Column Joost Zaat

Niet te veel tobben over doodgaan

Twee vijftigers willen om 8 uur ’s morgens praten over of ze al een euthanasieverklaring nodig hebben, wat daarin moet staan en hoe vaak ze die moeten bevestigen. Ik ben nog helemaal in de stemming want de avond ervoor heb ik voor een zaal met zo’n 250 ouderen uitgelegd dat je wel met je dokter moet praten over doodgaan als je ouder bent maar dat zo’n verklaring betrekkelijk nutteloos is. Op je vijftigste ben je met het invullen van zo’n formulier rijkelijk vroeg. Niet alleen is de kans dat ik – een AOW-trekkende dokter – bij deze twee ooit euthanasie zal doen bijkans nul, op je vijftigste kun je ook niet goed voorstellen hoe je op je zeventigste, tachtigste of negentigste zult zijn. Wat nu een akelig vooruitzicht lijkt, vind je dan misschien gewoon. De aanleiding voor zo’n gesprek over het levenseinde is meestal een recente ervaring. Opeens zit de schrik erin en pluk je een verklaring van internet. Gelukkig verdwijnt dat gevoel van urgentie ook weer. Je zult immers maar dertig jaar lang elke paar jaar moeten nadenken over hoe je dood zult gaan omdat die verklaring bij de tijd zou moeten zijn. Volgens de euthanasiewet is er op het moment suprême zelfs geen schriftelijke verklaring nodig – al scheelt het dokters wel vragen van de toetsingscommissies – maar de achterkant van een bierviltje is ook prima als de tijd tot uitvoering bijna daar is.

De discussie over doodgaan staat naar mijn idee veel te veel in het teken van euthanasie, alsof niet 94 procent van de mensen ‘gewoon’ doodgaat. Bovendien is euthanasie maar een klein stukje van goede terminale zorg. Het praten erover kost tijd, maar de uitvoering is in technisch opzicht zo gepiept. Een paar minuten na binnenkomst van de dokter is de patiënt dood, euthanasie als equivalent van de keizersnee bij het begin van het leven.

Goede palliatieve zorg begint op het moment dat dokters patiënten vertellen dat ze niet meer beter worden maar wel nog een tijd prima kunnen leven. Dan komt de dood wat eerder dan je wilt, maar het leven houdt niet op. Te veel nadruk op euthanasie en het allerlaatste stukje zit praten over wát zieke mensen aan het echte eind van hun leven waardevol vinden in de weg. Wil je je laatste maanden slijten met ‘je strijd tegen kanker’ zodat de oncoloog een nieuwe tovertruc kan uitproberen of wil je liever in je lot berusten, kijken naar je tuin, kletsen met vrienden, herinneringen ophalen, naar muziek luisteren, glaasje wijn drinken, knuffelen. Elke keuze is goed zolang die maar past in je levensverhaal.

Ik leg mijn vijftigers dus uit dat doodgaan net als bevallen nogal morsig en oncontroleerbaar is, dat het de taak van hulpverleners is om die morsigheid zo dragelijk mogelijk te maken, maar dat je nú moet leven. Het gesprek staat in hun dossier. Over dertig jaar is die aantekening hopelijk in cyberspace verdwenen.

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden