Niks weten is een soort geluk

Globalisering leidt tot een steeds eenvormiger McWorld. Ook de ecologie moet eraan geloven. Misschien krijgt elke klimaatzone straks zijn McEcosystem....

Tijs Goldschmidt is een essayist – iemand die gedachten en redeneringen uitprobeert en, als ze hem bevallen, mooi opschrijft. Zo spreekt hij ook. Associërend, tentatief, explorerend. ‘Vaag denken’, heeft de bioloog en nonfictieschrijver – vooral bekend van het succesvolle Darwins hofvijver, over zijn onderzoek naar de evolutie en de ondergang van de cichliden in het Victoriameer – het genoemd.

Niet vreemd dan ook dat Goldschmidt nog niet precies heeft besloten wat hij zondag 21 december in zijn Darwin Christmas Lecture in Leiden allemaal aan de orde gaat stellen. Maar het thema staat vast: de ecologische globalisering. Vanuit evolutionair perspectief uiteraard. ‘Darwin is mijn held.’

De mens heeft in de 21ste eeuw de hele wereld in bezit genomen, legt Goldschmidt uit. We zijn tot in de verste uithoeken doorgedrongen, brengen voorheen gescheiden ecosystemen met elkaar in contact (zoals het Suezkanaal de Middellandse Zee en de Rode Zee heeft verbonden) en slepen allerlei planten- en diersoorten de aardbol over. Met grote gevolgen voor de wereldwijde biodiversiteit, die steeds eenvormiger wordt.

Charles Darwin hoefde zich daar nog geen zorgen over te maken.

‘Darwins wereld was een wereld van ongerepte regenwouden en afgelegen eilanden vol endemische soorten – dat is het beeld. Maar tot mijn verrassing blijkt hij al te zijn gestuit op ecosystemen die door invasieve soorten waren aangetast. Op Sint Helena en de Azoren en in Nieuw-Zeeland kwam hij exoten tegen die er inheemse soorten beconcurreerden. Mijn bewondering voor Darwin is hierdoor nog groter geworden. Hij zag al wat exoten teweeg konden brengen.

‘Bij invasieve soorten moet je verschillende stadia onderscheiden, want een introductie zegt nog niks, een exoot moet het wél redden. Misschien een op de tien nieuwkomers lukt dat. Een op de honderd groeit uit tot een invasieve soort die flink om zich heen grijpt. En misschien een op de duizend wordt een echte ramp, zoals de eieretende bruine slang die op het eiland Guam alle zeven endemische vogels heeft uitgeroeid.

‘Vooral eilanden worden makkelijk het slachtoffer van zulke invasies. Op een continent is de biodiversiteit groter en dus ook het aantal soorten dat biologische nissen exploiteert. De kans dat een immigrant een plekje vindt om zich te nestelen, is dan minder groot.

‘Hoewel, ik was vorig jaar in China, vanwege de Chinese vertaling van Darwins hofvijver, en toen bleek de Chinese academie van wetenschappen zich enorme zorgen te maken over de toename van het aantal Amerikaanse exoten, door de steeds intensievere handel en productstromen tussen China en de VS, landen ook nog met vergelijkbare klimaten. China is groot, dus misschien vallen de gevolgen mee, maar als een exoot bijvoorbeeld terechtkomt in een afgelegen meer, kan het mis gaan. Meren zijn ecologisch gezien eilanden, dus kwetsbaar. Dat heb ik zelf gezien in het Victoriameer, waar zich door het uitzetten van de Nijlbaars een ecologische ramp voltrok.’

Maar is de aantasting van ecosystemen door invasieve planten en dieren niet van alle tijden?

‘Dat is waar. Ecosystemen die wij ongerept vinden, zijn dat vaak helemaal niet. Pacifische eilanden als Hawaii waren in Darwins tijd al geen tropische Hof van Eden meer. De Polynesiërs hebben zich rond het jaar 400 op Hawaii gevestigd, met hun gewassen, kippen en varkens. Leefden er vroeger op Hawaii maar twee zoogdiersoorten, nu zijn het er wel 45. En die hebben het grootste deel van de mooie inheemse honingzuigers uitgeroeid. Overigens zijn die vogels zelf ooit ook als immigrant begonnen: toevallig aangewaaid en vervolgens tot soortenzwerm uitgewaaierd.’

In Darwins tijd begon men heel doelbewust planten en dieren over de aarde te verspreiden.

‘Ja, dat wordt een interessante lijn in mijn lezing. Darwin had laten zien dat soorten zich kunnen aanpassen, en dat hebben zijn tijdgenoten verkeerd geïnterpreteerd. Er werden zogenoemde Acclimatization Societies opgericht die Europese planten en dieren gingen exporteren om de vermeend deficiënte flora en fauna van de koloniën te verrijken. Men probeerde het vreemde landschap als het ware te stofferen met vertrouwde planten, wild en zangvogels. Home sweet home. Goed bedoeld, maar met vaak rampzalige gevolgen, zoals met de konijnen in Australië.

‘Darwin zelf heeft trouwens 190 van de 225 planten die hij op de Galapagos-eilanden aantrof, naar Londen verstuurd. De meeste kwamen in de botanische tuinen van Kew terecht, maar heel wat zullen zich verder hebben verspreid.

‘Hoewel het al dan niet opzettelijk verslepen van planten en dieren dus van alle tijden is, is door de globalisering de kans dat nieuwe soorten in een of ander vreemd ecosysteem terechtkomen, via het ballastwater van schepen of het ruim van vrachtvliegtuigen, veel groter dan in Darwins tijd en oneindig veel groter dan daarvoor.

‘De ultieme angst van ecologen is dat we per klimaatzone wereldwijd één McEcosystem krijgen, een gedegradeerde eenheidsworst die vooral gedomineerd wordt door kosmopolitische en opportunistische soorten, zoals waterhyacint, duiven en ratten. En dat zou natuurlijk een enorme verarming zijn, al kunnen eerlijk gezegd de gevolgen van de klimaatverandering nog veel ingrijpender zijn.’

Moeten we exoten dus bestrijden?

‘Dat heeft misschien zin als ze grote economische schade veroorzaken, zoals de Europese driehoeksmossel die in de VS een plaag is geworden. Maar invasies als gevolg van klimaatverandering kun je niet tegenhouden. Dieren zoeken gewoon nieuwe biotopen. Als het Noordzeewater warmer wordt, komen de sardines onze kant uit. Dat geldt ook de gevolgen van zeespiegelstijging. Je kunt betreuren dat een invasieve slang inheemse vogels op een eiland bedreigt, maar als de zeespiegelstijging het halve eiland wegspoelt, levert dat veel grotere ecologische schade op.

‘Op de Galapagos-eilanden proberen ze nu alle invasieve soorten weg te halen, zoals de geiten. Verdachte planten injecteren ze met gif – dat kun je zien op YouTube. Moet je trouwens nog mee uitkijken, want een van de invasieve planten die ze hebben uitgeroeid, bleek na bestudering van fossiel stuifmeel toch inheems. Sommige exoten zijn ook niet zo erg. De aardappel is óók een exoot.’

Hoe erg is het dat ecosystemen tot McEcosystems degraderen?

‘Dat hangt natuurlijk af van je perspectief. De evolutie is een opeenvolging van soorten die opkomen, hun hoogtepunt bereiken en weer verdwijnen. In dat evolutionair perspectief valt het woord ‘erg’ helemaal niet. Maar als je vanuit menselijk perspectief kijkt en met name naar de komende generaties, is het verdwijnen van soorten misschien wel erg. Dat we de aarde echt aan het kapotmaken zijn.’

Mensen genieten volop als ze over de Veluwe wandelen, toch ook een gedegradeerd ecosysteem.

‘Ik geniet daar ook van, maar ik weet ook bijna niets van wat daar leeft en groeit. Niks weten is een vorm van geluk. Als ik rondloop in een ecosysteem dat ik wél goed ken, word ik treurig. Ik ben trouwens best in staat van veel minder te genieten, maar dat heb ik eigenlijk ook al in het Vondelpark.’

Alles went, wat niet weet dat niet deert: de mens is flexibel.

‘Misschien is het geruststellend, dat toekomstige generaties nooit zullen beseffen wat ze missen aan biodiversiteit. Bijna niemand weet nu nog hoeveel weidevogels Nederland enkele decennia geleden nog had. Maar treurig is het wel.

‘Ik vind dat we het niet alleen vanuit menselijke beleving moeten bekijken, als esthetische verarming. Dat mensen zich in de toekomst wellicht ook in een verarmd ecosysteem zullen thuis voelen, wil niet zeggen dat het niet erg is dat zoveel soorten verdwijnen. Het uitsterven van een sleutelsoort kan ecologische en economische rampen veroorzaken. En soorten hebben ook intrinsieke waarde.

‘Ik ben niet tegen verandering, maar het probleem is dat als we een soort laten uitsterven, we iets verliezen dat in miljoenen jaren is ontstaan en dat je nooit kunt terughalen. Elke soort herbergt een unieke gecondenseerde ervaring met de wereld, die dan zomaar weg is. Neem de mimicry van een orchidee die een hommel imiteert – zo geraffineerd! Ik geniet er erg van dat zulke dingen bestaan. Het doet me pijn ze te zien verdwijnen, en het stoort me als mensen er niets om geven. Ik weet alleen niet of er ook iets tegen te doen is.’

Misschien passen slimme soorten zich wel aan McWorld aan. Zoals de Amsterdamse duiven die overleven op friet met mayonaise.

‘We zitten in de grootste extinctiepiek sinds het late Krijt. Normaal is er alleen de achtergrondextinctie, waarbij ongeveer evenveel biologische soorten uitsterven als er nieuwe bij komen. Nu verdwijnen er echter misschien wel duizend keer meer dan er ontstaan. Door ons toedoen. Misschien kunnen sommige soorten zich aan de mensenwereld aanpassen, maar krijgen ze daarvoor de tijd? Die Amsterdamse duiven zijn nog steeds rotsduiven, die de Dam als een berglandschap zien. Ze vinden hooguit dat er wat veel mensen rondlopen.’

Goed, wat moeten we dan doen?

‘Ik ben een schrijver. Ik vind de biologische globalisering heel deprimerend, maar een oplossing heb ik niet. Mijn argumenten zijn van morele en esthetische aard, vrij zachte argumenten dus. Edward Wilson gooit het in The Future of Life op biofilie, vanwege de genetische verwantschap van alle leven. Zacht blijft het. Daarom willen natuurbeschermers de waarde van natuur zo graag omzetten in harde getallen. Maar toch is wat Wilson schrijft vrij hoopgevend: de helft van de biodiversiteit zit in de tropische regenwouden, en die kunnen we redden als we in het rijke Westen 25 eurocent meer betalen voor een kopje koffie. Ik ken zelf niemand die dat niet zou willen. Het is dus niet onmogelijk. Het is een kwestie van politieke wil.

‘Het grote probleem zijn wij natuurlijk zelf, kortzichtige primaten die we zijn. Laatst hebben ze zo’n groen zeeslakje gevonden dat aan fotosynthese doet (Elysia chlorotica, red.). Het haalt energie uit zonlicht, zoals een plant. Zouden mensen ook moeten doen, merkte een vriendin van me op. Het zou de redding van de natuur en de mensheid zijn als wij bladgroen zouden ontwikkelen. Hoewel het nog het allerbeste zou zijn als wij mensen helemaal zouden verdwijnen, als de invasieve soort bij uitstek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden