Niemand is toerekeningsvatbaar

Uit onderzoek blijkt dat we ons van de meeste dingen die zich in de hersenen afspelen niet bewust zijn. Niemand is baas in eigen brein en daardoor in wezen ook niet aansprakelijk voor zijn daden....

Als dat doen vervolgens de normen van de rechtstaat overschrijdt, wordt de verdachte veroordeeld. We achten hem of haar toerekeningsvatbaar, want we gaan uit van mensen die willens en wetens handelen. We gaan er kortom van uit dat het brein signalen aanlevert aan de topmanager in onze hersenen, die we voor het gemak maar even IK zullen noemen.

Deze IK wikt en beschikt op basis van de aangevoerde hersensignalen. Dat wil zeggen het IK weegt de beschikbare informatie en bepaalt de daarop volgende handeling bij vol bewustzijn, en is derhalve de oorzaak van ons gedrag. Deze IK kan als baas in eigen brein dus ook verantwoordelijk gehouden worden.

Ik zou om te beginnen Ybo Buruma en zijn strafrechtcollega's een drietal sobering thoughts willen voorleggen, die op gespannen voet staan met het hoofdbeginsel van het strafrecht.

De eerste is dat mensen zich van de echte oorzaken en drijfveren van hun gedrag veelal volstrekt onbewust zijn. De laatste jaren hebben sociaal psychologen als Ap Dijksterhuis en Tim Wilson overtuigend laten zien dat ons gedrag mede wordt veroorzaakt door factoren waarvan we ons volledig onbewust zijn.

Een enkel voorbeeld. In het stadje Jacksonville in de VS wonen anderhalf keer zo veel mensen die Jack heten dan je op grond van het toeval zou verwachten. Amerikaanse tandartsen, dentists, heten twee keer zo vaak Dennis dan bijvoorbeeld Walter of Jerry. Mensen blijken vaker een partner te kiezen waarmee ze een of meerdere initialen delen. Kennelijk wordt de keuze van woonplaats, beroep en partner mede bepaald door de vertrouwdheid van de klank van je eigen naam of beroep.

Als je daar de betrokkenen naar vraagt, zal niemand dit ooit als reden opgeven. Maar redenen en motieven zijn vaak rationalisaties achteraf, en geen feitelijke oorzaken van ons gedrag. Met andere woorden, de verklaringen die onze Bewuste Bureauchef die we IK noemen geeft voor ons gedrag, heeft met de ware oorzaken veelal weinig uitstaande.

De tweede sobering thought is meer historisch van aard. De gedachte van het IK als baas in eigen brein is zeker niet van alle tijden. In het christelijke denken wordt gesproken van de zwakte van het vlees (de hartstocht) die alleen in toom gehouden kan worden door een gewillige, dat is een door God aangestuurde, geest. En in het orthodoxe calvinisme heeft de geest geen enkele keuzevrijheid in deze aansturingskwestie. Het is de Vrijmachtigheid Gods die reeds van tevoren heeft bepaald welke geest zich zal laten aansturen en welke niet. Dit heet de leer der predestinatie.

Voor het menselijk handelen zelf geldt daarbij dan nog dat de mens geneigd is tot alle Kwaad en niet in staat tot enig Goed; althans volgens de Catechismus. Verder bewijs lijkt mij in zo'n geval voor Ybo Buruma en de collega's strafrechters overbodig.

Ook zeventiende-eeuwse denkers en toneelschrijvers hadden een weinig hoge dunk van de eigenmachtigheid van het IK. Fortuna (het geluk), Fatum (noodlot) of de Providentia Dei (voorzienigheid Gods) bepaalden het menselijk gedrag. Zo lezen wij in het stuk Medea van de toneelschrijver Vos:

'Ik heb altydt getracht om 't Noodlot te vernoegen; (. . .) Het moorden was my zelf van 't Noodtlot streng belast: Geen mensch hadt macht om dit besluit te rug te zetten. Het Noodtlot bindt den mensch aan diamante wetten. Ik heb niets anders dan gehoorzaamheid bestaan. (. . .) Ik was het werktuig van het Noodtlot op die tijdt.„

Dus dat is wat de toneelschrijvers in de zeventiende eeuw meenden van de aansturing van het gedrag in relatie tot de Vrije Wil. En ook de filosofen hadden besef van de beperkingen van de Vrije Wil. Het fraaist is dit verwoord door Schopenhauer, die over de Vrije Wil het volgende zegt:

'Om het ontstaan van deze zo belangrijke misvatting (namelijk dat in ons bewustzijn de zekerheid zou liggen omtrent de vrijheid van onze wil) nog eens speciaal, en wel zo duidelijk mogelijk, te verhelderen, zullen we ons een man voorstellen die ergens midden op straat staat en tegen zichzelf het volgende zegt:

”Het is nu zes uur 's avonds, het werk voor vandaag zit erop. Ik kan nu een wandeling gaan maken, ik kan naar de club gaan, ik kan ook de toren beklimmen om de zon te zien ondergaan of bijvoorbeeld naar het theater gaan of deze of gene vriend opzoeken. Ik kan er zelfs vandoor gaan, de wijde wereld in en nooit meer terugkomen. Het hangt allemaal louter van mijzelf af: ik ben helemaal vrij om het allemaal te doen. Maar toch doe ik niets van dat al en ga in plaats daarvan eveneens uit Vrije Wil terug naar mijn huis, naar mijn vrouw.”

'Dat is net zoiets als wanneer het water zou beweren: ik kan mijn golven hoog laten opstaan (ja zeker, bij de storm op zee namelijk), ik kan onstuimig voortstromen (ja, in de bedding van een rivier), ik kan schuimend en spattend omlaag storten (ja, als waterval), ik kan vrij de lucht inspuiten (ja, als fontein) en ten slotte kan ik ook nog helemaal opkoken en verdwijnen (ja, bij een temperatuur van 100 graden). Maar vandaag doe ik niets van dat al, in plaats daarvan blijf ik uit Vrije Wil kalm en helder in mijn spiegelende vijver staan.

'Zoals het water al dergelijke dingen alleen kan doen als de bepalende oorzaken voor het een dan wel voor het ander zich tevens voordoen, zo kan die man van daarnet datgene wat hij denkt te kunnen eveneens niet anders dan onder diezelfde voorwaarden. Dit alles gaat uitstekend samen met het ”Ik kan doen wat ik wil” van ons zelfbewustzijn, waarin nog vandaag de dag sommige leeghoofdige heren filosofen menen de vrijheid van de wil te ontwaren, die ze dan ook vrolijk voor een gegeven bewustzijnsfeit laten doorgaan.' Aldus Schopenhauer.

Kortom, net als de slogan Baas in eigen Buik, is de gedachte Baas in eigen Brein niet van alle tijden en van relatief recente oorsprong. Het feit dat ik gerust de voorspelling durf te wagen dat het grootste deel van de mensen in deze zaal aan het eind van de avond huiswaarts zal keren, komt omdat de macht der gewoonte diepe voren in ons brein heeft getrokken en grotendeels ons gedrag bepaalt en voorspelbaar maakt.

Mijn derde en voorlopig laatste sobering thought komt uit de hersenwetenschappen. Uit het hersenonderzoek blijkt dat we ons van de meeste dingen die zich in de hersenen afspelen niet bewust zijn. Het meeste is ontoegankelijk voor introspectie. Het bewustzijn is slechts het topje van de ijsberg. Het meeste van wat in onze hersenen omgaat, speelt zich onder water af. We hebben de onderzeeboten van het hersenonderzoek nodig om daar een kijkje te kunnen nemen. Als we vanuit die onderzeeboten de situatie overzien, is er dan enige evidentie voor het feit dat een bewuste gedachte aan mijn gedrag voorafgaat en dat veroorzaakt? Het antwoord is nee.

Onbewuste breintoestanden veroorzaken mijn gedrag en mijn wil tot handelen, vrijwel tegelijkertijd. En zoals David Hume al besefte, we zijn geneigd een causale relatie toe te schrijven aan gebeurtenissen die elkaar in de tijd nabij zijn. We nemen geen oorzakelijkheid waar, maar als we een biljartbal het ene moment hier zien en deze op een volgend moment bij de volgende biljartbal is aangeland die dan vervolgens zelf een beweging gaat maken, dan nemen we aan dat de ene beweging de andere veroorzaakt, maar die causaliteit is niet rechtstreeks waarneembaar.

En het zou heel goed kunnen zijn dat we op basis van het feit dat 'het zich van iets bewust zijn' vrijwel gelijktijdig plaatsvindt met het feit dat we een handeling uitvoeren, dat we op basis daarvan aannemen dat ons bewustzijn ons gedrag veroorzaakt, maar dat dat in feite niet het geval is. Omdat mijn bewustzijn van een handeling en de handeling zelf elkaar in de tijd nabij zijn, hebben we de neiging het bewustzijn als de veroorzaker van mijn handelen te ervaren. Maar zeer waarschijnlijk worden beide vrijwel gelijktijdig veroorzaakt door onbewuste breintoestanden.

Kortom, de Bovenmeester van het IK is getuige van mijn gedrag, maar niet de verdachte van mijn gedrag. Omdat ik geen baas ben in eigen brein, kan het IK in de rechtzaal ook niet aansprakelijk gesteld worden. Niet alleen in uitzonderingsgevallen, maar in alle gevallen is het IK ontoerekeningsvatbaar. Dat de samenleving wraak wil nemen en bescherming nodig heeft, is prima. Daarvoor is de rechtspraak ook mede bedoeld. Maar daarom hoeven we dat nog niet te verdedigen met een beroep op de Vrije Wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden