Lessen van 2020Geneeskunde

Nederlandse uitvinding leidt tot een rs-vaccin dat vele babylevens zal redden

Dankzij de ontdekking van een krachtige antistof in een Amsterdams lab kunnen pasgeboren baby’s binnenkort waarschijnlijk worden beschermd tegen de levensbedreigende kinderziekte rs. Les 7 van ons jaaroverzicht met de wetenschappelijke lessen van 2020.

null Beeld Typex
Beeld Typex

Deze zomer bracht hoopgevend nieuws over een vaccin tegen een levensbedreigende kinderziekte en dat succes blijkt een Nederlandse afzender te hebben. Iedere winter belanden alleen al in Nederland 150 tot 200 kinderen ernstig benauwd op de ic nadat zij het rs-virus hebben opgelopen, een gewoon verkoudheidsvirus waarvan volwassenen alleen maar gaan snotteren. Dankzij een krachtige antistof, dertien jaar geleden ontdekt door Amsterdamse wetenschappers, kunnen pasgeboren baby’s in de nabije toekomst waarschijnlijk worden beschermd.

Trots overheerste bij hoogleraar celbiologie Hergen Spits toen hij de internationale onderzoeksresultaten onder ogen kreeg, hoewel het artikel in vakblad The New England Journal of Medicine nergens de Nederlandse inbreng ter sprake brengt. En toch is het vaccin nirsevimab, dat voor de internationale studie aan duizend te vroeg geboren kinderen werd toegediend en is gebaseerd op antistof D25, gevonden in een lab van het Amsterdam UMC.

Enthousiast vertelt Spits via een Zoomverbinding vanuit zijn studeerkamer over de weg naar dat succes. Het begon met de ontdekking van een techniek om B-cellen, de cellen die antistoffen produceren, in een kweekbakje onsterfelijk te maken: ze werden in zijn laboratorium uit het bloed gehaald en gekloneerd, waarmee – in theorie – een soort antistoffabriekjes ontstonden, waar op grote schaal uit steeds dezelfde B-cel een en dezelfde antistof kon worden geproduceerd.

Dat zou een revolutionaire aanpak betekenen: tot dan toe werden die zogeheten monoklonale antistoffen steeds gemaakt door muizen: de dieren werden geïnjecteerd met een menselijk virus, waarna de aangemaakte antistoffen uit de B-cellen in hun milt werden gehaald, een techniek met beperkingen. Als de menselijke fabriekjes hun werk zouden doen, hoefden antistoffen voortaan niet met behulp van een muis te worden ontwikkeld maar wáren ze er al, in het lichaam van een patiënt die het virus zelf onder de duim had gekregen. Het was dan alleen zaak om in het bloed van die patiënt precies de juiste B-cel (de fabriek) te vinden, die te kloneren en de antistoffen te oogsten.

Praktijktoets

Om hun theorie aan een praktijktoets te onderwerpen, besloten de Amsterdamse celbiologen zich toe te leggen op de productie van antistoffen tegen het rs-virus, waaraan wereldwijd jaarlijks meer dan 200 duizend jonge kinderen overlijden. Er bestaat al een antistof tegen dat virus, maar dat is zo’n gehumaniseerde muizenantistof, die al na een maand uit het bloed verdwijnt. Baby’s hebben daar in de winterperiode (als het rs-virus actief is) elke maand een injectie van nodig, en dat is zo omslachtig en duur dat alleen de kwetsbaarste kinderen ervoor in aanmerking komen. Een antistof die alle kinderen met één injectie de winter door kon helpen zou een uitkomst zijn.

Wat ze in Amsterdam nodig hadden, waren volwassenen die vaak aan het rs-virus waren blootgesteld, daarvan zelf niet ziek waren geworden, maar wel krachtige antistoffen hadden aangemaakt. Spits: ‘En wie zijn dat? Jonge moeders en medewerkers van kinderdagverblijven. Die hebben vaak hoge concentraties van antistoffen tegen allerlei kindervirussen, omdat ze de hele dag tussen de snotterende kinderen zitten.’ Zijn team verkreeg via de bloedbank bloed van moeders en zamelde zelf bloed in bij medewerkers van de AMC-crèche.

Daarna begon een enorme zoektocht. B-cellen maken allemaal andere antistoffen aan, legt Spits uit: de een tegen de griep, een volgende tegen een voedselallergie, en van buiten is niet zichtbaar wat er in de fabriek gebeurt. Er zat niets anders op dan de B-cellen uit het bloed halen, die op een groot plateau stuk voor stuk in een apart kuiltje te stoppen en daarna de antistoffen die kwamen bovendrijven met een nieuwe techniek heel snel te testen op het vermogen om het rs-virus uit te schakelen. ‘Tegenwoordig heb je daar robots voor, wij deden het nog handmatig.’ Per donor werden duizenden B-cellen met hun antistoffen getest. Spits herinnert zich het bericht van Tim Beaumont en Etsuko Yasuda, de twee wetenschappers uit zijn lab die hem in de zomer van 2007 via een videoverbinding het goede nieuws brachten, toen hij tijdelijk in Californië werkte: ze hadden in het bloed van een jonge vrouw een zeer krachtige antistof tegen het rs-virus ontdekt. En het kuiltje in het plateau waarin die antistof (en de producerende B-cel) was gevonden, zat op de vierde rij van boven, op de 25ste plek van links, vandaar de naam: D25.

Naar Amerika

Het was het eerste wapenfeit van AIMM Therapeutics, het bedrijf dat speciaal voor het onderzoek was opgericht door Spits en zijn team en waarvan het toenmalige AMC, nu het Amsterdam UMC, een belangrijke aandeelhouder werd. Aan het kersverse bedrijf de taak om vast te stellen of D25 inderdaad beter werkte dan de (muizen)antistof die artsen al jaren gebruikten bij een kleine groep kinderen met een hoog risico. Een ingewikkelde klus voor een klein bedrijf. En toen klopte farmareus AstraZeneca aan, met grote interesse voor de Amsterdamse vondst. Kort daarop reisde een antistof uit het bloed van een Nederlandse vrouw naar een Amerikaans lab, waar een paar versterkers werden aangebracht.

Antistoffen hebben het uiterlijk van de letter Y, legt Spits uit, met twee grijparmpjes die per antistof verschillen en een verticaal pootje dat steeds identiek is. In de armpjes werden genetische mutaties aangebracht, zodat de binding met het virus iets sterker werd. Ook werd het pootje wat stabieler gemaakt. Zo veranderde antistof D25 in het medicijn nirsevimab, dat zich nu heeft bewezen in klinisch onderzoek. Eén injectie blijkt voldoende om te vroeg geboren kinderen, een risicogroep, de winter door te helpen. In die groep was het aantal ziekenhuisopnamen bijna 80 procent lager dan in de controlegroep.

Spits volgt het onderzoek op de voet en weet dat er nu twee grote studies lopen, waarvan één bij drieduizend gezonde baby’s die gewoon op tijd zijn geboren. Als de resultaten goed blijven, zou het medicijn in 2023 op de markt kunnen komen. Het Amsterdam UMC, aandeelhouder van het bedrijf dat de antistof ontdekte, profiteert dan mee van de wereldwijde opbrengst.

Maar dat is niet het belangrijkste, zegt Spits. Ieder jaar komen door het rs-virus wereldwijd meer dan drie miljoen kleine kinderen in het ziekenhuis terecht. In ontwikkelingslanden is het virus, na malaria, de tweede doodsoorzaak onder kinderen. De Nederlandse hoogleraar hoopt dat de Amsterdamse ontdekking aan die tragedie een einde kan maken.

Wat hebben we geleerd in 2020?

Van spectaculaire ontdekkingen in ons zonnestelsel tot een levensreddend vaccin voor baby’s: dit zijn de 17 belangrijkste wetenschappelijke lessen van 2020, verzameld door onze wetenschapsredactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden