Nationale Wetenschapsagenda: schotten weg tussen vakgebieden

De Nederlandse wetenschap is een veel rijkere schatkamer van vakkundigheid, kennis en gedeelde interesses, dan we ons tot nog toe realiseerden. Juist via dwarsverbanden tussen totaal verschillende vakgebieden kunnen nieuwe doorbraken worden gerealiseerd. En, niet onbelangrijk, veel daarvan sluit ook moeiteloos aan bij de Europese onderzoeksagenda Horizon 2020, waar voor Nederlandse wetenschappers veel geld zit.

De voorzitters van de Nationale Wetenschapsagenda Beatrice de Graaf (groen) en Alexander Rinnooy Kan (bril, bordeaux stropdas). Beeld Cigdem Yuksel

Met die niet heel concrete maar wel opgetogen boodschap is vrijdag in Den Haag de eerste Nationale Wetenschapsagenda aangeboden aan het kabinet. Basis voor het 15 megabyte dikke document, inclusief een website om ook zelf interactief dwarsverbanden in te vinden, waren de 11.700 vragen aan de wetenschap die Nederlanders dit voorjaar in een maand tijd indienden. Van de vraag wanneer kanker de wereld uit is, tot wat de kat denkt en hoe het voor de oerknal was.

Veel onderzoekers waren voor die inspraakronde aanvankelijk zeer huiverig, de operatie leek opgezet om het grote publiek directe invloed op hun wetenschap te geven. Dat zou vrije research in de weg kunnen staan.

Maar dat is niet alleen nooit de bedoeling geweest, het is ook zeker niet zo uitgepakt, zegt medevoorzitter Alexander Rinnooy Kan van de NWAgenda. 'De angst voor een soort boodschappenlijstje met tien verplichte grote thema's heeft gemaakt dat ook vanuit de wetenschap duizenden vragen zijn ingediend. Dat kunnen wetenschappers namelijk goed, vragen formuleren. Er zijn daardoor ramen open gegaan die anders dichtblijven.'

Beatrice de Graaf

Oud VNO-voorman Rinnooy Kan, samen met de Utrechtse terrorisme-hoogleraar Beatrice de Graaf trekker van het project, zegt dat vooral de worsteling met de stortvloed aan vragen, veel meer dan verwacht, productief is gebleken. 'Het steeds improviseren geweest. Van het oorspronkelijke idee om de belangrijkste vragen te vinden zijn we snel afgestapt. Er zijn geen belangrijke en onbelangrijke vragen, er zijn alleen belangrijke clusters van vragen die dwars door alle disciplines heen blijken te prikken.'

In totaal formuleerde de Nationale Wetenschapsagenda met intensieve hulp van jury's van top-wetenschappers 140 van zulke vraagclusters, telkens in de vorm van een brede verbindende kwestie. Die vragen variëren van 'Hoeveel mensen kan de aarde duurzaam huisvesten?' en 'Hoe bouwen we software die morgen ook nog werkt?' tot 'Hoe en waarom doen dieren wat ze doen?'.

Rinnooy Kan: 'Vooral bij het selecteren, beoordelen en clusteren van de talloze vragen, en ook later op conferenties, raakten experts uit verschillende vakken met elkaar in gesprek. Vaak begon dat heel ongemakkelijk, maar gaandeweg bleken er verrassend veel gemeenschappelijke interesses en originele invalshoeken te komen. De verzuilde wetenschappen, nodig voor diepgang, zijn veel meer horizontaal te verbinden dan we dachten.'

Routes

Die verbanden hebben geresulteerd in 'routes' door het Nederlandse onderzoekslandschap, die om grote thema's draaien en waarmee vaak tientallen universiteiten, instituten, bedrijven en maatschappelijke organisatie bezig blijken.

Zestien van zulke routes zijn in de agenda uitgewerkt, van persoonlijke medicijnen op maat tot Big Data, slimme stedenbouw of samenwerking tussen verschillende culturen. De lijst, benadrukt Rinnooy Kan, is geen advies om vooral daar geld en aandacht in te steken. 'Het zijn gebieden waar Nederland al goed is, en binnen tien jaar ook echt iets zou kunnen bereiken, maar iedereen kan zelf door de vragen gaan en zien wat die bieden.

Ons verhaal is vooral een handreiking aan de wetenschap, een cadeau bijna: kijk eens wie er voor jou ook interessant kunnen zijn. Met dank, dat wil ik benadrukken, aan de nationale nieuwsgierigheid van de Nederlanders.'


WAT IS DE WETENSCHAPSAGENDA?

Het idee van een Nationale wetenschapsagenda dook eind 2014 op in de brede Wetenschapsvisie van minister Bussemaker, die hamerde op de maatschappelijke taak van wetenschap. Nederlanders konden een maandlang vragen stellen aan de wetenschap. Daarna volgden jury's en conferenties, om chocola te maken van de bijna 12 duizend ingediende vragen. Sindsdien zijn er ook tientallen bijeenkomsten geweest waar wetenschappers antwoorden gaven en het gesprek aangingen.


VOOR WIE IS DEZE AGENDA BEDOELD?

De Nationale Wetenschapsagenda is geen eindpunt, maar een begin, zegt voorzitter Alexander Rinnooy Kan. 'Nu is het aan de zogeheten Kenniscoalitie, van het ministerie, de universiteiten, de industrie, de financiers, om het ideeengoed te gebruiken.' Extra geld is er vooralsnog niet, heeft het ministerie al eerder laten weten. Wetenschappers zelf kunnen op zoek naar geestverwanten en bondgenoten in het Nederlandse kennislandschap, is het idee. Het kabinet benadrukte vrijdag in een eerste reactie dat de uitkomsten van de nationale wetenschapsagenda 'niet vrijblijvend mogen zijn'.


WIE STELDEN DE VRAGEN?

Vooral veel meer mensen dan verwacht. Van de in totaal 11700 vragen kwamen er 7080 van Nederlandse burgers maar ook (vooral op de valreep in de laatste week) 4620 van instellingen als bedrijven, vakgroepen, scholen of instituten. Tweederde van de individuele vragenstellers was man, eenderde vrouw, vooral tussen de 45 en 65 jaar oud. Alle vragenstellers, veelal hoger opgeleid, kregen een reactie en werden uitgenodigd voor bijeenkomsten voor antwoorden en doorpraten. Duitse en Finse delegaties kwamen inmiddels in Nederland kijken hoe vragen uit de het publiek als inspiratie voor wetenschapsbeleid kunnen dienen.


WAT IS DE MEESTGESTELDE VRAAG?

Alzheimer! Vraag 83, meer dan 400 keer: 'Hoe ontstaan neurologische, psychiatrische en psychische aandoeningen en hoe kunnen we ze voorkomen, verzachten of verhelpen?' Runners-up zijn vraag 72 ('Gezonde leefstijl') en 65 ('Onderwijs van de toekomst'). Ook vragen over duurzaamheid, en de relatie tussen mens en natuur zijn veelvuldig gesteld. Vragen naar fundamentele natuurverschijnselen waren er wat minder. 'Een ode aan de nationale nieuwsgierigheid', noemt Rinnooy Kan de lijst.


BLIJFT ER RUIMTE VOOR VRIJ ONDERZOEK?

Jazeker. De Nationale Wetenschapsagenda maakt geen rangorde in nuttig of onnuttig, toegepast of vrij, maar laat vooral verbanden zien tussen vakgebieden die elkaar anders misschien niet snel ontmoeten. Sociologen en genetici, medici en literatuurwetenschappers moeten allemaal expert zijn om anderen op ideeen te brengen. 'Vrij en nieuwsgierig onderzoek blijft hard nodig voor echte doorbraken', zegt de voorzitter.


STAAT DE AGENDA NU VAST?

Nee, de wetenschapsagenda is geen spoorboekje, maar een inspiratiebron voor wetenschappers en beleidsmakers. Wel zullen instanties als NWO gevoeliger zijn voor voorstellen die passen in de dwarsverbanden die de Nationale Wetenschapsagenda nu blootlegt. De aansluiting bij de Europese onderzoeksagenda Horizon2020 is geen toeval. Rinnooy Kan: 'Nederland is bepaald zuinig met geld voor wetenschap. Dat is Brussel een goed alternatief. Nederlanders doen het daar opmerkelijk goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden