Reportage

Niet zomaar een showtje, levende geschiedenis

Het is vandaag precies 200 jaar na de Slag bij Waterloo. Achtduizend (amateur)acteurs uit meer dan vijftig landen zullen deze week de veldslag re-enacten. En dat is geen kinderspel.

Eric Edelman (29), die de prins van Oranje speelt: 'Het is een hele eer. Je moet zorgvuldig omgaan met de uitbeelding van zo'n historisch figuur.' Beeld Daniel Cohen

Het is een nogal ongewone begrenzing van een glooiend veld vol kniehoog tarwe: metershoge tribunes, hekwerken vol reclame ('Waterloo, beer of bravery'), tenten, bierpompen en mobiele toiletten. Het is het decor voor wat als een hoogmis in de wereld van de reënscenering geldt: de heropvoering van de Slag bij Waterloo, vandaag tweehonderd jaar geleden.

Hier, ten zuiden van Brussel, walmen op vrijdag en zaterdag de kruitdampen boven het koren. Zesduizend amateuracteurs met klepzeikerbroeken om de heupen, sjako's en steken op het hoofd en musketten in de aanslag, zullen in colonne (achter elkaar) en in linie (naast elkaar) tussen de graanhalmen nabootsen hoe een coalitie van Britten, Nederlanders, Pruisen, Hannoveranen en Brunswijkers op een bloedige junidag in 1815 het leger van Napoleon Bonaparte versloeg.

Slag bij Quatre-Bras

Sjak Draak (51) is al in de buurt, met een kwartiermuts op het hoofd, die hij op het slagveld zal vervangen door een sjako met zwierige pluimen. Op ruim een kilometer van de arena slaan dinsdag de geallieerden hun canvas tenten op, tussen de piramide van Waterloo met de naar Frankrijk grijnzende leeuw op de top en de kasteelhoeve Hougoumont, waar het leger van de stotterende Corsicaan zich destijds op stukliep.

Wie de aanloop van de Nederlanders naar het spektakel wil volgen, moet bij Draak zijn, verzekerde de organisatie al een half jaar geleden. De collectiebeheerder van het mariniersmuseum in Rotterdam heeft het als re-enactor geschopt tot kapitein van het 7de bataljon van linie en deze week kruipt hij in de rol van graaf Willem Frederik van Bylandt, de generaal-majoor die zijn brigade een dag na de Slag bij Quatre-Bras in Waterloo weer in de voorste linies posteerde. Draak selecteerde op verzoek van de organisatie de Nederlands/Belgische afdeling in de coalitie, ruim driehonderd man. Een verzoek om ook zelf de sjako op te zetten, de musket met kruit te vullen en de Fransozen tegemoet te snellen, stuitte op zijn besliste afwijzing. Te gevaarlijk, zonder gedegen training. Kanon en musket spuwen weliswaar geen kogels uit, maar wel vlammen. Zo'n gietijzeren gevaarte produceert ook nog eens een fikse drukgolf. Dan moet je weten waar je loopt. En wat te denken van de langs stormende cavalerie. Draak: 'Er gaan zeker gewonden vallen.' Hij is zelf een keer door een paard omver gelopen.

Zijn manschappen druppelen deze dag gestaag het kampement binnen, de auto of de camper volgestouwd met tenten, kledij en wapentuig. Een bont palet. Die van het 7de zijn er, maar ook het 2de bataljon infanterie van linie meldt zich, het 5de bataljon nationale militie, het 27ste bataljon jagers, het korps mineurs en sappeurs, het 2de regiment Nassau en het 28ste regiment Oranje-Nassau. Het 23ste bataljon nationale militie en de equipage De Delft zijn ook van de partij. Die zijn weliswaar nooit in Waterloo geweest, maar, zegt Draak, een beetje massa kan geen kwaad. Van de cavalerie zijn het 6de regiment huzaren van Boreel en het 5de regiment lichte dragonders present en van de artillerie het 4de bataljon te voet en het korps rijdende artillerie.

Jaap Speelman. Beeld Daniel Cohen

jaap speelman (64)


Fotograaf, 25 jaar re-enactor

Kapitein kwartiermeester staf bataljon graaf Van Bylandt.

Waarom?
‘Ik woon in het vestingstadje Bourtange. Als je daar in de tuin een schotel opgraaft, kan die van de vorige bewoonster zijn, of het is een voorwerp uit de 16de eeuw. Ik vind dat mooi, zo dicht bij de geschiedenis zijn.’
Waterloo?
‘Dit wordt mijn Waterloo. Ik stop ermee. Hoe die jonge gasten door de modder baggeren, dan lukt me niet meer.’

Kwartier maken

Anton van de Water (68), gewezen tentoonstellingmaker in het legermuseum in Delft, is er al vanaf zondag. Hij is majoor in de staf van de Prins van Oranje (de latere koning Willem II) en heeft kwartier gemaakt: hij spande de lijnen waarlangs de tenten komen te staan, grenzend aan die van de Pruisen. Het wordt, schat hij, zijn twaalfde Slag bij Waterloo. 'Het is toch de slag der slagen.' Hij heeft ooit het jasje in handen gehad dat Willem II droeg tijdens de gevechten. 'Dat doet je wat.' Hij was op Elba, in het fort van Napoleon. 'Daar kreeg ik kippenvel... Straks het paardengeroffel, de trompetten, de trommels, de kanonnen. Het is magie.'

Artilleriecommandant Eric Timmerije is erbij komen staan. Hij heeft het gezag over zo'n dertig kanonnen. 'Op school leer je bijna niks meer over deze periode. Van de Tachtigjarige Oorlog gaat het al snel naar '40 - '45. Maar hier is wel het Nederland van nu ontstaan.'

Enkele maanden voordat de musketten in Waterloo beginnen te knetteren, klinkt Sjak Draak al behoorlijk strijdlustig. Hij is er niet geheel gerust op dat de reconstructie de gebeurtenissen van toen wel recht doet. Zijn vrees is dat in het scenario de Hollanders als lafaards worden neergezet. 'Daar zullen we niet aan meewerken.' Dat beeld stamt uit Britse geschiedschrijving: de Brigade van Bylandt stond opgesteld nog voor de eerste verdedigingslinie en zijn troepen zouden er na het eerste schot als hazen vandoor zijn gegaan. Later zette een Duitse historicus dat beeld bij. Draak: 'De brigade stond verkeerd. Logisch dat ze zich terugtrokken. Je maakt vaak mee dat regisseurs meer geïnteresseerd zijn in het drama, in spanningsbogen en zichtlijnen. Maar het verhaal moet wel kloppen.'

Het eerste appèl ter voorbereiding is bij Slot Loevestein, op een winderige februarizondag. Het 7de manoeuvreert in het gelid over het veld. Luitenant Pieter Dhondt (25), uit het Vlaamse Rijckevorsel, werkzaam in de automatisering, schreeuwt de bevelen. 'Schouder! Geweer!' 'Richt u!' 'Voorwaarts in bataille!'

Opgezet paard

Net als zijn ruiter, de prins van de Oranje, overleefde het paard de Slag bij Waterloo. Wel raakte de Ierse halfbloed Wexy gewond. Waar de prins werd getroffen door een musketkogel in de schouder, werd het dier het linkerachterbeen geraakt. Koning Willem II liet het paard (nadat het op 38-jarige leeftijd was overleden) villen en opzetten. De huid werd gemonteerd op een houten frame. Sindsdien staat het paard in de Koninklijke Stallen en wordt het af en toe uitgeleend voor tentoonstellingen.

Pim Jonkers. Beeld Daniel Cohen

Pim Jonkers (65)

Magazijnmedewerker, 24 jaar re-enactor

Korporaal 7de bataljon infanterie van linie.

Waarom? ‘Het is leuk, gezellig, je proeft saamhorigheid. En je doorloopt de geschiedenis: Leipzig, Austerlitz, Waterloo.’
Waterloo? ‘Fantastisch om mee te maken. Zo’n massa Fransen die op je afkomt, paarden die voorbij denderen. Indrukwekkend.’

Levende geschiedenis

De fuseliers zwenken en wenden onder begeleiding van trommel en fluit. Draak kijkt toe, een bries trekt door de pluimen op zijn hoofddeksel. Voor de buitenstaander mag het wat Monty Pythonesk ogen, voor de dravende mannen en een enkele vrouw in hun donkerblauwe uniformjasjes is het bittere ernst. Dit is niet zomaar een showtje, dit is levende geschiedenis. Ze dragen een opgerolde kapotjas op de rug, een patroontas, een ransel met daarin een reservebroek, hemden, kousen en naaigerief, en een broodzak met ajuin en azijn. Op de heup bungelt een blauw tonnetje: de veldfles. Nu nog van hout, maar volgens recent bestudeerde inspectieverslagen zou dat in 1815 al van blik zijn geweest. Dat moet anders, straks in juni.

Een Vlaming uit het 5de bataljon nationale militie slurpt op zijn gemak koffie uit een metalen kroes op de binnenplaats van het slot. 'Het zijn een beetje stoefers, die van het 7de. Altijd perfect in de kleren, altijd net wat harder oefenen dan de anderen.'

Draak: 'Er is een verschil in ambitie, ja, dat klopt wel. Je hoopt dat je elkaar aansteekt.' Volgens majoor Van de Water van de prinselijke staf telt het legioen re-enactors uit de Napoleontische periode rekkelijken en preciezen. De een smeert na de slag in het kamp doodgemoedereerd boter uit een plastic kuipje op de voorverpakte boterham, de ander vindt dat slapen in een tent al haaks staat op de historische werkelijkheid: die slaapt ook in de regen onder zijn kapotjas, met het hoofd op de ransel.

Even later worden de bezoekers van Loevestein opgeschrikt door scherpe knallen. Vanaf de omwalling kringelt rook omhoog. Het 7de is aan het vuren. Met permissie, kapitein, wordt hier wapengekletter verheerlijkt? Draak haalt even de schouders op ¿ het verwijt wordt re-enactors zo vaak gemaakt. Het is ze niet te doen om het gevecht alleen. Ze proberen tijdens heropvoeringen te leven zoals toen. Ze slapen op stro. Ze maken vuur met een tondeldoos. Ze koken op houtvuur. Ze eten soldatenrantsoenen. Alleen de behoefte, die moet toch echt in de dixi. Draak: 'Als we een slag naspelen, houden we ook herdenkingen. We leggen kransen, we bouwen momenten van stilte in.'

Ze zijn van een ander slag, vinden de Napoleontische re-enactors zelf, dan degenen die bijvoorbeeld gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog naspelen. 'Die hebben meer met voertuigen, met techniek.' Hun drijfveer is interesse. Hoe deden ze het, toen? Het adagium: je begrijpt het pas als je het doet. Draak: 'In exercitieboeken uit die tijd staat beschreven hoe je het geweer moet laden. In veertig bewegingen. Je denkt: dat kan toch eenvoudiger? Maar uiteindelijk blijkt dat toch het efficiëntst te zijn.' Er is ook een sociale component: de bedrijfsdirecteur staat in de modder zij aan zij met de magazijnbediende.

Tussentijds rapport in maart: de veldflessen van blik zijn besteld.

Robert Smith. Beeld Daniel Cohen

robert smith (42)

Vertaler, acht jaar re-enactor

Korporaal 5de bataljon nationale militie.

Waarom?
‘Ik heb geschiedenis gestudeerd, nadat ik zes jaar in het Amerikaanse korps mariniers had gediend. Een medestudent vroeg of ik een keer mee wilde, ze hadden meer kanonnenvoer nodig. Ik was meteen verkocht. Zo kon ik toch nog iets nuttigs doen met mijn studie.’
Waterloo?
‘Deze militie verloor twee dagen eerder bij Quatre-Bras driekwart van de manschappen. In Waterloo kunnen we de eenheid eer betonen.’

Op een zonnige aprildag in Almelo wordt een tandje bij gezet: de vijanden kijken elkaar nu in de ogen. Tijdens het Historisch Festival rukken linies op in het Schelfhorstpark, Fransen tegen Britten, Nederlanders en Pruisen. Kanonnen bulderen, de Fransen roepen: 'Vive la France', Schotten blazen op de doedelzak. Een enkeling vlijt zich na een handgemeen kermend in het gras, op aanwijzing van de dienstdoende officier.

En daar verschijnt vlak voor het ontbranden van de strijd prins Willem II der Nederlanden, destijds een jonge generaal onder de hertog van Wellington. Eric Edelman (29), adviseur bij een ontwikkelaar van medische software, zit in volle uitrusting op een nogal onwillig ogende schimmel, Mr. Blue. Hij zit helemaal in de rol. 'Waar nodig zal ik voorgaan!', roept hij zelfverzekerd vanuit het zadel.

Twee jaar eerder was hij benaderd. Om zijn jonge voorkomen en 'omdat ik wel op een paard kan zitten'. Hij hapte gelijk toe. 'Dit is een hele eer. Je moet zorgvuldig omgaan met de uitbeelding van zo'n historisch figuur.'

Dat is bij deze Willem nog niet zo eenduidig. In de Britse geschiedschrijving wordt hij als een onbenul neergezet, terwijl de Nederlanders hem een heldenrol toedichtten. Volgens Edelman ligt de waarheid ergens in het midden. 'Wellington was zeer over hem te spreken. In Quatre-Bras heeft hij uitstekend werk verricht. Goed, hij heeft weleens een verkeerde keuzen gemaakt, zoals enkele voortijdige uitvallen. Maar wat wil je? Hij was jong, 22, en een tikkeltje onstuimig.'

Kosten: 10 miljoen euro

Achtduizend (amateur)acteurs uit 52 landen doen mee aan de heropvoering van de Slag bij Waterloo, van wie er zesduizend daadwerkelijk in het veld zullen staan. De anderen blijven in de kampementen, onder wie kokkinnen en marketentsters. Aan twee zijden van het slagveld van ongeveer 1 vierkante kilometer staan tribunes voor ruim 60 duizend bezoekers. Er worden 360 paarden ingezet, 100 kanonnen gebruikt, 4 ton buskruit, 60 ton hooi en 30 ton stro. Het spektakel kost 10 miljoen euro. Beide heropvoeringen, op vrijdag en zaterdag, zijn uitverkocht.

Val van paard

Vaststaat dat Eric straks in Waterloo van zijn paard zal vallen, zoals de prins dat zelf overkwam, geraakt door een kogel in de schouder. Hij zal op een deken worden afgevoerd naar de achterste linies. 'Het is een iconisch beeld. Wij zijn er ook voor het plaatje.' Vandaag in Almelo haalt hij te paard het slagveld niet. Mr. Blue deinst terug voor het publiek. De prins rent zijn troepen maar te voet tegemoet.

'Bajonet af. Op schouder geweer. Zet af geweer.' Als de troepen weer tussen de tenten staan, doet Sjak Draak de evaluatie. 'Dit was een rommelige slag. We draaiden niet goed.' Nee, hij is niet teleurgesteld. 'Dit is een leermoment.' 'Oranje!', roept Draak. 'Boven!', antwoorden zijn manschappen.

Tussentijds rapport in mei: Draak heeft de regisseur gesproken, op een bijeenkomst op het chateau van Bois-Seigneur-Isaac. Hij is gerustgesteld. Niemand die de Nederlanders een laffe aftocht wil opleggen. Hij had zelf maar meteen het initiatief genomen. 'We trekken uit eigener beweging terug.' Zelfs de Britten maakten geen bezwaar.

(tekst loopt door onder de foto)

Beeld Daniel Cohen

sven peeters (22)

Operator, vijf jaar re-enactor

Fuselier 7de bataljon infanterie van linie.


Waarom? ‘Ik heb altijd interesse gehad in geschiedenis. Ik kwam deze groep een keer tegen in een museum in Waterloo. Ik vond hetmeteen mooi: de klederdracht, de wapens.’
Waterloo? ‘Ik zou het niet direct weten. Het is niks speciaals voor mij, nee.’

Sjak Draak (51) speelt graaf Willem Frederik van Bylandt: 'Er gaan zeker gewonden vallen.' Beeld Daniel Cohen

Wijziging draaiboek

Toch waart begin deze week weer een verontrustend gerucht over een wijziging van het draaiboek tussen de tenten: de Nederlanders moeten op de vlucht slaan voor de naderende Fransen, waarbij ze nota bene onder vuur zouden worden genomen door de bevriende Britten. Draak neemt direct contact op met de Britse commandant. Een misverstand, bezweert deze. Een interpretatie van iemand die slechts zijdelings bij de organisatie was betrokken.

De re-enactors mijmeren op het veld al over hun eigen verleden. Bij de eerste heropvoering in 1995, was 'Waterloo' misschien wel leuker. Spontane acties, slechts enkele honderden deelnemers. Don de Bruijn, sergeant in het 5de bataljon nationale militie: 'We droegen nog jip-en-janneke-kleren. We maakten sjako's van vloerbedekking. Nu is het al echt hoedenvilt. Het is overgecommercialiseerd.' Sjak Draak: 'Als je ziet welke stress dit evenement oplevert, weet ik zeker dat ze er de komende vijf jaar niet meer aan beginnen. Dan kunnen we misschien weer op de ouderwetse manier de slag voeren. En overnachten bij de boer in de schuur. Dat is eigenlijk veel leuker.'

Maar de vooruitgang blijft. Zijn luitenant komt aanlopen en toont triomfantelijk de jongste aanwinst: glimmende veldflessen van blik. Net op tijd voor de slag, weer een stapje dichterbij toen.

Thuis meekijken

De reconstructies van de Slag bij Waterloo wordt vastgelegd met vier HD camera's. Op vrijdag 19 en zaterdag 20 juni kunt u tussen 20.00 uur en 22.00 uur live meekijken (tegen betaling).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden