Negertjes en snortikkers met geluid

Zou er een land ter wereld zijn dat zijn biodiversiteit even nauwgezet en gewetensvol in kaart brengt als Nederland? Dat lijkt niet waarschijnlijk, gezien het aantal inventarisaties van onderdelen van flora en fauna die de laatste jaren zijn verschenen....

Van de wilde flora zijn inmiddels de vaatplanten op diverse manieren (inventariserende atlas, flora's, overzicht van plantengemeenschappen) in kaart gebracht. Aan de mossen wordt gewerkt. Bijna alle inheemse gewervelde dieren (zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen) zijn minutieus beschreven, inclusief hun voor- dan wel achteruitgang.

Er er is nog meer op komst, vooral dankzij de uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV). Samen met het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden en de stichting EIS-Nederland (onderzoek aan ongewervelden) is de KNNV Uitgeverij begonnen aan een serie over de Nederlandse dierenwereld waarin verreweg de grootste en tegelijk de minst geïnventariseerde groep van de fauna aan bod komt: de ongewervelde dieren. Er staan atlassen op stapel over de in Nederland voorkomende weekdieren van het zoetwater, over loopkevers, over libellen, en over bijen, wespen en mieren.

Het eerste deel van de serie is nu verschenen in de vorm van een omvangrijk boekwerk: De sprinkhanen en krekels van Nederland. Bijzonder is dat bij het boek een cd hoort met de geluiden van alle sprinkhanen en krekels in Nederland en België die geluid maken. Het is voor het eerst dat de zang van deze insecten in Nederland op een geluiddrager wordt gepubliceerd.

Als latere afleveringen van de nieuwe serie een zelfde niveau hebben als het eerste deel, dan mogen we die met belangstelling tegemoet zien. Het boek over de sprinkhanen en krekels is het resultaat van jarenlang onderzoek, waaraan zoals altijd veel vrijwilligers hebben meegedaan. Opvallend is dat veel van de 140 medewerkers al ervaring hadden in het verzamelen van gegevens bij andere inventarisaties, zoals die van vogels, planten en vlinders.

De vijf schrijvers, van wie Roy Kleukers als eerste auteur optreedt, blijken 41 soorten sprinkhanen en 4 soorten krekels als inheems aan te wijzen. Althans, deze 45 soorten zijn deze eeuw als inheems in Nederland vastgesteld. Inmiddels worden er 4 soorten aangemerkt als uitgestorven in Nederland. Daar staat tegenover dat tijdens het onderzoek ook 3 soorten voor het eerst in Nederland werden aangetroffen.

Voor lezers die niet thuis zijn in deze hoek van het dierenrijk (en dat zullen er veel zijn) zitten er prachtige namen bij. Zo vinden we de wrattenbijter, het spitskopje, het gewoon doorntje en een hele serie namen die vooral op uiterlijk en geluid gebaseerd zijn: zoemertje, schavertje, wekkertje, negertje, locomotiefje, ratelaar, en krasser. Ook de snortikker blijkt zijn naam te danken aan zijn zang: 'een vrij lange serie van snorrende en tikkende geluiden'.

Bij de vier inmiddels uit Nederland verdwenen soorten is er één waarover we niet rouwig hoeven te doen. Het is een van de meest beruchte soorten van deze dierenorde, de Europese treksprinkhaan, die in enorme zwermen landbouwgebieden volkomen kaal kan vreten. Maar bij nader inzien hoeft deze sprinkhaan in Nederland wellicht geen kwaad aan te richten. Er blijken van deze soort twee vormen voor te komen: de solitaire en gregaire (afgeleid van het Latijnse woord grex voor kudde). De laatste vormt de gevreesde zwermen.

De solitaire vorm waarin de sprinkhanen dus net als andere soorten op hun eentje blijven, kan in de gregaire vorm overgaan door grote dichtheden waarin de dieren dicht op elkaar zitten en door voedselgebrek, dat daar meestal het gevolg van is. De Europese treksprinkhaan is volgens de auteurs in 1951 voor het laatst in Nederland waargenomen. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst nog eens groepjes treksprinkhanen in Nederland terechtkomen, want dat is in het verleden ook gebeurd, onder meer in de Middeleeuwen. Maar de dieren kunnen zich hier moeilijk handhaven.

Het belangrijkste deel van het boek (bijna tweehonderd bladzijden) bestaat uit de vrij uitvoerige beschrijvingen van 45 inheemse soorten, aangevuld met 20 niet inheemse. De beschrijvingen worden voorafgegaan door hoofdstukken over de historie van het onderzoek, de naamgeving, de levenswijze, de zang en de ecologie van sprinkhanen en krekels. In aparte hoofdstukken wordt uitgelegd, met welke beheersmaatregelen de leefomstandigheden voor deze dieren verbeterd kunnen worden en welke soorten in welke Nederlandse landschappen te verwachten zijn.

Van de 41 soorten die er nu nog in Nederland voorkomen, gaan er 8 duidelijk achteruit en 11 vooruit. De achteruitgang heeft te maken met het aantasten van leefgebieden. Want vooral soorten die aangewezen zijn op droge en open heidegebieden en op schrale, vochtige gronden, verliezen terrein. Een van de oorzaken is de overbemesting, het proces dat al grote schade aan de flora heeft aangericht en dat ook sprinkhanen en krekels blijkt te treffen.

Dat het ook in Nederland warmer wordt, al of niet veroorzaakt door het versterkte broeikaseffect, blijkt ook uit deze atlas. Enkele zuidelijke soorten, waaronder het zuidelijk spitskopje, blijken het in Nederland door het warmere weer goed naar de zin te hebben. Verwacht wordt dat deze nu nog zeldzame soorten zich de komende decennia zullen uitbreiden.

Piet van Seeters

Roy Kleukers e.a.: De sprinkhanen en krekels van Nederland

KNNV Uitgeverij; ¿ 82,50, inclusief cd

ISBN 90-5011-100-9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden