NIOD: Rode Kruis deed in WOII vrijwel niets voor Joden

Het Nederlandse Rode Kruis was er in de Tweede Wereldoorlog niet voor Joden. Het bestuur voerde in opdracht van de bezetter anti-Joodse maatregelen uit en heeft weinig tot niets gedaan voor vervolgde Joden in Nederland en in de Duitse concentratiekampen.

Boekomslag van het NIOD-onderzoek met Rode Kruispost in het Groningse Ten Boer, mei 1945.Beeld ColCollectie

Die harde conclusies trekt historica Regina Grüter van het oorlogsinstituut NIOD na vier jaar onderzoek. Woensdag wordt haar boek Kwesties van Leven en Dood - de rol van het Nederlandse Rode Kruis in de Tweede Wereldoorlog gepresenteerd. 'De Joodse gemeenschap verwijt de hulporganisatie tot op de dag van vandaag dat ze in de steek zijn gelaten', zegt Grüter. 'En ook na mijn onderzoek kan ik niet anders zeggen dan: ze hebben een punt. Er is eigenlijk niets voor Joden gedaan.'

Het is de eerste totaalstudie naar de rol van het Nederlandse Rode Kruis in WOII. Direct na de oorlog was er al kritiek en concludeerde een onderzoekscommissie in 1947 dat er sprake was van een formalistische organisatie die moed ontbeerde. Toen recentelijk bleek dat tot in de hoogste regionen van het Rode Kruis vrijwel niemand op de hoogte was van deze geschiedenis, besloot het bestuur tot het NIOD-onderzoek.

Bij de presentatie in Amsterdam zal de directeur woensdag ingaan op de vraag hoe het verleden van de hulporganisatie intern niet weer kan worden vergeten. Bijvoorbeeld dat het Rode Kruis in 1940 alleen niet-Joden uit Frankrijk repatrieerde. Dat Joden een jaar later geen bloed meer mochten doneren. Dat ze vanaf 1941 ook niet meer voor de hulporganisatie mochten werken. Dat de Duitsers van het Rode Kruis onder meer hulp kregen bij de zeereddingsdienst en aan het oostfront.

Confrontatie nooit aangedurfd

'Om zijn kerntaak te kunnen blijven vervullen - hulp bieden aan soldaten, bij bombardementen en evacuaties - heeft het bestuur in Den Haag de confrontatie met de bezetter nooit aangedurfd', zegt Grüter. 'Er werden pogingen gedaan, maar als de bezetter ze afstopte gingen ze zonder protesteren akkoord.'

Het schetst een 'ontluisterend beeld', zegt Rode Kruis-bestuursvoorzitter Inge Brakman over het onderzoek. 'Van een gezagsgetrouw bestuur dat zich liet beperken door de regels van de bezetter en daarmee het belangrijkste grondbeginsel van het Rode Kruis uit het oog verloor: menslievendheid.' De rol van het Rode Kruis had er volgens Brakman een moeten zijn van 'steun, aandacht en hulp aan de meest kwetsbare groepen in de samenleving op dat moment: de Joden, Roma, Sinti en politieke gevangenen'.

Er waren uitzonderingen, ontdekte Grüter. Regionale leden en vrijwilligers boden wel geregeld hulp aan Joden. En er was jonkheer Flugi van Aspermont, die vanuit Zwitserland alles op alles zette om voedselpakketten namens het Rode Kruis in de concentratiekampen te krijgen voor Nederlandse Joden en politiek gevangenen. Maar tevergeefs: door tegenwerkingen van het bestuur kwam er weinig van terecht.

'Het had waarschijnlijk niet zoveel uitgemaakt, zo'n pakket van het Rode Kruis', tekent Grüter in haar boek op uit de mond van Auschwitz-overlevende Frieda Menco. 'Nee, dat geloof ik niet. Maar het idee dat iemand in Nederland aan je dacht, ja, dát had zeker verschil gemaakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden