Geneeskunde Zeldzame spierziekten

(Niet alleen) voor Sara: op zoek naar een behandeling voor een zeldzame spierziekte

Sara zit in een rolstoel maar ze oefent hard. Ze kan nu al 2 minuten staan. Beeld Pauline Marie Niks

Sinds haar ouders weten dat Sara (nu 4) een zeldzame ziekte heeft die haar spieren steeds zwakker maakt, zetten zij alles in het werk om een behandeling dichterbij te brengen. Dankzij die inspanningen is er dit weekeinde een conferentie in Maastricht.

Op het consultatiebureau dachten ze nog dat de ouders van Sara wat overbezorgd waren toen ze vertelden dat ze haar hoofdje nog niet kon optillen, terwijl ze toch al drie maanden oud was. Maar na een bezoek aan de fysiotherapeut en een doorverwijzing naar het ziekenhuis kwam ’s avonds om 9 uur dat telefoontje van de kinderarts: of ze meteen de volgende ochtend wilden langskomen bij de neuroloog. Na talloze onderzoeken volgde een vernietigende diagnose: Sara, tien maanden oud, had de ernstige, erfelijke ziekte MDC1A, die de spieren in haar hele lichaam steeds zwakker zou maken. Haar ouders waren, zonder dat te weten, drager van een gemuteerd gen, dat ze beiden aan haar hadden overgedragen.

De diagnose bracht weinig duidelijkheid, vertelt haar vader Bram Verbrugge. ‘De arts zei ons: nu weten we eigenlijk nog niks, want over deze ziekte is bijna niets bekend. We zochten op Google en we vonden één hit, een onderzoek dat was doodgelopen.’ Nauwelijks informatie, geen aandacht, geen onderzoek, geen medicijn: het is een lot dat bijna alle patiënten treft die aan een zeldzame ziekte lijden. Voor slechts 5 procent van de ruim zevenduizend zeldzame ziektes bestaat een behandeling: door het kleine aantal patiënten is de zoektocht naar een geneesmiddel voor de industrie minder interessant. Sara bleek een van de hooguit twintig patiënten met MDC1A in Nederland, haar toekomst was ongewis.

Bram Verbrugge en zijn vrouw Emine Kara besloten tot een sprong voorwaarts: ze richtten een stichting op, brachten een ambitieus team op de been, vonden in kickbokser Rico Verhoeven een enthousiaste ambassadeur, en zamelden met tal van acties in ruim twee jaar tijd bijna een half miljoen euro in. Geld waarmee in het Maastricht UMC onderzoek wordt gedaan dat een behandeling dichterbij moet brengen. ‘Deze ouders hebben het hele onderzoeksveld op sleeptouw genomen, en bovendien alle patiënten in Nederland bij elkaar gebracht’, zegt Bert Smeets, hoogleraar genoomanalyse. ‘Zoiets heb ik niet eerder meegemaakt.’ Dit weekeinde vindt in Maastricht een wetenschappelijke conferentie plaats over MDC1A, waar ruim twintig experts uit de hele wereld  naartoe komen. Op kosten van de stichting Voor Sara.

Sara thuis met vader Bram. Beeld Pauline Niks

De inspanningen van Sara’s ouders zijn uitzonderlijk, maar ook illustratief voor de opkomende doe-het-zelfbeweging onder patiënten en ouders van patiënten die met een zeldzame ziekte te maken krijgen. Vakblad Nature Biotechnology schrijft deze maand in een artikel vol inspirerende voorbeelden over ‘een groeiende trend’: overal ter wereld staan patiënten en hun familie op die, net als de ouders van Sara, geen enkele wetenschappelijke voorkennis hadden, maar zich vastbeten en zo onderzoek op de rails kregen naar die ene ziekte waarvoor geen belangstelling bestond. Met als lichtend voorbeeld zakenman Joe O’Donnell, die ruim 130 miljoen euro ophaalde voor onderzoek naar taaislijmziekte, waardoor uiteindelijk een medicijn kon worden ontwikkeld. Een medicijn dat te laat kwam voor zijn zoon, die op 12-jarige leeftijd aan de ziekte overleed.

De ouders van Sara werden door de Rotterdamse neuroloog René de Coo op het spoor gezet van Maastrichtse wetenschappers die onderzoek doen naar een behandeling met spierstamcellen. De patiënten die daarmee mogelijk geholpen kunnen worden, hebben weliswaar een andere spierziekte dan Sara, maar de aanpak valt bij succes te kopiëren, zegt onderzoeksleider Bert Smeets: neem een stukje spier weg, haal daar spierstamcellen uit, kweek ze buiten het lichaam op en breng er miljarden van terug in de bloedbaan. De stamcellen, legt Smeets uit, worden aangetrokken door de ontstekingen in de spieren, die als een soort magneetje werken. Eenmaal op hun plek werken ze als een fabriek en kunnen ze nieuwe spiervezels aanmaken en bestaande vezels versterken. Of die methode veilig is, hoe de stamcellen het best kunnen worden gekweekt, of ze inderdaad in de verzwakte spieren aankomen en daar echt voor extra spiermassa zorgen: dat alles wordt de komende tijd onderzocht in een kleinschalig klinisch onderzoek bij volwassen patiënten. ‘Slaat de behandeling aan, dan maken we de overstap naar de ziekte van Sara’, zegt Smeets.

Met dit verschil: de stamcellen van patiënten met MDC1A hebben een genetisch defect dat eerst, buiten het lichaam, moet worden gecorrigeerd voordat ze worden teruggespoten in het bloed. Het gendefect leidt tot een verstoorde of totaal afwezige productie van het LAMA2-eiwit, een van de eiwitten die zorgen dat de spieren goed verankerd zitten aan het bindweefsel en ondersteuning geven bij het samentrekken. Om die fout te corrigeren wordt straks de revolutionaire moleculaire knip-en-plaktechniek Crispr-Cas gebruikt, legt Smeets uit. Mogelijk kan met de gecorrigeerde stamcellen ook nog wat extra energie worden meegegeven, hoopt hij, zodat de aanmaak van het eiwit nog een impuls krijgt.

Met zusje Lana en moeder Emine. Beeld Pauline Marie Niks
Zonder de inzet van Sara’s ouders was hij zich nooit met de ziekte MDC1A gaan bezighouden, erkent onderzoeksleider Bert Smeets. Beeld Pauline Niks

Beschadigde spieren kunnen zich herstellen, dus dat biedt hoop voor Sara en haar medepatiënten. Of met de stamceltherapie, als die werkt, alleen de achteruitgang wordt afgeremd of ook beschadigingen kunnen worden teruggedraaid, moet worden afgewacht, zegt Smeets. Duidelijk is wel dat bij succes er een mogelijke oplossing voor andere, vergelijkbare spierziekten in zicht komt, zegt hij. ‘We doen dit niet alleen voor Sara’, zegt ook haar vader. ‘Als dit onderzoek slaagt, komt er hoop voor honderden andere kinderen.’

Dit weekend zal het team van Smeets kennis delen met internationale collega’s, van wie sommigen andere routes naar genezing onderzoeken: ook  directe gentherapie zou effectief kunnen zijn, of het activeren van de productie van vervangende eiwitten. ‘Dat overleg is van belang omdat er maar zo weinig patiënten zijn. We moeten niet concurreren, maar leunen op elkaars ervaringen.’

Zonder de inzet van Sara’s ouders was hij zich nooit met de ziekte MDC1A gaan bezighouden, erkent hij. ‘Hun enorme betrokkenheid heeft ons gemotiveerd om een oplossing te zoeken. Ik doe laboratoriumwerk dus ik zie nooit patiënten, maar nu ken ik Sara en veel andere patiënten, en weet ik voor wie we het doen.’  Smeets heeft wel afgesproken dat keuzes in het onderzoek op wetenschappelijke gronden zullen worden gemaakt. ‘Als wij bijvoorbeeld straks in een andere patiëntengroep beter en sneller onze behandeling kunnen testen, dan moet dat mogelijk zijn. Anderzijds: mocht onderzoek naar een andere behandeling veelbelovender zijn, dan heb ik toegezegd dat wij ons ook daarvoor zullen inzetten.’

Bram Verbrugge vertelt dat hij begin deze zomer met zijn vrouw naar de uitvaart is geweest van een acht maanden oude baby met dezelfde ziekte als zijn dochter. Patiënten overlijden soms jong doordat ze minder kracht hebben om de longen goed te laten werken, waardoor infecties kunnen toeslaan. Door zo’n gebeurtenis slaat ook hun de schrik weer om het hart, zegt hij.

Sara is nu 4 jaar, ze gaat sinds kort naar de basisschool. Ze zit in een rolstoel maar ze oefent hard. ‘Ze kan niet lopen, maar ze probeert wel te staan en dat kan ze nu al 2 minuten. Het maakt ons trots om te zien dat ze alles eruit haalt.’ De afgelopen jaren waren zwaar, bekent hij: elke avond was hij met zijn vrouw na hun werk met de stichting bezig, voortgestuwd door de angst hun dochter jong te moeten verliezen. ‘Wat zou het geweldig zijn als wij kunnen bewerkstelligen dat er een behandeling komt, en haar zo een nieuwe toekomst geven.’

Sara gaat sinds kort naar de basisschool. Beeld Pauline Niks
De ouders vonden in kickbokser Rico Verhoeven een enthousiaste ambassadeur. Beeld voorsara.nl

Zeldzame ziekten en eigen initiatief

De Amerikaanse Tracy Dixon begon een studie neurowetenschappen toen haar dochter Savannah ernstige epileptische aanvallen kreeg, slaagde erom om haar complete dna te laten analyseren, en vond zo een bestaand medicijn dat haar kon helpen.

De ouders van de 8-jarige Mila Makovec zamelden bijna drie miljoen euro in toen bij het meisje de dodelijke ziekte van Batten werd vastgesteld. Ze wisten de aandacht te trekken van een geneticus, die voor haar een exclusief genetisch medicijn maakte.

De Amerikaan David Fajgenbaum kreeg als jonge geneeskundestudent de ziekte van Castleman (een ernstige aandoening van het lymfestelsel), overleefde ternauwernood, vond zelf een (bestaand) medicijn dat hem redde en schreef daar een boek over: Chasing my Cure.

De ouders van de Belgische Aurélien, een jongetje met de ziekte van Marfan (een zeldzame ziekte van het bindweefsel) zetten zich in voor een genetische databank met het complete dna van 101 patiënten om zo de zoektocht naar een geneesmiddel te bespoedigen. Zie ook www.f101g.org.

Twee patiënten met de Katwijkse ziekte (een aandoening die leidt tot hersenbloedingen) hebben een stichting opgericht en zamelen geld in waardoor er nu zicht is op onderzoek met medicijnen.

De ouders van Finn, die aan een ernstige stofwisselingsziekte lijdt, hebben de stichting energy4Finn opgericht waarmee ze Nijmeegse wetenschappers ondersteunen die op zoek zijn naar een geneesmiddel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden