Nieuws Wetenschap

Nederlandse jeugd heeft moeite merel van mus te onderscheiden

Minder dan 1 op de 6 Nederlandse scholieren van 9 en 10 jaar kan een mus herkennen. Ook met het herkennen van andere gangbare, inheemse diersoorten is het slecht gesteld, blijkt uit een recent onderzoek van de Universiteit Leiden in het vakblad Biological Conservation. Voor het eerst werd onderzocht hoe het gesteld is met kennis van diersoorten bij Nederlanders.

De passer domesticus oftewel de huismus. Beeld Foto ANP

Gebrekkige soortenkennis is problematisch, vindt bioloog Michiel Hooykaas die het onderzoek uitvoerde. ‘De gedachte is: onbekend maakt onbemind. Pas als je een soort herkent, merk je het als die soort achteruit gaat. En pas als je kennis hebt over de biodiversiteit kun je goed afwegen of je zulke veranderingen erg vindt of niet.’

De bioloog testte drie groepen op hun inheemse soortenkennis: 600 kinderen van 9 en 10 jaar oud, 3.000 mensen uit het algemene publiek, en ruim 900 ‘professionals’: mensen die in hun (vrijwilligers)werk met biodiversiteit te maken hebben. Hooykaas ging voor het onderzoek langs op 17 basisscholen verspreid door het land om een vragenlijst af te nemen. Om de quiz toegankelijk te houden, voegde hij naast inheemse dieren ook drie exotische soorten toe: een krokodil, ijsbeer en een tijger. Deze werden overigens door bijna alle deelnemers herkend.

Lokale diersoorten minder bekend

Met inheemse dieren hadden de deelnemers meer moeite. Het algemeen publiek benoemde gemiddeld twee op de drie soorten goed, terwijl de professionals meer dan driekwart wisten te benoemen. De kinderen herkenden slechts één op de drie van de diersoorten. Van alle dieren werden de zoogdieren door alle groepen het meest herkend. ‘Zoals de vos, wolf of eekhoorn. Maar bij de vogels en vlinders wisten vaak alleen de professionals de soorten te benoemen.’ Zo bleken kinderen zelfs veelvoorkomende vogelsoorten uit stadsparken en tuinen vaak niet te herkennen: minder dan een kwart herkende de ekster, 18 procent herkende een merel en 6 procent een kauwtje.

‘Mensen hebben weinig oog voor lokale diersoorten en er lijkt meer afstand tussen hen en plaatselijke natuur te bestaan. Dat baart me wel zorgen’, aldus Hooykaas. Zouden kinderen op school meer over de dieren om hen heen moeten leren? ‘Het is natuurlijk het mooiste als er bij kinderen zelf interesse ontstaat. Scholen kunnen daarbij wel helpen. Niet dat ze nou verplicht namen van vogels in hun hoofd moeten gaan stampen, maar inheemse biodiversiteit zou verweven kunnen worden in het onderwijs. Laat kinderen hun eigen omgeving ontdekken, dat voegt volgens mij meer toe dan alleen tijgers en olifanten op internet bekijken.’

Kanttekening bij steekproef

Hoogleraar peilingmethodiek aan Universiteit Leiden Jelke Bethlehem vindt het aantal deelnemers ‘redelijk’, maar heeft zijn twijfels over de representativiteit van de steekproef. ‘De steekproef voor het algemene publiek is via sociale media getrokken, dan weet je al zeker dat die steekproef niet representatief is. Ook zijn de basisscholen subjectief gekozen, in plaats van aselect.’ Daarnaast plaatst Bethlehem een kanttekening bij de methode waarmee de groepen zijn verworven: ‘De drie met elkaar vergeleken groepen zijn op verschillende manieren ontstaan. Je blijft dan met de vraag achter: zijn de verschillen tussen de groepen ontstaan als gevolg van ‘echte’ verschillen of door verschillen in methode?’

Benieuwd naar je eigen soortenkennis? De quiz is hier te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden