Nieuws Radiotelescoop Lofar

Nederlandse radiotelescoop brengt noordelijke hemel ongekend nauwkeurig in kaart

Honderdduizenden nieuw ontdekte sterrenstelsels en antwoorden op raadsels die astronomen al jaren bezighouden. Dat is de eerste oogst van een grootschalig meetproject met de Nederlandse radiotelescoop Lofar. ‘We hebben in de sterrenkunde nog nooit zoveel gegevens tegelijk geanalyseerd’, zegt Huub Röttgering (Universiteit Leiden), een van de hoofdonderzoekers.

Telescopen van Lofar in Drenthe. Beeld Raymond Rutting/ de Volkskrant

Een overvolle snoeppot waar astronomen de komende jaren de lekkerste zuurtjes uit kunnen pikken – zo mogen we de dinsdag vrijgegeven verzameling meetgegevens van de Nederlandse radiotelescoop Lofar wel beschouwen. In het februarinummer van het vakblad Astronomy & Astrophysics beschrijven astronomen in 26 publicaties alvast de eerste grepen uit die pot. Dat leverde nieuwe inzichten op in alles van de raadselachtige oorsprong van megazware zwarte gaten tot de ware aard van mysterieuze magneetvelden in de kosmos. Nu openen zij de deksel voor iedereen.

Radiotelescoop Lofar is uniek omdat hij uit twintigduizend losse radioantennes bestaat, waarvan de verste in Nederland zo’n 80 kilometer uit elkaar staan. Door de meetgegevens van al die antennes slim aan elkaar te knopen, ontstaat een ongekend sterk en nauwkeurig instrument. Lofar bracht de afgelopen jaren systematisch de noordelijke hemel in kaart.

Dat werpt nu de eerste vruchten af. In de door de telescoop verzamelde gegevens ontdekten astronomen honderdduizenden nieuwe sterrenstelsels zoals onze Melkweg – afgelegen plekken die niemand ooit eerder had gezien. ‘We konden met Lofar daarin verschijnselen in kaart brengen die je met andere telescopen simpelweg niet ziet’, zegt Röttgering. Aan het project werkten ruim tweehonderd onderzoekers uit achttien verschillende landen mee.

Sterren opslokken

Ze ontdekten bijvoorbeeld hoe superzware zwarte gaten in het midden van sterrenstelsels zonder uitzondering flink aan het schransen zijn: de gaten slokten op hoog tempo sterren, gas en ander materiaal op, maar toonden zich daarbij rommelige eters. ‘De straling die daarbij vrijkomt, kunnen we met Lofar meten’, zegt Röttgering.

Lofar is al ruim zeven jaar gegevens aan het verzamelen, maar tot grofweg een jaar geleden konden astronomen de stortvloed aan gegevens die dat opleverde nauwelijks de baas. Röttgering: ‘We verzamelden 15 petabyte aan meetgegevens. Dat is enorm veel. Ter vergelijking: de hele Universiteit Leiden beschikt slechts over zo’n 5 petabyte aan gegevens. We hebben in de sterrenkunde nog nooit zoveel gegevens tegelijk geanalyseerd.’

Aan het Amsterdamse datacenter Surf ontwikkelden wiskundigen en informatici daarom radicaal nieuwe rekenmethodes. ‘Met het maken van de eerste plaatjes uit de meetgegevens waren promovendi twee tot drie jaar bezig. Tegenwoordig maken we er eentje per dag’, zegt Röttgering.

Al die plaatjes – en overige gegevens – zijn nu dus voor iedereen beschikbaar. ‘En dan niet alleen de ruwe data, maar ook de bewerkte gegevens’, zegt sterrenkundige Ralph Wijers (Universiteit van Amsterdam). ‘Die kun je ook gebruiken als je geen expert bent in data-analyse van radiogegevens.’

Ondankbaar

Wijers noemt dit soort systematische meetrondes ‘belangrijk maar ondankbaar’: ze leveren meestal niet meteen een resultaat op dat je onthoudt als baanbrekend, maar brengen alles wel heel nauwkeurig in kaart. ‘Dit is een heel belangrijk archief dat in de sterrenkunde nog lang bruikbaar zal zijn.’

Met de nieuwe rekenmethodes gaan astronomen nu ook de rest van de ruwe gegevens te lijf. ‘Deze eerste dataset bevatte 2 procent van alle meetgegevens’, zegt Röttgering. ‘Over een jaar of vier denken we dat we alles hebben doorgerekend en beschikbaar kunnen stellen.’

Zodra dat is afgerond, is Lofar overigens nog niet klaar. ‘De volgende focus is om scherper te gaan kijken, zodat we kleinere structuren in beeld kunnen brengen’, zegt Röttgering. Daarna staat het invlechten van de andere onderdelen van Lofar op het programma. Bij de metingen zijn nu alleen de Nederlandse antennes gebruikt, maar er staan ook meetstations in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Zweden en Ierland. ‘De hoeveelheid gegevens die dat oplevert, kunnen we nu nog niet aan. Daar moeten we onze rekenmethodes verder voor verbeteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.