Nieuws Jagen in prehistorie

Neanderthaler reeg wild van dichtbij aan de speer

De Neanderthalers joegen op wild door het van nabij aan hun speer te rijgen. Dat blijkt uit een opmerkelijk experiment, waarbij kungfuvechters een speciale speer in een namaak-hertenkont stootten.

Geschatte hoek waaronder het dier werd geraakt. Beeld Eduard Pop

De experimenten volgen op de ontdekking, nabij het Duitse Halle, van de tot dusver oudste speerwond, in een prehistorisch hertenbekken. Zo’n 120 duizend jaar geleden moet een Neanderthaler het dier van dichtbij aan zijn speer hebben geregen. Een duidelijke aanwijzing dat de mens al heel vroeg in nauw samenwerkende groepen joeg, schrijven de onderzoekers uit onder meer Nederland in vakblad Nature Ecology & Evolution.

Een hert van dichtbij doodsteken is heel andere koek dan er van een afstandje met een speer naar gooien, legt archeoloog Eduard Pop (Universiteit Leiden) uit. Je moet het dier opwachten, omsingelen of in de val drijven, bijvoorbeeld een moeras of meertje in, en het risico nemen dat het hert je verwondt. ‘Het vereist goed inzicht in waar je de dieren kunt vinden en hoe je ze kunt benaderen. Allemaal technieken die planning, samenwerking en verfijnde jachttechnieken vergen.’

Om te onderzoeken hoe de hertenwond precies is ontstaan, namen Pop en zijn collega’s hun toevlucht tot een experiment. Van Duitse jagers namen ze een stapel hertenbekkens over, die ze in een ‘ballistische gel’ goten, een substantie die weefsel nabootst. Vervolgens lieten ze de namaakbips bestoken met een nagemaakte prehistorische speer, uitgerust met sensoren. Door onder meer twee getrainde kungfuvechters, zegt Pop. ‘Mensen die bekend zijn met het gebruik van zo’n wapen. Zelf zouden we er niet zoveel kracht achter kunnen zetten als een geoefende Neanderthaler.’

‘Experimentele archeologie op zijn best’, vindt ook steentijdarcheoloog en speerkenner Annemieke Milks van University College Londen, die een begeleidend commentaar schreef bij het onderzoek. Wat haar betreft kan de gedachte van tafel dat de Neanderthalers aaseters waren en hun speren alleen gebruikten om roofdieren weg te jagen bij karkassen.

Aan de andere kant: nog altijd is denkbaar dat de Neanderthalers soms ook met hun speren gooiden, merkt Milks op. ‘Vanaf ongeveer 2 miljoen jaar geleden was de mens fysiek in staat om te gooien. En van jagersvolkeren uit recente tijden is bekend dat ze zowel stoten als werpen met hun speren.’ Opvallend is overigens wel dat de vroegste speerwerper – een soort slinger om harder te kunnen gooien – pas van zo’n 100 duizend jaar later stamt dan het doorboorde bot.

Prehistorisch hertenbekken met speergat erin. Beeld Nature

De omgeving van Halle was destijds, tussen de ijstijden in, bebost. Neanderthalers trokken er rond in kleine groepen, jagend op onder meer hert en olifant. En de omstandigheden wisselden: de nu geanalyseerde dieren waren grof gesneden, alsof men vlees genoeg had; een iets verderop opgegraven slachtplaats bevatte snijsporen die erop duiden dat de botten grondig waren afgekloven.

De botten die Pop en zijn collega’s analyseerden, werden overigens al in 1989 opgegraven en liggen sindsdien bij het museum in opslag. In de collectie vond het team nog een bot met een speergat erin, een nekwervel. Maar zo’n gat nabootsen zou te lastig worden, omdat een wervel erg klein is, legt Pop uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.