Interview Raoul Hennekam & Leonie Menke

Nederlandse artsen ontdekken nieuw syndroom

Twee onderzoekers aan het Amsterdam UMC hebben een nieuw syndroom ontdekt. Bij onderzoek naar patiënten met het zeldzame syndroom van Rubinstein-Taybi vielen afwijkende kenmerken op. Na uitvoerig dna-onderzoek kon worden bevestigd dat het bij die patiënten om een geheel nieuw syndroom gaat.

De Canadese Charlotte, een meisje met het nieuw ontdekte syndroom. Beeld Amsterdam UMC

In het najaar van 2015 kreeg Raoul Hennekam een mail van een Britse collega die foto’s stuurde van een patiëntje dat haar aan het twijfelen had gebracht. Genetisch onderzoek wees uit dat het jongetje het syndroom van Rubinstein-Taybi moest hebben, maar hij had helemaal niet de uiterlijke kenmerken die daarbij hoorden en ook een hoger ontwikkelingsniveau. 

Hennekam, hoogleraar kindergeneeskunde en klinische genetica in het Amsterdam UMC, geldt al sinds zijn promotieonderzoek als een internationaal expert op het gebied van Rubinstein-Taybi, een zeldzaam syndroom dat wordt gekenmerkt door een karakteristiek gezicht, brede duimen en tenen en een verstandelijke handicap. Artsen uit de hele wereld weten hem bij vragen te vinden. Na die eerste mail kwamen er vergelijkbare berichten binnen, overal vandaan, die hem zo nieuwsgierig maakten dat hij samen met kinderarts Leonie Menke besloot onderzoek te doen.

Korte neus

Hun conclusie was opmerkelijk: bij alle patiënten was inderdaad een van de twee bekende genen aangedaan, maar in een hele andere regio dan bij de klassieke patiënten met Rubinstein-Taybi. Met andere uiterlijke kenmerken tot gevolg, zoals naar boven lopende oogleden en een korte neus. De helft had problemen met horen en zien, bijna allemaal hadden ze een ontwikkelingsachterstand, tweederde bleek autistisch. 

De afgelopen tijd hebben de Amsterdamse artsen in twee artikelen in het American Journal of Medical Genetics de gegevens samengevat van 24 kinderen, onder wie zeven uit Nederland. Het aantal patiënten groeit, vertelt Menke: ‘Iedereen komt bij ons uit. En als wij er in Nederland al zeven vinden, dan moeten er wereldwijd nog veel meer zijn.’ Ze heeft contact met ouders van patiënten, die een Facebookpagina hebben opgezet. Daarnaast is ze bezig een vragenlijst op te stellen in acht talen, zodat ze de ontwikkeling van deze onbekende groep de komende jaren kan blijven volgen. Een ding is duidelijk: Hennekam en Menke hebben een nieuw syndroom ontdekt.

Waarin verschilt een syndroom van een ziekte?

Hennekam: ‘Als een gen defect is dan wordt een eiwit niet gemaakt. Of het eiwit wordt vervormd, waardoor het zijn functie in het lichaam deels of helemaal verliest. Als zo’n eiwit een beperkte taak heeft, ontstaat een eenduidig ziektebeeld. Bij syndromen gaat het steevast om eiwitten die veel meer functies hebben in het lichaam. Gevolg is dat patiënten niet alleen lichamelijke problemen hebben, maar vaak ook verstandelijke beperkingen, bijzondere uiterlijke kenmerken en soms ook specifieke gedragsproblemen.’

Wat wijkt er af in het dna van de patiënten met het nieuwe syndroom?

Hennekam: ‘Patiënten met Rubinstein-Taybi maken te weinig van een belangrijk eiwit aan en de functie ervan is verstoord. Bij deze nieuwe groep patiënten lijkt iets heel anders aan de hand te zijn: er zit een versterker op het eiwit, het werkt juist veel te hard.’

Hoe hebben jullie dit nieuwe syndroom ontdekt?

Menke: ‘Er zijn nieuwe technieken waarmee we snel het complete dna van patiënten kunnen analyseren. Zo ontdekten we bij deze groep patiënten een defect op twee nieuwe plekken die naast elkaar zitten. Als we kijken naar het uiterlijk van de patiënten, lijken er ook twee groepen te bestaan. Misschien ontdekken we nog wel meer subgroepen. Vroeger betekende een defect gen één syndroom, nu we beter kunnen zoeken worden het er in de toekomst misschien wel vijf.

‘Als we vroeger een kind op het spreekuur kregen, keken we naar de uiterlijke kenmerken, zochten uit om welk syndroom het moest gaan en lieten dan het gen analyseren dat daarvoor verantwoordelijk was. Sinds een paar jaar gaat het anders. Van alle kinderen met een ontwikkelingsachterstand laten we nu alle genen nakijken waarvan we weten dat ze een verstandelijke beperking kunnen veroorzaken. Dat zijn er nu ruim 1.150. We zoeken ook bij kinderen die niet de kenmerken hebben van de bekende syndromen. Door zo breed te kijken, zullen we vermoedelijk meer gaan ontdekken.’

Wat betekent de ontdekking van een nieuw syndroom voor de praktijk?

Menke: ‘Bij een nieuw syndroom horen specifieke problemen, we gaan de komende jaren uitzoeken welke dat zijn. Voor ouders is het fijn te weten hoe hun kind zich zal ontwikkelen en wat ze kunnen verwachten. En als je weet wat je kind precies heeft, kun je ervaringen delen met andere ouders. Syndromen zijn altijd zeldzaam maar ouders komen nu via sociale media over de landsgrenzen heen makkelijk met elkaar in contact. Zo kunnen ze ervaringen delen. Daar leren wij ook weer van.’

Raoul Hennekam Beeld Amsterdam UMC

Hoe bijzonder is het om een nieuw syndroom te ontdekken?

Hennekam: ‘Met de nieuwe technieken gaat het hard. Vorige maand zijn er al vijf nieuwe syndromen ontdekt. Er zijn inmiddels meer dan vierduizend syndromen, ze staan allemaal in een internationale databank. Ook Nederlandse artsen hebben er al een aantal ontdekt, we zijn dus niet uniek.’

Gaat jullie ontdekking nu het Menke-Hennekam-syndroom heten?

Hennekam, lachend: ‘Dat zouden we best willen maar dat mogen we niet zelf regelen, dat is een ongeschreven regel in de genetica. Anders dan bij nieuwe chromosoomafwijkingen is er geen comité dat voor een nieuw syndroom de naam vaststelt. Het gaat zo: iemand anders schrijft een wetenschappelijk artikel en stelt daarin voor het syndroom te noemen naar de eerste die het heeft omschreven. Daar moeten we dan maar op hopen. Probleem is dat er al een Hennekam-syndroom bestaat, dat is een erfelijke aandoening van de lymfevaten die ik een paar jaar geleden heb ontdekt. Er is ook al een Menkes-syndroom, die naam lijkt te veel op de achternaam van Leonie.’

Dan maar het Leonie-Raoul-syndroom?

Hennekam: ‘Voornamen mogen niet, er moet iets anders worden bedacht.’

Menke: ‘We hebben het syndroom nu maar even CEEx genoemd, naar de regio waar we het defect hebben gevonden. En we wachten af.’

Leonie Menke Beeld Amsterdam UMC
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.