Sociale media Pulpnieuws

Nepnieuws was helemaal geen probleem bij de verkiezingen (maar er is wel pulpnieuws)

Beeld H. Armstrong Roberts/ClassicStock/Getty Images

Minister Ollongren maakte zich zorgen over buitenlandse desinformatie bij de verkiezingen. Die was er niet, volgens het onderzoek dat in haar opdracht werd uitgevoerd. Maar er is wel een ander gevaar: pulpnieuws. 

Weet u nog? De discussie over nepnieuws komt hier zo’n twee jaar geleden in een stroomversnelling. Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken stuurt dan een brief aan de Tweede Kamer met stevige waarschuwingen: andere landen zouden met desinformatie – opzettelijk verspreide onjuiste informatie – de publieke opinie in Nederland kunnen manipuleren.

Specifiek Rusland, want ‘Nederland staat in het vizier van onder meer Russische inlichtingendiensten’. Bovendien waren er Russen aantoonbaar betrokken bij het rondpompen van wilde verhalen tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016. Tot Hillary Clinton die een pedofielennetwerk zou aansturen vanuit een pizzeria aan toe.

De brief is het startschot voor een reeks waarschuwingen over nepnieuws. ‘De dreiging van desinformatie door statelijke actoren is reëel’, valt te lezen in een Kamerbrief die Ollongren een jaar later verstuurt

Begin 2019 noemt ze het probleem tijdens een Kamerdebat ‘steeds prangender’. Op tv bij Jinek vallen vergelijkbare bewoordingen: het gevaar van nepnieuws is zo groot dat het onze democratie onder druk zet.

Wat volgt is een publiekscampagne die het Nederlandse publiek, met de provincialestatenverkiezingen en Europese verkiezingen in aantocht, bewust moet maken van de gevaren van desinformatie.

Ondertussen gaf de minister de Universiteit van Amsterdam opdracht in kaart te brengen hoe het er tijdens beide verkiezingen aan toe ging op sociale media. De onderzoekers bestudeerden politiek getinte berichten en YouTube-video’s die op Facebook, Twitter, Reddit, 4chan en Instagram werden geplaatst, of die opdoken bij Google. De resultaten zijn nu gepubliceerd.

Hebben de Russen ons inderdaad proberen te beïnvloeden met nepnieuws?

De onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam winden er geen doekjes om: ‘Wij hebben geen buitenlandse desinformatiecampagne of nep-actiegroepen gevonden.’ Peter Burger, universitair docent journalistiek aan de Universiteit van Leiden en meelezer bij het rapport, is blij dat het empirische onderzoek van zijn Amsterdamse collega’s hierover uitsluitsel geeft. ‘Ik zei zelf al in 2017 dat er geen aanwijzingen zijn voor buitenlandse inmenging via nepnieuws.’

Beeld Getty Images

De waarschuwingen van Ollongren over de gevaren van nepnieuws leiden al twee jaar tot kritiek. Waar waren de voorbeelden? Sommigen vreesden bovendien dat een vermeend nepnieuwsprobleem kan leiden tot een (overheids)instantie die gaat bepalen welke berichten waar zijn – iets waarvan de minister overigens herhaaldelijk heeft gezegd dat ze hier verre van wil blijven.

Anderen stellen dat de continue waarschuwingen voor nepnieuws leiden tot cynische burgers die vertrouwen verliezen in journalistiek en overheid. ‘Ik ben bezorgder over de impact van de discussie óver desinformatie op het publieke discours dan over desinformatie zelf’, zei politicoloog Rebekah Tromble eerder al tegen de Volkskrant. Peter Burger: ‘De minister had dit soort kritiek kunnen voorkomen door eerder naar onderzoekers te luisteren.’

Nepnieuws is dus niet langer een probleem?

Dat Nederland niet is bestormd door gecoördineerde nepnieuwscampagnes, wil niet zeggen dat pogingen tot inmenging nergens bestaan. Deze week nog verwijderde Facebook een aantal netwerken van nepaccounts: drie uit Iran en een uit Rusland, actief in onder meer de Verenigde Staten en Noord-Afrika. 

Zij verspreidden polariserende berichten over politiek gevoelige onderwerpen, zoals de gevechten tussen Palestijnen en Israëli’s en Amerikaanse politici, terwijl ze zich uitgaven als lokale bewoners.

Bovendien komen nepnieuwsberichten ook in Nederland wel degelijk voor, zij het op beperkte schaal. Zo circuleerde eerder deze maand een Facebook-bericht dat van de NOS afkomstig zou zijn. Te zien is een foto van politie-ingrijpen bij een demonstratie met de uitleg dat hier escalerende boerenprotesten te zien zijn. 

Onjuist: het betrof een oude foto van een heel andere demonstratie. Nepnieuws van de NOS? Nee, het Facebook-bericht zelf bleek nep; de NOS had hier niets mee te maken. Noem het meta-nepnieuws. De resulterende woede jegens NOS-verslaggevers die aanwezig waren bij de boerenprotesten was dan weer behoorlijk echt.

Zijn er nog andere problematische nieuwsvormen dan nepnieuws?

De onderzoekers stellen vast dat ‘junknieuws’ (pulpnieuws) een steeds grotere rol speelt in Nederland. 25 procent van de door hen bestuurde interacties op Facebook – zoals vind-ik-leuks en deelacties – vonden bijvoorbeeld plaats bij bronnen die zij ‘bevooroordeeld’ of ‘hyperpartijdig’ noemen. Populair zijn daarbij ‘polariserende kwesties’ als Zwarte Piet, het klimaat en MH17.

Zo werden artikelen van De Dagelijkse Standaard, door de onderzoekers getypeerd als ‘een extreem-rechtse site die regelmatig giftige anti-immigrant-artikelen publiceert’, gedurende de Europese verkiezingen bijna even vaak op sociale media gedeeld en becommentarieerd als die van De Telegraaf Die laatste noemen de onderzoekers samen met onder andere NOS, NRC en de aan BNNVara gelieerde, linkse opiniewebsite Joop ‘mainstream’.

Wat er zoal valt onder pulpnieuws? Naast websites die de onderzoekers als ‘hyperpartijdig’ en ‘bevooroordeeld’ beoordeelden gaat het om sites die complottheorieën en clickbait verspreiden. 

De top mainstream-sites en de top tien 'junknieuws-sites' gedurende de Europese verkiezingen, gemeten in 'engagement' (reacties, likes, enzovoorts, op de verschillende sociale media). Beeld Richard Rogers en Sabine Niederer: 'Politiek en Sociale Manipulatie' (2019)

Dat levert een lastig containerbegrip op, want er zitten forse verschillen tussen websites die in het rapport onder pulp zijn geschaard, zegt Peter Burger. Er zitten duidelijke complotwebsites bij als Ninefornews.nl, die naast politieke onderwerpen zaken behandelt als ‘luchtgevechten tussen ufo’s’. Of het extreem-rechtse Fenixx.org, dat koppen plaatst als ‘De Joden die de Amerikaanse grens willen openen voor de invasie zijn nog maar net begonnen’.

Tegelijkertijd valt ook Saltmines.nl eronder - kopje ‘hyperpartijdig’ - terwijl deze site volgens Burger weliswaar een sterk rechts profiel heeft, maar ‘lang niet zo rellerig is als veel andere genoemde sites en beter onderbouwde analyses publiceert’. Of neem The Post Online, dat volgens het onderzoek een ‘tendentieuze en politiek sterk gekleurde’ bron is, maar dat evengoed feitelijke nieuwsberichten publiceert.

Het onderscheid tussen enerzijds pulp en anderzijds mainstream leidde na publicatie dan ook tot kritiek onder sites die onder ‘pulp’ werden geschaard. Bijvoorbeeld bij Frank van Dorp van Saltmines:

Je kunt ook wat Burger betreft discussiëren over wat je wel en niet pulp noemt. Maar zelfs als je wat labels verhangt (door bijvoorbeeld Joop ook onder ‘hyperpartijdig’ te scharen), blijft het grote plaatje hetzelfde: ‘Het alternatieve nieuws wordt gedomineerd door rechtse sites, waarvan de populairste van een bedenkelijk niveau zijn.’

De onderzoekers zien trouwens geen aanleiding om aan te nemen dat dergelijke nieuwsbronnen Nederlandse verkiezingsuitslagen hebben beïnvloed. Maar de hoeveelheid junknieuws neemt toe, stellen ze vast, met als gevolg ‘een opkomende tendentieuze en polariserende mediasfeer’.

Minister Ollongren heeft naar aanleiding van het onderzoek een strategie ontwikkeld waarmee de overheid desinformatie wil aanpakken. Het draait daarbij vooral om ‘mediawijsheid’. In de schoolcurricula, die worden herzien, komt bijvoorbeeld aandacht voor het op waarde schatten van informatie op internet. Er is zelfs een game in ontwikkeling voor provinciale en gemeentelijke politici, waarin ze nep van echt moeten zien te onderscheiden.

Meer over de dilemma's rond dubieuze inhoud op internet

Al voor de provinciale en Europese verkiezingen waarschuwden wetenschappers in De Volkskrantwe maken ons te druk om nepnieuws

Wat te doen met nepnieuws? Dat is voor internetplatformen als Twitter en Facebook een ware balanceeract.

Het is officieel: de pulp regeert. Berichten van obscure clickbaitsites als Trendnieuws en Ongelooflijk krijgen op Facebook meer likes en reacties dan de berichten van erkende nieuwsmerken.

Ook columnist Loes Reijmer heeft het onderzoek gelezen. Niets op af te dingen, vindt ze. ‘Maar wat moet de minister hiermee?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden