Napoleons lievelingsneefje

DE DERDE Republiek was (in 1871) nog niet uitgeroepen, of in Parijs verscheen onder de titel Papiers et correspondance de la Famille Impériale een even omvangrijk als kwaadsappig 'zwartboek' over handel en wandel van het zojuist verdwenen keizerspaar Napoleon en Eugénie....

Dat krijg je ervan als het volk een monarchie afschaft, alle paleisgeheimen ineens op straat liggen, en iedere hoveling die niet is meegevlucht, graag bereid is een boekje over de familie open te doen. Je moet eens opletten wat we nog allemaal te lezen zouden krijgen als het Nederlands Republikeins Genootschap de Oranjes eindelijk ten val had gebracht, en zich toegang zou hebben weten te verschaffen tot de koninklijke archieven.

Het einde van het Tweede Keizerrijk in Frankrijk voltrok zich zoals bekend nogal halsoverkop. Met zijn ongeneeslijke Napoleon-complex had de laatste grote Bonaparte de oorlog aan Pruisen verklaard - en ofschoon hij vanwege een chronische ontsteking aan de urinewegen nauwelijks meer op een paard kon zitten en dus de trein moest nemen naar het front, droomde hij van een eclatante triomftocht ('à Berlin!', riepen zijn soldaten elkaar en zichzelf moed toe) om binnen de kortste keren bij Sedan niettemin zijn tamelijk oneervolle Waterloo te vinden.

'Monsieur, mon Frère', telegrafeerde hij na de verloren slag naar koning Wilhelm (die zich vier maanden later in Versailles tot keizer van Duitsland zou laten kronen), 'omdat het mij niet gegeven was te midden van mijn manschappen te sneuvelen, rest mij niet anders dan mijn zwaard in uw handen te leggen. Ik blijf uwer majesteits loyale broeder, Napoleon.' De koning bood zijn broederlijke tegenstander het kasteel Wilhelmshöhe bij Kassel aan als tijdelijk gevangenenkamp, en vandaar mocht hij na ratificatie van de voor Frankrijk vernederende vredesvoorwaarden (Elzas-Lotharingen kwijt) naar zijn asielzoekersbuiten in Kent vertrekken.

Eugénie zat daar al. Drie dagen na de verpletterende nederlaag van de Grande Armée had het Parijse gepeupel, tweehonderdduizend man sterk, de Tuilerieën omsingeld, en de keizerin kon het vege lijf alleen maar redden via een ondergrondse gang die het paleis met het Musée du Louvre verbond. Buiten adem hollend langs de Mona Lisa en overige meesterwerken wist ze met haar kleine gevolg ongemerkt de Rue du Rivoli en een argeloze aapjeskoetsier te bereiken. Tijd om een koffer te pakken had ze niet gehad. Meer dan de kleren die ze droeg, zou ze niet uit haar hoofdstad meenemen. Haar echtgenoot was twee jaar later dood. Zelf leefde ze nog 49 jaar door: net lang genoeg om de voldoening te smaken dat in 1918 de schande van Sedan alsnog werd gewroken, en Elzas-Lotharingen weer Frans was. Maar de ondergang van haar Seconde Empire kon daar niet minder roemloos om zijn geworden.

Of het einde in 'historische' zin betreurenswaardig was, kan moeilijk worden volgehouden. Het sympathieke aan de biografie van Fenton Bresler is vooral dat de auteur een heel boek lang probeert aan te tonen dat Napoleon, bij al zijn menselijke gebreken, een goedwillende, geenszins onbekwame, sociaal-voelende, charmante, en door het Noodlot al te hard getroffen man is geweest, maar dat het hem niet lukt het ware mededogen te mobiliseren.

Wat hij ook aanvoert aan verzachtende omstandigheden of aan positieve daden (dat hij bijvoorbeeld Haussmann in Parijs aan het werk heeft gezet, of dat hij eerder dan wie ook begreep dat de in gevestigde kunstenaarskringen voor gek versleten Manet een groot schilder was), de keizer wil maar niet echt aardig worden - geen groot staatsman, laat staan een waardige opvolger van zijn grote oom.

Hij blijft wat hij altijd is geweest, te weten een middelmatige parvenu, en Bresler moet dat ten slotte met spijt in z'n (buitengewoon vaardige) pen ook toegeven: 'Zijn tragiek was dat hij, eenmaal aangekomen op het iets te hoge niveau dat hij als zijn geboorterecht beschouwde, niet wist hoe hij verder moest, of zelfs maar hoe hij zich moest handhaven.'

Maar het snedige oordeel van Bismarck, die hem 'een sfinx zonder raadsel' noemde, gaat de biograaf toch weer te ver - al was het maar omdat hij, voor de keuze gesteld tussen de hardnekkigste rokkenjager van Parijs en de ijzeren kanselier uit Berlijn, onvoorwaardelijk voor Frankrijk kiest. Hij verdedigt zijn onderwerp haast tegen beter weten in, en dat strekt een biograaf altijd tot eer, vind ik.

De enige tragiek van Napoleon III is natuurlijk de schaduw van die eeuwige, onevenaarbare oom geweest, van wie hij bovendien (zo lang het heeft mogen duren: hij was net zeven toen het Grote Voorbeeld naar St. Helena werd verbannen) het lievelingsneefje was. Begrijpelijk. Zijn moeder was Hortense de Beauharnais, dus Napoleons beminde pleegdochter, en zijn vader de slome broer van de keizer die zich een poosje koning van Holland heeft mogen noemen, waardoor het jongetje formeel nog een poosje onze kroonprins is geweest. Het kind was als het ware dubbelbloedig geparenteerd aan Frankrijks onverbiddelijke wonderdoener, en dat zou waarschijnlijk niemand in de kouwe kleren zijn gaan zitten - te minder als je in aanmerking neemt dat er een moeder was die hem van meet af aan z'n 'geboorterecht' heeft ingepeperd.

Net als alle andere echte en aangetrouwde Bonapartes leefde Hortense na 1815 in ballingschap: in Duitsland, in Zwitserland of in Engeland, dus altijd nog tamelijk dicht bij huis. Haar zoon - roepnaam Louis - zou tot twee keer toe een coup-achtige poging doen het bonapartisme in Frankrijk te herstellen. Hij had zoals gezegd een Napoleon-complex, dus ook een Elba-complex.

Maar aan Honderd Dagen is hij nooit toegekomen. De eerste 'invasie' (Straatsburg, 1836) was in twee uur mislukt, en de regering van koning Louis Philippe gaf haar arrestant grootmoedig een vrijgeleide naar Amerika. De tweede keer (Boulogne, 1840) hield hij het een dag vol, maar andermaal was er geen spoor van een generaal Ney die zich heroïsch aan zijn borst kwam drukken, en ditmaal toonde Louis Philippe geen coulance: de indringer kreeg levenslang en werd opgesloten in een (nog redelijk royale) kerker binnen de zwaarbewaakte vesting van het Noord-Franse Ham.

Dat de toekomstige keizer er na z'n romantische ontsnapping (vermomd als arbeider) in slaagde in 1848 alsnog tamelijk legaal president van de inmiddels tweede Franse republiek te worden - wat hadden de Bonapartes ooit zonder volksopstanden moeten beginnen? - zegt veel over zijn vasthoudendheid, maar natuurlijk nog aanzienlijk veel méér over de wankele binnenlands-politieke verhoudingen in het Frankrijk van die dagen. Zonder de blijkbaar onverwerkte erfenis van Napoleon de Eerste zou er nooit een Napoleon de Derde mogelijk zijn geweest - en zeker niet zo'n oninteressante bon-vivant (los van vrouw en vaste maîtresses liefst elke avond ook nog een losse scharrel over de geheime paleistrap) als de lievelingsneef.

Wat je Bresler - een Engelse advocaat met een liefhebberspassie voor de Franse geschiedenis - mag verwijten, is het feit dat hij zich zo eenzijdig bezig heeft gehouden met het persoonlijke dossier van z'n cliënt, en zich zo weinig gelegen heeft laten liggen aan de historische context waarbinnen deze z'n kansen kreeg, en z'n kansen verspeelde.

'Niets is zo immoreel als een vak uitoefenen dat je niet verstaat', had hij van z'n oom kunnen leren, maar hij bleef in alle opzichten een amateur: als politicus, als veldheer, als machiavellist, zelfs als dictator. Bismarck had gelijk toen hij al in 1862 (na drie maanden diplomatieke dienst in het keizerlijke Parijs) droogjes vaststelde: 'Van een afstand bekeken ziet het er heel indrukwekkend uit. Van dichtbij merk je dat het niets voorstelt.' Acht jaar later kon hij het Tweede Keizerrijk ook bijna achteloos van de kaart blazen.

Toen ook konden de Papiers et correspondance de la Famille Impériale over straat gaan - en Bresler heeft er dankbaar en kwistig uit geciteerd, om van de neef toch nog zoiets als de held uit een schelmenroman te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden