de primeur van het eerste coronageval in Nederland gemist te hebben.

De GGD vond het een goede oefening, wij ook, maar die ene ‘verkoudheid’ nam zo wel een hele hap uit de werkdag van een dokter.

Ik probeer me maar niet voor te stellen hoe het moet als Covid-19 toch ook buiten China problemen gaat geven. Al was het alleen maar hoe we met het tekort aan mondkapjes moeten omgaan. Die dingen worden immers vooral in China gemaakt. Op tv zie je de grote Chinese leider met een gewoon papieren mondkapje, net als zijn onderdanen in normale tijden bij de Zaanse Schans, maar zorgverleners hebben speciale maskers nodig, die tenminste 95 procent van alle druppeltjes  – met die virussen erin – kunnen tegenhouden.

De beschermende werking van die kapjes is niet geweldig, lees ik als ik wetenschappelijk onderzoek opzoek over effectiviteit. Over corona en kapjes weten we natuurlijk nog niks maar wel over maskers bij influenza en andere luchtweginfecties. In het meest recente onderzoek gedurende vier ‘griepseizoenen’ in zeven Amerikaanse ziekenhuizen bij 2.800 zorgverleners waren er bij het dragen van speciale maskers 8,2 procent bewezen influenzapatiënten en bij de gewone 7,6 procent. Geen echt verschil dus, ook niet voor de andere luchtwegvirussen. Eerder onderzoek waarbij vijf kleinere trials zijn samengevat liet wel effect zien: de speciale maskers gaven minder kans op ‘zelf-gerapporteerde luchtweginfecties’ dan de gewone mondkapjes. Maar ook hier kon geen effect worden aangetoond op laboratorium-bewezen infecties.

We hebben nog negen van de tien maskers over. Als ze op zijn, ga ik wel. Ik ben oud en mijn kinderen zijn groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden