Een nagemaakte Neanderthaler, onderdeel van de tentoonstelling Giants of the Ice Age.
Een nagemaakte Neanderthaler, onderdeel van de tentoonstelling Giants of the Ice Age. © ANP

Neanderthaler stierf 'gewoon vanzelf', niet omdat hij slechter kon jagen of dommer was dan de mens

De Neanderthaler verdween niet omdat hij slechter kon jagen, dommer was of minder goed samenwerkte dan moderne mensen - maar gewoon omdat hij in de minderheid was. Tot die opmerkelijke conclusie komen twee Stanford-biologen die het verval van de Neanderthaler nabootsten op de computer.

De ruige oermens met de zware wenkbrauwen en de wijkende kin verdween zo'n 35 duizend jaar geleden in Europa voorgoed van het toneel, terwijl de moderne mens er in aantal toenam. Al ruim een eeuw soebatten wetenschappers waarom: wellicht werkten de Neanderthalers slechter samen, hadden ze geen handel of konden ze niet goed praten - het is allemaal weleens geopperd. Terwijl er een verbluffend simpele verklaring is, schrijven populatiebiologen Oren Kolodny en Marcus Feldman in Nature Communications: ze verdwenen gewoon vanzelf.

Gedoemd uit te sterven

Naar we aannemen was de Neanderthalpopulatie destijds ontzettend dun

Populatiebioloog Oren Kolodny

Kleine, rondtrekkende groepjes jager-verzamelaars sterven nu eenmaal soms uit, door ziekte, rampspoed of magere jaren. En destijds zal de plek van zo'n verdwenen groep Neanderthalers net wat vaker zijn ingenomen door een groep moderne mensen. Doe dat lang genoeg, en uiteindelijk zal de Neanderthaler verdwijnen, ontdekten Kolodny en Marcus door het scenario na te spelen in de computer.

'Naar we aannemen was de Neanderthalpopulatie destijds ontzettend verspreid', licht Kolodny desgevraagd toe. 'Dat maakt dat ze gedoemd waren om uit te sterven, onder de aanname dat er een voortdurende migratie was van moderne mensen uit Afrika.' Denk daarbij trouwens niet aan zoiets als een colonne moderne mensen, benadrukt hij: 'We gaan ervan uit dat kleine groepjes jager-verzamelaars uiterst langzaam zijn binnengedruppeld, met misschien wel eeuwen ertussenin. Sommige stierven uit en een enkel keertje wist een groep zich te vestigen.' De moderne mens kwam niet als een vloedgolf maar als een eindeloos aanhoudende motregen, net zo lang tot de laatste Neanderthaler kopje-onder ging.

Normale gang van zaken

Iedereen is enorm gefocust op de gedachte dat het uitsterven van de Neanderthalers iets bijzonders moet zijn geweest

Wetenschapper Krist Vaesen

'Vernieuwend en goed doordacht', reageert Krist Vaesen (TU Eindhoven, Universiteit Leiden), die ook werkt aan computermodellen die het verval van de Neanderthaler nabootsen. 'Wij komen tot gelijkaardige conclusies. Iedereen is enorm gefocust op de gedachte dat het uitsterven van de Neanderthalers iets bijzonders moet zijn geweest. Maar vaak is uitsterven gewoon de normale gang van zaken', zegt hij. Ook de moderne mens is weleens door het oog van de naald gekropen: uit dna-bewijs blijkt dat het zeker tweemaal is gebeurd dat er nog maar zo'n tienduizend stuks van onze voorouders over waren.

De Neanderthaler zelf zal er weinig weet van hebben gehad, denkt Kolodny. 'De vervanging vond zeer geleidelijk plaats, op een tijdschaal die, overgeheveld naar het heden, reikt van lang vóór de bouw van de piramides tot nu', stelt hij. 'En de populatie was zo dun, dat de meeste individuen in hun hele leven niet meer dan een paar buurgroepen zouden ontmoeten.' Het idee dat er zoiets was als openlijke concurrentie tussen de Neanderthaler en de modernen, noemt hij dan ook 'compleet verkeerd'.

Emancipatie

Ze joegen op dezelfde dieren, woonden op dezelfde plekken, hadden ruwweg dezelfde soort werktuigen

Populatiebioloog Oren Kolodny

Het spontane uitsterven van de Neanderthaler vormt sluitstuk van de 'emancipatie' die de oermens de afgelopen decennia geleidelijk doormaakte. Ooit gold de Neanderthaler als de klassieke holbewoner: een weinig fijnbesnaard wezen met een berenvel en een knots. Totdat gaandeweg duidelijk werd dat er weinig is wat hem van de vroege moderne mens onderscheidt. 'Ze joegen op dezelfde dieren, woonden op dezelfde plekken, hadden ruwweg dezelfde soort werktuigen', aldus Kolodny. 'In het Midden-Oosten, waar ze tussen de 120- en 40 duizend jaar geleden tegelijk leefden, kunnen archeologen vaak niet eens zeggen welke site werd bewoond door Neanderthalers, en welke door modernen.'

Helemaal weg is de Neanderthaler overigens niet. Nog altijd dragen moderne mensen in hun cellen stukjes werkzaam dna die we lang geleden van hem overerfden door nageslacht met hem te krijgen. Doorgaans gaat het om subtiele genetische aanpassingen die onze voorouders wat weerbaarder zullen hebben gemaakt in het koele, noordelijke klimaat.