© ANP

Nederlandse economen en psychologen plegen vaak zelfplagiaat; vooral prominente wetenschappers

'Hoe hoger geplaatst een wetenschapper, des te meer zelfplagiaat'

Nederlandse economen en psychologen plegen veelvuldig zelfplagiaat: ze recyclen eerder werk van zichzelf, zonder erbij te melden dat het oud is. Bij de top van de Nederlandse economen is zelfs 1 op de 5 artikelen voor meer dan 10 procent gekopieerd uit eerder eigen werk. Een vorm van wangedrag, want zo houden de wetenschappers de schijn op dat ze harder werken dan ze eigenlijk doen. Dat kan integere collega's op achterstand zetten.

Dit is wat je krijgt als je wetenschappers alleen afrekent op cijfers en aantallen, en niet op inhoud

Wetenschapssocioloog Willem Halffman

Tot die slotsom komen de Nijmeegse wetenschapssocioloog Willem Halffman en zijn promovendus Serge Horbach na een analyse van 922 Nederlandse vakpublicaties van de afgelopen jaren. Historici en biochemici komen er genadig vanaf: veruit het meeste van hun werk is origineel, telkens weer opnieuw. In de economie bevat echter 14 procent lappen tekst uit eerdere artikelen; in de psychologie gaat het om 5 procent van de vakpublicaties.  

'We vonden artikelen die gewoon opnieuw werden gepubliceerd, met slechts een enkele wijziging', vertelt Halffman, die geen namen wil noemen van betrokken wetenschappers. 'In een geval troffen we in dezelfde editie van een economisch vakblad zelfs 2 artikelen aan van dezelfde auteur, die voor ruim een derde overeenkwamen.' Een misstand, vindt Halffman, omdat wetenschappers bij de verdeling van onderzoeksgeld vaak worden beoordeeld op hoeveel ze hebben gepubliceerd. 'Dit is wat je krijgt als je wetenschappers alleen afrekent op cijfers en aantallen, en niet op inhoud.'

Ruwweg geldt: hoe hoger geplaatst een wetenschapper, des te meer zelfplagiaat

De term 'zelfplagiaat' dook in 2013 opeens op, nadat aan het licht kwam dat VU-econoom, winnaar van de Spinozapremie en oud-NWO-baas Peter Nijkamp zich op grote schaal had bezondigd aan het copy-pasten van eigen werk. Nijkamp werd niet bestraft, maar in de richtlijnen van onder meer de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) kwam wel te staan: eigen teksten herhalen zonder bronvermelding mag niet, tenzij het gaat om klein grut zoals bijvoorbeeld definities of losse stukjes beschrijvende tekst.  

Maar Nijkamp was geen uitzondering, blijkt nu. De verschillen per vak zijn groot, maar ruwweg geldt: hoe hoger geplaatst een wetenschapper, des te meer zelfplagiaat. Zo blijken minder prominente economen 'maar' in 7 procent van hun artikelen voor meer dan een tiende te putten uit eerder werk van henzelf. De top van de Nederlandse psychologie blijkt in 8 procent van de artikelen op grote schaal te copy-pasten, lager geplaatste psychologen doen dat slechts in een op de 100 artikelen. Biochemici plegen in slechts 3 procent van de artikelen zelfplagiaat. 'We hebben het sterke vermoeden dat zulke verschillen te maken hebben met de cultuur per vakgebied', zegt Halffman. 'In de economie en de psychologie vindt men dit kennelijk normaler.'

Een goed uitgevoerde analyse, en 'toch weer even schrikken als je dit leest', reageert Lex Bouter, hoogleraar methodologie en integriteit aan de VU Amsterdam. 'Gênant en pijnlijk. En slecht voor het vertrouwen in de wetenschap', vindt hij. 'Al moet je ook voor ogen houden dat het voor de waarheidsvinding niet uitmaakt: als je drie keer iets opschrijft wat niet klopt, is het nog steeds onjuist.'  

Volgens het KNAW-rapport valt zelfplagiaat meestal onder de 'twijfelachtige onderzoekspraktijken': een breed, grijs gebied van gerommel dat grenst aan wetenschapsfraude maar het nog net niet is - denk aan het weglaten van onwelgevallige onderzoeksuitkomsten of het voordelig afronden van bepaalde cijfers. Echt wangedrag, zegt Bouter, wordt het als een wetenschapper oude onderzoeksgegevens als nieuw presenteert: 'In de meta-analyses tellen je data dan dubbel. Dat vervormt de werkelijkheid. Een echte doodzonde.'  

Halffman en Horbach hopen vooral de wetenschap wakker te schudden. 'Strengere regels gaan dit nooit oplossen', vermoedt Halffman. 'We zien dit als direct gevolg van de prestatiedruk: wat je ook doet, publiceer veel. Dan gaan mensen rare dingen doen.'